De treindeuren gaan open en ik sta op het station in Haarlem. In mijn rugtas zit de wisseltrofee voor het schaaktoernooi der Neeringen. De trofee is meegetorst vanuit het druiligere Heiloo. Eens in de zoveel jaar wordt dit familie evenement herhaald. In verband met Corona is er even de klad in gekomen maar nu is het dan weer zover. Aangekomen op de plaats van de handeling krijg ik een brassa van neef Lucas. Of ik eraan toe ben om mijn titel te verliezen? Zeker!, zeg ik en meld, met een knipoog, dat ik mijn retour ben. 12 deelnemers dus 6 schaakborden vullen de ruimte in een hoog appartement in Haarlem. De ochtend loopt voorspoedig en na drie partijen met een denktijd van 10 minuten volgt topnotering en een welverdiende lunch. Na 9 partijtjes komt neef Falco als terechte winnaar uit de bus. Samen met neven Lucas en achterneef Lars haal ik een zilveren plak. De vader van Falco pakt de bronzen plak en zo verdwijnt een groot deel van het eremetaal richting Almere. Olivia en haar vader Paul zijn de duidelijke runnerups voor de toekomst. Ben in ieder geval blij dat ik als enig lid van de broers en zusters enigszins overeind blijf tussen het geweld van de jongere generatie die immers de toekomst heeft. Ton Neering pakt de prijs voor de fles wijn, een prijs is een prijs!
Falco Neering (rechts) neemt de wisselbeker in ontvangst
Randvoorwaardelijk is natuurlijk de organisatie van het toernooi en de catering. Broer Paul heeft zijn eigen ambitie aan de kant geschoven en had de organisatie strak in handen. De prima catering door nichten Sandra en Joyce en zus Elma kan natuurlijk niet onvermeld blijven en dan hebben we het nog niet over de overheerlijke taart die uit Huizen was meegekomen. Het leukste is natuurlijk dat je als deel van de familie weer bij elkaar komt en een gezellig samenzijn hebt met het edele schaakspel als smeermiddel.
Tussen de bedrijven door vertelde Falco dat hij een nieuwe single in eigen beheer heeft uitgebracht met de titel paying rent, je kunt het hier beluisteren op Spotify. Je kunt het ook googlen en beluisteren op bijvoorbeeld youtube of instagram.
Een roman geboren op het Badhoevedorpse Haarlemmermeer Lyceum
Deze maand is een roman van (oud-) Badhoevedorper Mark Slaman verschenen; Dieudonnée, het ongelofelijke verhaal van een Amsterdamse escort. De openingsscene van het boek speelt zich af op het ‘plein’ van het Haarlemmermeer Lyceum, de school die voor de auteur veel betekend heeft en ooit het levendig middelpunt van Badhoevedorp was. Daar straalt het mooiste meisje van de school, de vrouw die een internationale escort wordt en het hart van veel mannen op hol brengt. Een rijke zakenman, Sturm, raakt in de ban van haar met alle gevolgen van dien. In het dankwoord spreekt Mark Slaman uit dat hij laat heeft gerealiseerd hoeveel hij heeft geleerd van de vele taaldocenten op het Haarlemmermeer Lyceum.
‘De liefde voor taal en literatuur is mij bijgebracht door veel docenten. Ik heb de mooiste herinneringen aan Cees Johansen en Gerda Meijerink. Eerst heb ik meerdere boeken over fietstochten en hardlopen geschreven. Een roman leek mij te hoog gegrepen. Een gedachte-experiment over een hedendaagse Oblomow (klassiek boek uit 1858 over een Russische landeigenaar die het druk heeft met niets doen, ook kritiek op het Rusland van toen) mondde uit in een roman over de hedendaagse tijdgeest waarin hebzucht en begeerte een (te) grote rol spelen. Dat het, naast verlangen, hartstocht en passie, ook een maatschappij-kritisch boek is geworden is mede aan mijn schooltijd in Badhoevedorp te danken. Dat hoorde bij de vorming op het Haarlemmermeer Lyceum; discussiëren over het leven, politiek en de maatschappij.’
Dieudonnée is ook een spannende en onderhoudende roman over liefde, man-vrouwverhouding en vriendschap.
Het boek is verkrijgbaar bij boekhandel Jaspers in Badhoevedorp of via de website www.markslaman.nl
Dieudonnee betekent: Godsgeschenk of Door god gegeven
Aan (oud) organisaties in Amsterdam is aangeboden om mee te doen aan een prijsvraag om in de Amsterdamse Geschiedenis te komen. 49 vensters van de Amsterdamse canon zijn al vastgelegd/vernieuwd in het kader van 750 jaar Amsterdam. Er wordt nog (steeds weer wisselend) venster toegevoegd, hiervoor een prijsvraag uitgeschreven door het Stadsarchief van Amsterdam. Wordt Jongerencentrum SmoeS de 50e Bouwsteen van de Amsterdamse geschiedenis? Deze geschiedenis gaat over de heersende jongerencultuur in Amsterdam in de jaren 70,80 en 90? Onderstaand is de inzending. over jongerencentrum SmoeS.
Jongeren laten zich vanaf de zeventiger jaren niets meer opdringen en bepalen in hun eigen jongerencentrum zelf wel hoe ze los kunnen gaan.
