Mijn Tour de France

Joop

Mijn Tour de France

door: Edward Neering

Het komt allemaal weer voorbij. Jeroen Wielaart met zijn bierviltjes waarop het idee van de tourstart in Utrecht werd geschetst een aantal jaren geleden, de ploegenpresentatie, de tour zonder Mart Smeets, of toch weer niet (1989)  enz. De opgehemelde kansen voor Tom DuMoulin terwijl Tony Martin, Rowen Dennis of Fabio Cancellara de proloog gaat winnen enz. Het wordt daar dit weekend zo druk en warm dat geen haar op mijn hoofd erover denkt een bezoek aan 030 te brengen. Nu komt mijn schoonmoeder deze week dus zou het even een mooie escape zijn. Ik verkies klikkende breinaalden boven een bonello in de kokende domstad. Eigenlijk word ik er een beetje moe van en hoop dat het snel weer zondag is en de karavaan gewoon op weg gaat richting Frankrijk via Rotterdam en Zeeland.

En dan zie ik weer Joop, onze Joop, de winnaar van de grote ronde van Frankrijk in 1980. De enige ronde die ik helaas vanuit de krant moest volgen wegens een fietsvakantie naar Frankrijk. Waar Zoetemelk klom met het peleton naar l”Alpe de Huez en La Plagne, klommen wij naar de top van de Ballon D’Alssache in de Vogezen. Voor ons een reus maar voor de tourrenners een puist, aldus Peter Winnen ooit verklaarde tegenover Jean Nelissen. Joop Zoetemelk, ooit winnaar van de Ronde van Badhoevedorp in 1968, waar mijn vader déén van de EHBO mannen was en ik, als tienjarige jongen, onder de indruk was van zijn oranje/bruinkleurige EHBO band rond zijn arm. Waar malle Hans, de Badhoevedorpse “dorpsgek” met een bos bloemen over de finish kwam nadat het hele amateurpeleton de streep was gepasseerd. Hans stond wel op de voorpagina de week daarop van de Badhoeve/Slotense Courant de winnaar van de ronde niet!

En de tijd schrijdt voort, als de Tour dit jaar eindigt op 26 juli in Parijs word ik 57 jaar en Mick Jagger 72 jaar. Dat is natuurlijk geen toeval dat Jagger en ik op dezelfde dag jarig zijn, maar dat terzijde 🙂 . De tour gaat natuurlijk ook weer een Nederlandse winnaar kennen, ik voorspel binnen 10 jaar. Dat brengt mij terug naar de eerste winnaar Jan Janssen in 1968. Drie weken geleden zat ik met de directeur van BP om tafel bij de Omgevingsdienst in Zaandam, mijn huidige opdracht als interim manager. Hoe we er op kwamen weet ik niet meer maar we hadden het even over deze tour uit 1968. Jan Janssen won met acht seconden van de belg Herman van Springel. Mijn vader en ik waren zo opgetogen dat ik hem uitdaagde voor een sprint op de Schipholweg in Badhoevedorp. Ik herinner mij zelf dat er BP op mijn net verworven T-shirt stond net zoals op het wielershirt van Louis Ocana. Ik schetste de directeur van BP mijn shirt en vertelde dat er een heuse tijger op mijn shirt stond. “Even voor de goede orde” zei hij, maar je hebt het voor Esso “met een tijger in je tank”. Het was even stil aan tafel, de concurrent was onverwachts binnengekomen.

En de sprint?  Mijn vader was natuurlijk een echte vader en liet mij winnen, de streep lag op de hoek Sloterweg/Schipholweg waar nog steeds een BP station is gevestigd in mijn geboortedorp.

tijger

DRS P in jongerencentrum SmoeS

DRS P foto

Drs. P. is dood,

40 jaar geleden trad drs. P. op in het jongerencentrum ‘SmoeS’. Het jongerencentrum waar ik destijds coördinator was als vrijwilliger. Een half uur voor hij kwam, werd de oude piano gestemd. De pianostemmer ter plekke krijgen was een hele klus. 40 telefoonnummers moesten gebeld worden in de gouden gids, maar uiteindelijk was er één die bereid was om op het begin van de zaterdagavond te komen stemmen in Amsterdam Sloten voor 60 gulden. Drs P kostte 450 gulden dus voor 510 gulden was er een duur programma die avond. De entree was 3 gulden en 50 cent. Het bezoekersaantal was rond de 100 jongeren dus wederom moest de baromzet de doorslag geven.