3. Beschrijving voorstel
(Geef hier een uitgebreide beschrijving van jouw voorstel. Vertel waarom jouw voorstel belangrijk is voor de geschiedenis van Amsterdam.)
De geschiedenis van jongerencentrum SmoeS laat zien hoe jongeren eind vorige eeuw hun eigen weg zoeken buiten het traditionele aanbod van jongerenactiviteiten in Amsterdam. Steeds weer nieuwe groepen jongeren ontwikkelen, zonder professionele ondersteuning, hun eigen activiteiten.
SmoeS geeft beginnende bands uit Amsterdam een podium. Daarnaast zijn er optredens van o.a. het jonge ‘Doe Maar’, Herman Brood’s Wild Romance, de Osdorp Posse, dichters zoals Johnny van Doorn, Jules Deelder, drs. P en Diana Ozon (Nederlandse eerste en enige punkdichter) en andere culthelden uit die tijd zoals Sjef van Oekel en Barend Servet. Er zijn programma’s over ´kraken in Amsterdam’; het Amsterdamse ‘Jongeren Advies Centrum’ en forums rond de verkiezingen onder leiding van Stan van Houcke van Radio Stad Amsterdam.
Jongeren, Meisjes en jongens van 15 jaar en ouder, geven vanuit eigen perspectief vorm en inhoud aan hun wereld. Met loze kreten worden ze vaak weggezet als krakers, stuffies, rockers, punkers, gabbers of anders. Het zijn babyboomers of het is de patatgeneratie. De werkelijkheid is echter onverschrokken en avontuurlijk.
Jongeren proberen zelf iets van hun leven te maken. Los van ouders, jongerenwerkers, pastoor of dominee. Gewoon zelf doen; succes behalen, tegenslag krijgen en opnieuw beginnen.
De geschiedenis van 25 Jaar Jongerencentrum SmoeS geeft een beeld van hoe jongeren maatschappelijk en cultureel het heft in eigen handen nemen. Een bonte, liefdevolle, eigenzinnige, humoristische, serieuze en warme illustratie van hoe de stad haar jeugd schoorvoetend de ruimte geeft om de werkelijkheid naar eigen hand te zetten.
Jongerencentrum SmoeS in Sloten als maatschappelijke leerschool van 1974 tot 2000. In een tijd dat jongeren zich emanciperen, elkaar ontmoeten en samen plannen maken en activiteiten voor henzelf en anderen organiseren. 25 Jaar SmoeS laat zien hoe mooi het is als jongeren initiatief nemen en hun talenten samenbrengen. Zonder overheidsbemoeienis en betutteling.
Voor Amsterdam is die geschiedenis waardevol en leerzaam. Voor de huidige jeugd, voor hun ouders, voor de jongerenwerkers en voor de gemeentelijke ambtenaren en bestuurders. Zet de jeugd niet weg, maar maak gebruik van hun energie, kennis, vriendschap en plezier.
Daarom is het eigenzinnige verhaal van 25 jaar SmoeS een aanvulling op de geschiedenis van Amsterdam.
SmoeS staat natuurlijk niet op zichzelf. In die tijd organiseren jongeren in heel Amsterdam zich. Zoals in Het Gebouwtje (Noord), La Barca (Oost), de Zaaier (Centrum), Het Geveltje (Centrum), Smurf Inn (Slotervaart) en het VJC (Zuid). De beschreven geschiedenis van Smoes is een rijke aanvulling op de Canon vanwege het unieke inkijkje in de Amsterdamse jeugdcultuur van het laatste kwart van de vorige eeuw.
4. Afbeelding
De geschiedenis van SmoeS in mei 2024 gepubliceerd in het boek “SmoeS. Jongerencentrum van Badhoevedorp en Sloten”. Schrijver: Kees Schelling (1955) Uitgeverij: De Overhaal.
ISBN: 978-90-821200-3-5. NUR: 693.
Het boek vertelt het verhaal van de roemruchte geschiedenis van het jongerencentrum SmoeS in het laatste kwart van de vorige eeuw (1974-2000). Het Smoes-boek beslaat ruim 300 pagina’s en bevat een kleine 200 foto’s, illustraties, affiches en krantenartikelen.
5. Locatie (Geef op de kaart aan waar jouw voorstel zich afspeelt)
Jongerencentrum SmoeS was gevestigd in Amsterdam Sloten, in het voormalige Wees- en Armenhuis, thans Dorpshuis Sloten – Oud Osdorp, Akerpolderstraat 9/Nieuwe Akerweg 14 in Amsterdam-Sloten.
Wat ik hieronder schrijf is natuurlijk onzin, maar het gevoel is wel zo! Het gevoel van Lazarus die uit zijn graf opstaat, een Fenix die uit zijn as herrijst of Harry Potter die op een dodelijk moment precies op tijd verdwijnseld.
Een kleine week geleden cirkelde ik met mijn vriend Bo over de TRIAS-Atletiekbaan in Heiloo. We lopen onze wekelijkse intervaltraining en tussen de bedrijven door praatten we onder andere over onze toekomstige BOEDcast die alleen nog op een tafel wacht, een tafel die inmiddels twee poten heeft. Als jonge goden draaien we onze rondjes en snelt Lisanne de Witte zo nu en dan langs ons heen onder een goedkeurende blik van trainer Sven.
Diezelfde zondagavond voel ik het eerste ongemak in de heupstreek, het is een “ver weg” gevoel. Op maandag en dinsdag wordt het gevoel iets manifester. Op woensdag heb ik een afspraak in Zaandam en vervolgens een etentje in Haarlem, totaal meer dan 17.000 stappen die dag. Aan het eind van deze avond loop ik de station trap op in Haarlem en ervaar een eerste pijnscheut in de bilstreek. Aangekomen op het splinternieuwe station Heiloo loop ik vervolgens probleemloos naar huis. Wel een onrustige nacht met een licht pijnlijke heup. Zeg maar 2 op de schaal van 10, zoals mijn fysiotherapeut altijd naar de mate van pijn vroeg.
Op Donderdag wordt de pijn erger en zo nu en dan hevig, het lopen wordt moeilijk en zeer pijnlijk. Zo erg dat ik bijna niet meer kan opstaan en voetje voor voetje en steunend mij in de woonkamer van A naar B moet begeven. Mijn vrouw ziet dit alles zeer bezorgd aan en adviseert dat ik vrijdag onmiddellijk naar de huisarts moet, wat ik natuurlijk wegwuif.
In mijn gedachten gaat er weer een langspeelplaat spelen. Is dit het begin van het einde, met mijn bijna 68 jaar moet ik op mijn retour zijn. Of is het een acute aanval van botkanker in mijn heup? Hoe moet is volgende week de trap op en af bij station Spaarnwoude op weg naar de oogarts? Kom ik ooit bij AZ nog de tribune op of moeten ze een traplift aanleggen tussen vak P en Q? Kan ik mij überhaupt nog manifesteren als witte Keniaan?
Ik moet de trap op richting slaapkamer. De pijn is inmiddels zeer ernstig (9 op de schaal van 10!). Met de gezonde heup, de trapleuning en de wandelstok van mijn schoonmoeder duurt het minuten om de trap op te komen. Het is vervolgens boven een marathon om in de badkamer van de wastafel naar de WC te komen en weer terug en dan hebben we het nog niet gehad over het uitkleden en vervolgens richting bed waar ik uitgeput aankom. Mijn vrouw hoort het gestommel, gesteun en de kreten en zegt half in haar slaap “arme man!”. Klopt! Zo ben ik gezond en in een paar dagen een wrak die op de rand van de afgrond staat. Moet mijn been worden geamputeerd nu mijn heup deze afstoot? Ik zie het bezorgde gezicht in het ziekenhuis Alkmaar van zuster Klivia van de afdeling ledenmatenzagerij. Ik ben ervan overtuigd dat dit voorlopig niet meer goed gaat komen. In mijn gedachten bezinksel denk ik ineens aan diclofinac, zou het een jichtaanval zijn? Totaal niet aan gedacht! Rond 11 uur diclo nummer 1 en rond 2.00 uur s’nachts diclo 2. ….ik val eindelijk in slaap.
De volgende morgen gaat mijn been redelijk makkelijk uit bed en voel nog wel pijn in de heup maar het strompelen is weer een vorm van lopen. Diclo 3 met maagzuurremmer erin. Inmiddels een paar diclo’s verder ben ik aanbeland op de zaterdagochtend. Harry Potter, Lazarus en de Fenix blijken te bestaan. ik ben wonderbaarlijk helemaal genezen. Het wondermiddel heet Diclofinac!
Al eerder schreef ik begin juli 2025 op deze weblog over de reorganisatie bij de directie Werk en Participatie/afdeling Amsterdam Werkt! Moraal van de vorige blog was “Je kunt reorganiseren/herstructureren/doorontwikkelen tot je een ons weegt maar als je als organisatie je kernfunctionarissen (de klantbegeleiders) niet goed aanstuurt dan kan je beter de tent direct opdoeken want dan wordt het een oeverloos verhaal”
Afgelopen donderdag is het personeel geïnformeerd over de komende reorganisatie (reo) en de personele gevolgen bij de afdeling Amsterdamwerkt!, De directie W&P is akkoord. Gelukkig kan er nog invloed worden uitgeoefend via de Ondernemingsraad (art 25 WOR) met het adviesrecht. De directie zal via de gemeentesecretaris het reorganisatieplan aanbieden bij de ondernemingsraad (OR). De OR zal de lokale Onderdeelcommissie Werk en Participatie (OC) vragen om het advies voor te bereiden en vervolgens is er 6 tot 8 weken de tijd om een positief of negatief advies te geven. Vaak is het positief mits aan bepaalde voorwaarden is voldaan. Rand voorwaardelijk vanuit de medezeggenschap is dat de OC wel goed betrokken is en weet wat er bij het personeel leeft. Ik krijg signalen dat dit momenteel nog onvoldoende is/minimaal is. Heel zorgelijk want 40 van de 120 medewerkers gaan hun baan verliezen. Wat is er aan de hand:
Er heerst bij veel collega’s een algemeen wantrouwen m.b.t. het MT van Amsterdam-werkt! De uitvoering wordt niet betrokken bij interne besluitvorming en bij interne veranderingen. Notulen zijn geheim er is totaal geen transparantie.