SmoeS logo

Drs. P. kwam, zette zich achter de piano, zette de muziek klaar en de brand in zijn sigaar, handen gereed boven de toetsen. Het vele publiek muisstil luisterend. Zijn eerste woorden: ‘het enige wat mij nog kan overkomen om geen voorstelling te geven, is dat het licht mij nu uit de ogen valt’.

Dat was niet het geval en een grootse muzikale literaire performance was ons deel.

 

Hoogtepunt van die avond was dat “malle Frans” er heel vaak door heen tetterde. Frans was onze dorpsgek die regelmatig in SmoeS kwam en aparte postitie had verworven tussen de jongeren. Grootste probleem voor Frans was dat hij altijd op zoek was naar een vriendin, maar die nooit kreeg. Wel was het heimelijk verliefd op Emily  uit SmoeS en dat stak hij niet onder stoelen of banken. Nadat hij voor de zoveelste keer door een nummer van Drs P had gekierd onderbrak de Amsterdamse taalvirtuoos even kort zijn optreden en richtte het woord tot Frans. “Jongenman, als u zo doorgaat zult u nooit een vriendin krijgen!!!” Frans was sprakeloos en ontroostbaar die avond.

 

95 jaar, drs. P. zijn dodenrit bracht hem veel verder dan Omsk.

Hoezee

Edward Neeirng/Henk Bruning

De Ultraloop van Mark in Zuid Afrika

UL Mark

 

Foto boven: Mark in actie tijdens deze Zuidafrikaanse Ultraloop

Onderstaand verslag is geschreven door Mark Slaman

Comrades 2014: niet uitgelopen, maar mijn mooiste loop ooit.

Wat een dag, wat een event, wat een week. Vol met gevoelens van kameraadschap, gastvrijheid, verdriet, geluk, bewondering en teleurstelling. In 38 jaar nog  nooit voortijdig gestopt bij een duursportavontuur*.  De Comrades 2014 was de eerste keer. En niet omdat ik een slechte dag had.

Ik heb  74 kilometer van de  89 Comrades kilometers  gelopen. Het ging lang goed. Zo goed dat ik vanaf de helft  dacht  dat ik de finish zou halen. Op 60 kilometer was ik heel zeker. Nog maar  27 kilometer afdaling en slechts  twee omhoog. Nog  4,5 uur over.  Maar al 4 kilometer later begon de twijfel, die een paar kilometer zou duren. De laatste 5 liep ik in de wetenschap dat ik de finish niet zou bereiken.

Wat overheerst is dat het niet nodig was. Overmoed heeft me de das om gedaan. Het is zeker niet de eerste keer dat ik er te makkelijk over dacht , dat optimisme een slechte eigenschap bleek te zijn, maar nog nooit was de prijs zo hoog.

Goodbye Mark

 

Mark een week voor de loop: Optimisme siert hem!

Wie op veilig speelt, zoals ik vaak deed, haalt altijd zijn doelen. Aan zo iets groots als de Comrades was ik nog nooit begonnen. De Comrades is niet de langste ultraloop ter wereld, niet de zwaarste, maar wel de allergrootste qua deelnemers en beleving.  Een ontstaansgeschiedenis in de Eerste Wereldoorlog,  de roerige apartheidsjaren overleefd, een symbool voor verbroedering en doorzetten, een nationaal sportmonument  ook omdat tijdens de jaren van isolatie het een TV kijkcijferkanon was. Een parcours met historie, traditie, met landmarks, met prachtige verhalen. De vergelijking met de Elfstedentocht is veel gemaakt, is  krom, maar  het komt in de buurt .