De directie staat al jaren open concurrentie binnen- en buiten de gemeente toe m.b.t. toepassing van het re-integratie-instrumentarium. Klantbegeleiders kunnen buiten Amsterdam-werkt! om, dezelfde instrumenten inzetten/in laten inkopen. Er is niet gestuurd op het principe van “Eigen trajecten bij de directie Werk en Participatie gaan voor, tenzij” Het is dan ook niet vreemd dat er jarenlang minder aanmeldingen zijn op de eigen trajecten bij de afdeling Amsterdam Werkt!. Zie ook mijn eerdere blog “Sturing, sturing en Sturing” uit juli 2025. Dit is jarenlang mismanagement op directieniveau. Voorts is het natuurlijk een vereiste dat trajecten goed aansluiten op de vraag.
Teammanagers van klantbegeleiders moeten doen waarvoor zij zijn ingehuurd namelijk hun personeel (de kernfunctionaris: de Klantbegeleider) aansturen. Naast de personele gesprekken (MAG) ook periodiek caseload-gesprekken voeren . Dit in plaats het bezig zijn met allerlei randzaken. (Zie ook het Deloitte onderzoek van twee jaar geleden. Advies: “De medewerkers centraal!”). Bij de aansturring dus “Eigen projecten van de directie W&P hebben voorrang. Pas extern als plaatsing intern niet kan. Klantbegeleiders moeten vanuit hun vakmanschap kunnen uitleggen waar om een duur extern traject wordt gekozen.
De klantbegeleiders op hun beurt moeten worden ontzorgd van allerlei administratieve ballast wat de registratiesystemen met zich meebrengen. Zie ook mijn eerder blog hierover “De bloemkooldoctrine”. Doel moet zijn dat zij netto 15 klanten fysiek per week kunnen spreken in plaats van de huidige 5 a 8 per week klanten/Amsterdammers. Dus minder achter de computer en meer in de spreekkamer.
De kloof tussen het MT van Amsterdam-werkt! en het overig personeel door de jaren heen wordt alleen maar groter, het lijkt er sterk op dat er een eigen MT-koers wordt gevaren: er heerst bij het MT een overlegcultuur vanaf laptops in plaats van een goede dialoog met het personeel. Er is geen verbinding. Amsterdam Werkt! Heeft de afgelopen drie jaar inmiddels vier afdelingsmanagers versleten, dat zegt al genoeg. Notulen van MT’s worden niet gedeeld, zijn niet ter inzage.
Als medeoorzaak van deze reorganisatie wordt er in algemene termen gesproken (over ‘veranderende behoefte van de Amsterdammer’ en ‘dat het instrumentarium van Amsterdam-werkt! niet aansluit’. Er is geen definitie en dit is dus totaal onduidelijk en mistig aldus de medewerkers. Kijk dat er een focus komt op drie doelgroepen is prima maar sluit de de andere Amsterdammers niet uit van deelname op de diverse trajecten. Iedereen doet mee met extra aandacht voor drie groepen zou het adagium moeten zijn.
Er zijn grote zorgen onder het personeel van Amsterdam-werkt! m.b.t. een eerlijk verloop van de toepassing van het uiteindelijk sociaal plan. Er wordt gedacht aan oneerlijke sturing indien bijvoorbeeld collega’s zouden moeten solliciteren op eigen/bestaande functies
Oproep aan de de nieuwe directeur van de directie Werk en Participatie, Annemarie Stokman, om in te grijpen en als directeur in gesprek te gaan met de medewerkers van Amsterdam Werkt!
Edward Neering*
*In de jaren tachtig achter het loket van de sociale dienst Amsterdam gezeten als bijstandsmaatschappelijk werker. De Jaren negentig en nul 20 jaar is het management gezeten van Werk en inkomen met de nadruk op re-integratie. (diverse rollen). Samen met Boer & Croon in de jaren 2004 en 2005 de functie van klantmanager ontwikkeld voor de Dienst Werk en Inkomen die per 2006 startte. Vanaf 2009 als interim manager gewerkt bij het stedelijke Bureau Interim & Advies en drie opdrachten gedaan in het domein van Werk en inkomen. Van 2021 tot 2025 OR lid geweest en dagelijks bestuurder en contactpersoon voor de directie Werk en Participatie. In de OR periode het OR advies voorbereid van de vorige grote reorganisatie bij WPI.
Tijdens mijn afscheid (zie foto hieronder) eind november 2024 kreeg ik van mijn BIA-directeur, Stijn Wilke, een kopie van de Blonde Dame. Iedere medewerker die Bureau Interim & advies verlaat krijgt dit cadeau naast een fles “BIA wijn”. Dit is natuurlijk niet zomaar, hier zit een verhaal achter.
Van AGA naar BIA
BIA heette voorheen AGA, Advies Groep Amsterdam. Dit bureau is ontstaan uit het projectbureau 2200 bij de gemeente Amsterdam dat begin jaren 2000 is opgericht op het Amsterdamse stadhuis. Kernactiviteit van dit bureau is dat zij tijdelijk advies en interim klussen doen voor de gemeente Amsterdam (60 directies) in de volle breedte. Dus van de reiniging tot aan bestuursdiensten op het stadhuis. Een wendbare club door en voor slimme jonge mensen. Na AGA kwam in 2015, na de grote reorganisatie, Bureau Interim & Advies (BIA) en het bureau heeft nu nog steeds dezelfde opdracht. De slimme jongeren werden vanaf 2009 aangevuld met oudere (senior) adviseurs/interim-managers.
De blonde dame op de fles wijn als relatiegeschenk van Bureau Interim & Advies
Beeldende Kusntenaars Regeling (BKR)
Op 1 juli 1987 werd in Amsterdam de BKR (Beeldende Kunstenaar Regeling) afgeschaft. Kunstenaars kregen geen geld meer voor de erkenning dat zij kunstenaar waren en konden tot 1 juli 1987 een bescheiden inkomen verdienen via de BKR. Voor dat geld leverden de kustenaars een tegenprestatie door kunstwerken in te leveren bij de gemeente Amsterdam. De kunstwerken werden opgeslagen in depots een ook in de kelder van de Stopera (het Amsterdamse stadhuis/operagebouw) .
Massaal verdwenen de kunstenaars in de vermaledijde bijstandswet en ontvingen zij dus een bijstandsuitkering (RWW). De status van kunstenaar aan de onderkant is vanaf dat moment fors aan inflatie onderhevig. Het is ook de tijd van de bloei van de Artotheken in de stad waar gepromoveerde kunstwerken uitgeleend werden aan Amsterdammers.
Kunstwerken waren als ware dieren in een asiel. Jarenlang wachten op een eventueel baasje dat je aanwijst en het dier verlost uit een hokverblijf, maar nu dus voor kunstwerken met als expositieruimte de Artotheken waar de werken geleend konden worden.. Het gros van de kunstwerken bleef staan waar het stond en bleef staan tussen collega “niemandalletjes”.
De toenmalige baas van project 2200 was afgedaald naar de catacomben van het stadhuis en koos een gigantisch (drie grote panelen) kunstwerk, enige megalomanie was haar niet vreemd, om te worden opgehangen in de project 2200 ruimte op de 1e etage aan de Waterloopleinkant van het stadhuis. De blonde dame deed begin zero’s haar intrede als kunstwerk aan de wand en toonde haar naaktheid. Ze zag dat het goed was en zag hoe de enthousiaste club jonge mensen transformeerden naar Adviesgroep Amsterdam (AGA). Daar kon je 4 jaar vertoeven om uiteindelijk door te stromen binnen de gemeentelijke organisatie of elders. Vanaf 2008 kwam daar ook een groep interim managers bij die hetzelfde arrangement voor twee jaar kregen. De blonde dame werd een begrip binnen AGA en langzaam werd het ook een symbool van de jonge flextijgers. De blonde dame dook aangekleed terug op een vakantiekado tijdens een zomerfeest aan het personeel in 2012. (zie foto hieronder)
Vakantiekado AGA 2012, de blonde dame aangekleed op het strand
Dan komt het moment dat AGA moet verhuizen naar de Weesperstraat 105 A ergens in 2012. Inmiddels is AGA getransformeerd naar een bevlogen club waar je je als interim professional kunt ontwikkelen voor flexibele/creatieve en daadkrachtige oplossingen voor een beter Amsterdam. Het inmiddels tot cultureel erfgoed gebombardeerde kunstwerk wordt ineens onderwerp van strijd. De toenmalige directeur Facilitaire zaken (Jos. M) eisde dat de blonde dame bleef huizen in de Stopera. De directie van AGA nam een gedecideerd besluit en kochtt, na taxatie, het kunstwerk voor 1250 euro. Hiermee is dit kunstbezit behouden voor AGA gebleven. Een heus vervoersplan (zo ging dat bij AGA) wordt opgesteld om het kunstwerk te verhuizen naar de Weesperstraat 105 A (hoek Nieuwe nieuwe Prinsengracht). De kosten voor het vervoer overtreffen de aanschafwaarde van 1250 euro. De omzet van AGA vertoont dat jaar plots een knikje. ;-).
Als een dierbare die naar haar graf wordt gedragen wordt de blonde dame door Agisten naar haar nieuwe toekomst gedragen, letterlijk op handen. Ze danst, doezelt en deint richting haar nieuwe bestemming bij de kersverse Dienst Advies en Onderzoek, waar ook het Amsterdam Bureau Communicatie (ABC) en de directie Onderzoek & Statistiek (O&S ) onderdeel van zijn, een combinatie van drie directies die geen lang leven beschoren zou zijn. .Ze hangt weer en ziet wederom dat het goed was en waakte nu over maar liefst drie directies.
Vanaf 2015 bij de grote reorganisatie bij de gemeente Amsterdam volgt dus de oprichting van BIA (Bureau Interim & Advies) , er volgt ook een nieuwe bestemming aan de Weesperstraat 113 op de andere hoek van de gracht van de Nieuwe Prinsengracht met de Weesper. Opnieuw wordt zij met liefde gewiegd en met grote zorg over de brug over de Nieuwe Prinsengracht bij de richting het nieuwe Bureau Inteirm & Advies (BIA) gebracht (slechts 50 meter). De ontwikkeling van BIA zet de lijn AGA-professionalisering voort en tevreden kijkt zij met een knipoog ook toe op dit proces.