Ik ben geen ultraloper. Ik heb de Zestig Texel  gehaald. Daarvoor slechts 4 marathons, allemaal met moeite gelopen. Dus 89 kilometer in de heuvels is voor mij veel. Met een drukke baan, een jong gezin en 53 jaren op de teller  een heel groot  en onzeker avontuur. Door het schrijven van mijn boek “Stilstaan bij hardlopen” en door het succesvol lopen van Texel heb ik veel geleerd en durfde ik het avontuur aan.

UL Mark nacht

 

Foto boven: De start in de nacht in Durban

Naast overmoed heeft eigenwijsheid mij ook wel een beetje genekt. Maar ja, het zit in de aard van het beestje en het heeft me ook veel gebracht. Ik vind graag het wiel uit. Ik zoek liever de weg op een mooie kaart dan dat ik dat het google maps laat doen. De Google-uitkomst is beter, maar het neemt het plezier van puzzelen, trial and error weg.

Mijn training was vast niet ideaal. Ik heb gedaan wat ik dacht wat genoeg was, wat paste in mijn leven en dat van Marthe.  De training moest ook leuk blijven. Krachttraining vind ik niet leuk, traplopen ook niet.  Het is me vaak geadviseerd, ook door Comradeslopers. Ik heb het me vaak voorgenomen. Had ik het maar gedaan. Ik heb wel 40 weken constant getraind. Gemiddeld 5 keer  54 kilometer per week. Wel de heuvels opgezocht,  in Nice en Limburg getraind, in de Kennemer Duinen op het Kopje van Bloemendaal en viaducten over de Amstel. Ik heb  3 marathons gelopen, Rotterdam, Apeldoorn en de Kustmarathon. De training ging goed, tot de laatste maand en de laatste lange 50 kilometer trailrun.  Ik voelde me  tijdens de laatste maand moe, waarschijnlijk ook door drukte op het werk en tijd- en slaaptekort.

Ik had nog meer zorgen. Zou ik zoals vaker op lange afstand misselijk worden of diarree krijgen. Diarree had ik op zaterdag, maar de firma Norit leverde dienst tot maandag. Zaterdagavond nog een maagpijn die ik zelden had. Mijn heupen. Al jaren last van; als ik lang zit of loop. Tot slot te weinig of te veel drinken en omgaan met de warmte.

Het mentaal voorbereiden op de loop stond wat onder druk door waar ik verbleef. Eerst bij neef Jan, wiens rollercoaster na het plotselinge overlijden van zijn vrouw 3 maanden geleden nog lang niet gestopt was. En de dag voor de race bij Sally en Charlie, die me de prachtige Midlands in een middag en avond lieten zien.  Ze brachten me ook naar de start en waren geweldige steun.Ik was er noch te vroeg, noch te laat, kom me goed concentreren. Kippenvel bij het volkslied, Shoshozoloza, Vangelis en de kraaiende haan.

Rustig starten lukte prima. Wandelen als het wat steiler werd. Ik wilde vooral de klimmen in de eerste 22 kilometer niet forceren. De benen voelden goed, nergens een pijntje. Geen last van mijn heupen en ook mijn maag bleef rustig.

Voldoende ruimte op de weg en langs de route behoorlijk wat volk. Alle kleding die wordt uitgetrokken en weggegooid vindt snel een bestemming. Sommigen lopen met grote volle zakken rond. Ik loop  met een petje met lampjes in de klep. Helemaal niet nodig, want er is voldoende straatlicht. Ik maak wel een kereltje van 5 gelukkig. Zijn ogen branden als het petje met de lampjes aan in de schoot geworpen krijgt.  Beetje bij beetje gooi ik mijn reservemateriaal (petjes, sporttape, shirt met lange mouwen) overboord. De glimlach van de vanger weerspiegelt in mijn hoofd.

De sfeer langs en op de weg houdt het midden tussen rust en enthousiasme. Weinig gejoel, veel rustige, welgemeende aanmoedigingen, ook van andere lopers. Het lekkerst loop ik een bus, waar meer gezongen wordt in een ritmische tweezang.

Als ik het bord met nog 50 kilometer passeer ben ik verrast door mijn eigen reactie. Piece of cake. Heb ik eerder gedaan en toen voelde ik me bij de start slechter dan nu. Het gaat goed komen. En hetzelfde denk ik als ik nog een marathon moet. Heb ik 5 keer in training gedaan. Mogelijk laat ik me daardoor toch te veel meeslepen. Ik haal op klimmen en vooral afdalingen veel mensen in.