Samen met het hoofd FZ van het facilitair bureau (ik doe daar op dat moment een opdracht als interim manager) doe ik half maart 2018 een schouw in op de Weesperstraat 113 in het kader van het 020 project “Zoek de Rembrandt”. We staan voor het drieluik van de blonde dame. Ze is onder de indruk en ziet plotsklaps de flappen met gele post-its naast het kunstwerk. “Wat is dat?”. Ik merk dat ik begin te blozen en vertel schoorvoetend het actuele verhaal.
.
Zie naast het kunstwerk de fiap met gele post-its
#MeToo
Toen was daar ineens de “#metoo-affaire”. Zeg maar een golf van verontwaardiging over seksueel niet gewenst gedrag van vooral mannen in machtsverhoudingen, dus ook op het werk. Een vrouwelijke collega gaf tijdens een sessie van “BIA-talks” (zeg maar een creatieve vorm van werkoverleg) zich niet prettig te voelen als zij in de BIA ruimte moest werken met de naakte vrouw aan de muur op de Weesperstraat 113, ook al is het een kunstwerk . Het spel rondom De Blonde Dame was op de wagen. We zijn aangeland in 2018/2019 Er kwam een enquête onder het BIA personeel en een heuse deep democracy sessie. De meningen waren verdeeld en er werd besloten om De Blonde Dame niet meer mee te laten verhuizen naar de nieuwe BIA locatie op de Vijzelstraat in het pand van het stadsarchief.
Het compromis
Er zou gezocht worden naar een andere vorm om De Blonde Dame verder te laten leven in het BIA domein. Uiteindelijk kwam er witte rook uit de werkgroep die zich over dit weerbarstige probleem zich had gebogen. Besloten werd om in de pantryruimte van de nieuwe locatie een Behang te ontwerpen met de kruizen van Amsterdam opgebouwd uit allemaal kleine Blonde dames (minutieus). Voorts zou iedere vertrekkende medewerker een kleine reproductie van De Blonde Dame als afscheidscadeau ontvangen. Tegenwoordig wordt de keuze geboden of je reproductie wel of niet wilt ontvangen. Het origineel van De Blonde Dame werd in 2019 gegeven aan de vertrekkende directeur die waarschijnlijk het schilderij in een schuur heeft gedeponeerd dan wel op de schroot heeft gegooid.
Het aangepaste BIA behang met de kruizen van 020 met kleine Blonde Dames
zoom op de andreaskruizen van het blonde damebehang
Kunst
Hoe je het ook wendt of keert, De Blonde Dame is een kunstwerk en moet je dit opofferen/verwijderen/teruggeven/verkopen per opbod als medewerkers hier aanstoot aan nemen. Naast “de zwarte Pieten discussie” is de Blonde Dame de tweede controversiële kwestie geweest in de AGA/BIA geschiedenis. Wel of niet woke is mogelijk een derde. We zullen het zien.
Ik ben blij dat een kleine reproductie van De Blonde Dame bij ons thuis aan de muur hangt
Edward Neering
Twee BIA kwesties ineen: De blonde dame en zwarte piet.
Nederland biedt mij eigenlijk alle voedingsbodem om een fantastisch leven te leiden. Kansen zat gehad en ook voor de toekomst. En eerlijkheid gebiedt mij te zeggen dat, daar waar het fout is gegaan in mijn leven, ik uiteindelijk zelf de voornaamste verantwoordelijke was.
In grote lijnen is Nederland gewoon een bizar goede plek om te leven.
Nu hoor ik je misschien denken dat ik een naïeve romanticus ben, of dat ik het leven door een roze bril zie. Misschien denk je dat ik makkelijk praten heb, omdat ik een bevoorrechte positie heb als heteroseksuele, witte man. Dat ik blind ben voor de misstanden.
Ben ik niet.
Ik zie echt wel dat er nog veel te (be)schaven en te schuren valt. Dat er bestuurlijke keuzes zijn gemaakt die niet hebben opgeleverd wat ervan werd verwacht. Dat er maatschappelijke verschuivingen hebben plaatsgevonden op allerlei gebieden, waarvan zeker niet alle hebben geleid tot verbetering.
Oud zeer dat niet is verwerkt, nieuw zeer dat is onderschat — ik zie het allemaal.
We kunnen dat “problemen” noemen en dus op zoek gaan naar oplossingen.
En het is prima dat er verschillende oplossingen worden voorgesteld. De aard van die oplossingen kun je links of rechts noemen, religieus of liberaal, humanistisch, communistisch, fascistisch — wat dan ook. Verschillende visies op mogelijke oplossingen worden belichaamd door verschillende partijen. Op basis van een democratisch proces komen we dan uit op een uitslag, waarmee die vertegenwoordigers aan de slag moeten om samen tot beleid te komen waar de meeste mensen de minste moeite mee hebben.
Dat ik de ene visie aanhang en jij een andere, hoort bij die keuzemogelijkheden. En eerlijk gezegd: dat is juist een van de vele redenen waarom ik Nederland zo’n fijne plek vind.
Wat ik wel erg jammer vind, is dat een aanzienlijk deel van het electoraat — ik schat zo’n 25 à 30% — mijn liefde voor Nederland niet lijkt te delen.
Zij vinden dat het land ‘naar de klote’ is, dat alles kapot is gemaakt door “de andere kant” (lees: links of rechts), dat het land ‘niet meer van de Nederlander’ is, en dat er ‘niets meer van ons’ is overgebleven.
Een absolute rampzalige zaak, zo klinkt het.
Maar in alle redelijkheid kun je stellen dat dat gewoon niet waar is.
Ik heb even wat top-10 wereldranglijsten van Google geplukt om een idee te geven:
Gemiddelde welvaart
Verenigde Staten, Denemarken, Nederland, Taiwan, Zwitserland, Australië, Zweden, Hongkong, Singapore, Verenigde Arabische Emiraten
Zie je dat we overal — terecht — in de top tien staan?
Er zijn 195 landen op de wereld. We kunnen dus stellen dat we, op basis van deze lijstjes, tot de succesvolste 5% behoren.
Dat er altijd iets te verbeteren valt, daar zijn we het allemaal over eens.
Maar beweren dat Nederland “op de rand van de afgrond” staat, vind ik niet alleen een pijnlijk standpunt (je geeft immers af op de plek waar ik van houd), maar ook onwaar — en eigenlijk zelfs een tikje narcistisch. Misschien ook een beetje racistisch.
Want als je bij de top tien hoort op vrijwel elk belangrijk gebied, en je tóch vindt dat het hier afschuwelijk slecht gaat, zeg je in feite dat je recht hebt op een nóg beter leven, terwijl je al torenhoog boven 95% van de wereldbevolking uitsteekt.
En dat recht baseer je dan waarop precies?
“Want ik ben Nederlander, en daarom moet het mij oneindig veel beter gaan dan alle anderen”?
Ik zou het mooi vinden als we wat meer zouden beseffen hoe goed we het hier eigenlijk hebben, en met minder woede en ondankbaarheid een meer constructieve houding zouden aannemen op weg naar verdere, onbetwistbaar noodzakelijke, verbetering.
En dat we ook best trots op elkaar mogen zijn — want links en rechts, fascist en socialist, theïst en atheïst: we hebben het toch maar mooi sámen tot die lijstjes geschopt.
En voor degene die echt wil volharden in zijn diepe hekel aan het huidige Nederland:
ik denk dat in jouw geval migratie niet het probleem is, maar de oplossing.
De website smoes50.nl staat vanaf 25 oktober 2025 online. Prachtig geworden. Een kadootje voor het 750 jarig bestaan van Amsterdam en alle oud SmoeSbezoekers in de jaren 70,80 en 90.
Er kwamen bij de redactie van de website regelmatig verzoeken binnen om foto’s, films en ander SmoeS-materiaal met oud-medewerkers, bands en bezoekers te delen. Ook kregen we de vraag of het ‘Smoes 50 jaar feest’ nog eens herhaald kon worden.
Daarom is er het afgelopen jaar hard gewerkt aan een SmoeS-website waar herinneringen, verhalen en veel historisch materiaal verzameld worden. Fred Warries heeft er een fantastische reis door 25 jaar SmoeS van gemaakt. Hij heeft geprobeerd de sfeer van vroegere tijden online te laten herleven.
De website smoes50.nl staat vanaf 25 oktober 2025 online.
De website staat vol met alle jaargangen van de SmoeS-bulletins, affiches, krantenartikelen, een database met alle optredens op het SmoeS-podium, achtergrondinformatie en beeldmateriaal van bands die ooit op het podium stonden en foto’s en oude geluidsopnamen van onder andere het optreden van Sjef van Oekel en Barend Servet.
Er staat weliswaar waanzinnig veel materiaal op de website maar het is nog zeker niet compleet. De webredactie hoopt op termijn nog veel meer materiaal te kunnen toevoegen. Als jij nog materiaal beschikbaar hebt dat we mogen lenen om op de website te plaatsen, dan horen we dat graag via een reactie op de site
Edward Neering
Medewerker jongerencentrum SmoeS van 1977 tot 1982
Afgelopen woensdag 22 oktober vond in de Vorstin (voorheen Tagrijn) te Hilversum een slotbijeenkomst plaats over drugsgebruik in jongerencentra in de jaren 70, 80 en 90, het symposium Drugsmonologen. In dit laatste kwart van de vorige eeuw verrezen de Open jongerencentra als paddestoelen uit de grond al dan niet gesubsidieerd door een gemeente. Drank vloeide er volop maar ook het gebruik van soft dugs nam een enorme vlucht en in de kielzog daarvan kwam ook het harddugsgebruik (o.a. Speed, Opium, Cocaïne en Heroïne) opzetten in sommige centra. Eind jaren 80 en 90 kwamen andere middelen als Crack, Coke Base XTC- en andere pillen de centra binnen. Het hoorde bij het uitgebreide experimenteer reportoire van jongeren. Deze jongerencentra in Nederland hebben dus een belangrijke rol gespeeld bij de normalisering van middelen door de jaren heen.
Kees Schelling was uitgenodigd in verband met zijn prachtig gedetailleerde boek over Open Jongerencentrum SmoeS in Amsterdam Sloten in de jaren 70,80 en 90. Ik was met hem mee. In SmoeS vloeide de alcohol volop en was er softdruggebruik, later mochten er alleen buiten joints worden gerookt. Verder veel herkenning met problemen (intimidatie en vechtpartijen) tussen bierdrinkers/Disco gangers en de rokers (de stuffies) uit de jongerencentra. In SmoeS kwamen zowel jongeren uit Amsterdam Nieuw West als uit Badhoevedorp.
Nikki de La Rie gaf een interessante lezing over de geschiedenis van middelengebruik door de jaren heen van jongerencentra in Nederland en specifiek in Utrecht in het kader van haar promotie-onderzoek. Jongerencentra zoals de Kargadoor, Kasieno en ’t Spinnehok waar later het bekendere poppodiun Tivoli voor in de plaats kwam. Ook de geleerde lessen n.a.v. deze bijzondere historie kwam aan bod.
Schrijver Kees Schelling (uiterst rechts) tijdens het panelgesprek
Veteranen van de jongerencentra jaren 70/80
Diie rode draad kwam ook weer terug in een panelgespek met vier veteranen die, al dan niet als beroepskracht, werkzaam waren geweest in zulke jeugdcentra: Kees Schelling van SmoeS, Ernst Mulder van De Boerderij in Zoetermeer, en Hellian van Beekum en Herbert Boerendonk van De Tagrijn in Hilversum, Hun verhalen lieten veel variatie tussen de centra zien: in hun omgang met softdrugs en harddrugs, met bezoekers en de gemeente, met gebruikers en dealers. Of er met het verdwijnen van de meeste centra veel verloren was gegaan waar we vandaag de dag nog wat aan zouden hebben? Plekken waar jongeren zichzelf kunnen ontwikkelen en experimenteren, en waar ook ruimte is om goede kennis op te doen over middelen, of je die nou ooit gaat gebruiken of juist niet – die gunden ze de jongeren van vandaag ook. Muziek, theater, film, een kritische blik, drank en drugs brachten deze jongeren bij elkaar in de tijd dat sociale media niet bestonden. Aansluitend aan het panel werd een beleidsadvies aan twee ministeries overhandigd op grond van dit historische onderzoek.
Prachtig en mooi alle berichten die ik lees over het Suriname Museum. Eindelijk heeft het museum nieuw leven ingeblazen gekregen, dat werd tijd.
Helaas zie ik nergens de naam van Thomas Swanenberg in de berichten terugkomen. Hij was in de jaren 90 de allereerste oprichter van Het Surinaams Historisch Museum. In 1994 kwam hier helaas een einde aan. Grappig feit is dat dat museum destijds in hetzelfde gebouw zich bevond als waar het onlangs geopende Suriname Museum gevestigd is. Als Maatwerk Amsterdam hebben we nog getracht destijds om hier banenpoolbanen te creëren in opdracht van stadsdeel Oost.
AT 5, het Parool en FunX hebben aandacht besteed aan de opening op 26 september 2025 maar niemand is in de geschiedenis achtergrond gedoken. De familie van Thomas Swanenberg (inmiddels overleden) heeft de afgelopen jaren gepleit bij de directie van het huidige museum om Thomas Swanenberg als bedenker van het Surinaams historisch museum op het schild te zetten.
Desgevraagd verklaart een kleindochter van Swanenberg: “Hij zou enorm trots zijn geweest hierop als hij nog in leven was. Echt waar gewoon. Dit was zijn droom, zijn levenswerk”.
Zijn huidige kleinkinderen zagen hun opa altijd bezig zijn met zijn spullen verzamelen en sorteren. Een van hen heeft zelfs nog geholpen achter de kassa als 5-6 jarig meisje, als vrijwilliger natuurlijk ;-).
“Hij was zo trots op zijn museum! Het was het gesprek van de dag thuis. Helaas was er in de jaren 90 weinig tot geen animo voor waardoor het museum na 4 jaar het financieel niet meer kon bolwerken. Hij was er kapot van. Het was zijn hart en ziel. Al het harde werken was in 1 keer weg. Gelukkig had hij ons om op terug te vallen en overspoelden we hem met liefde waardoor hij door de moeilijke periode in de jaren negentig heen kon komen”.
De familie wil hun opa alsnog de erkenning en naamsbekendheid geven want dat verdient Thomas Swanenberg als oorspronkelijk bedenker van dit concept voor een cultureel historisch Suriname Museum.
Nu wil het feit dat de familie al enige tijd bij de huidige directie probeert om de oorspronkelijke oprichter wel een plek te geven in de berichtgeving rondom de opening van het huidige museum echter zonder resultaat. Sterker nog ze laten helemaal niets van zich horen.
In mijn werk als directeur van de stichting Herstelling hadden wij veel te maken in de jaren negentig en begin vorige eeuw met Suriname en het cultureel historisch erfgoed. Er hebben in deze periode diverse uitwisselingen plaats gehad tussen Suriname en Nederland. Vandaar mijn betrokkenheid.
Ik roep de directie van het huidige Suriname Museum op om snel in contact te treden met de familie Swanenberg met als doel om Thomas Swanenberg in de communicatie rondom het museum de aandacht te geven die hij verdient.
Edward Neering
NB: Het Suriname Museum is overigens gevestigd op de Zeeburgerdijk 21 in Amsterdam, stadsdeel Oost.