Rond 45 kilometer komt de lange klim Inchanga. Ook die gaat me goed af. De zon blijft achter een dun wolkendek en warm heb ik het niet. Na de klim begint de zon wel vol te schiijnen. Op advies van Hans Koeleman hou ik mijn hoofd letterlijk koel en stop ik bonken ijs in mijn pet. Ik hoor iemand zeggen dat het vanaf 30 kilometer nog maar 2 kilometer omhoog is en de rest heuvel af. Omhoog loop ik met een bus mee, als er een in de buurt is. Naar beneden ga ik sneller, ook omdat bussen meer tijd kwijt zijn bij verzorgingsposten.

UL Mark volk

Ultraloop: lopend de helling op

Wat valt het allemaal mee. Ik begin al te denken aan de finish en dat ik met nog 17 kilometer te gaan aan Jan kan doorgeven dat hij thuis kan bellen dat ik het ga halen. Een paar kilometers later maak ik mijn veters vast. De kramp schiet in een heupspier. Hey, waar komt dat vandaan? Mijn Waterloo is Fields Hill. De helling is steil. Ik probeer soms te lopen , maar krijg vanzelf weer vaart. En telkens als ik start doen mijn quadriceps meer pijn. Als ik in Pinetown aankom doen ze heel erg pijn en kan ik mijn bovenbenen niet meer buigen. Rennen zit er niet meer in. En wandelen gaat niet snel genoeg. Hoe ik ook reken, ik kom minimaal een kwartier en waarschijnlijk een half uur tekort.

Ik ben nog een kilometer van Cowies Hill, waar Jan en Greg, zoon van mijn nicht staan. Ik moet hen vertellen dat ik het niet ga halen. Emotie overmant me. De gedroomde finish in het stadion zit er niet in. Een halve kilometer loop ik met de tranen in mijn ogen. Ik wandel en met mij velen. Veel mensen roepen me “well done Mark”and “come  on”toe.  Ze weten niet dat ik het opgegeven heb. Jan kan ik niet vinden. Ik  ga Cowies Hill over en zoek daarna na een goede plek om uit te stappen. Dat is precies op 15 kilometer, waar ik naar de andere kant van de snelweg kan; waar Jan me op kan halen. Met een droef gemoed kijk ik nog een keer naar de lopers die wel doorlopen, die nog een beetje vaart uit de benen persen.

Ook telefonisch kost het moeite Jan te bereiken.  Als ik in het gras wacht word ik aangesproken door een stel dat vraagt of ik OK ben. Ze kennen de straat niet waar Jan woont, maar gaan me brengen. Eerst naar de supermarkt voor drank en chips. Uiteindelijk bereik ik Jan en haalt hij me bij Superspar op.

In zijn Jacuzzi met een biertje zie ik de finish. Herken veel mensen die ik onderweg zag. Velen van hen zou je geen stuiver voor de goede afloop gegeven hebben, maar ze zijn er. Ouder dan ik, zwaarder, ongetrainder, meer kapot dan ik was, maar zij zijn er wel!

Het is alsof het honderden kilometers verder plaatsvindt, maar ik ben heel dichtbij. Ik was heel dichtbij. Ik had een hele goede dag maar was te gretig en had te weinig respect voor de downhill. De “had –ik- maars” gonzen nog lang door mijn hoofd. Had ik maar bij een bus gebleven, meer gewandeld down hill, krachtraining gedaan.

Ik kan niet anders bekennen dat ik niet sterk, niet slim genoeg, niet ervaren genoeg was om de Comrades aan te kunnen. Zuid-Afrikanen vonden me niet vet genoeg, om maar te relativeren wat er voor nodig is om de Comrades te lopen. Allemaal waar, al was ik voor mijn gevoel heel erg dichtbij.

De Comrades was de eerste loop die ik niet uitliep en toch de allermooiste loop ooit.  Nergens zoveel moedige lopers, zoveel sportbeleving, doorzettingsvermogen, diversiteit, behulpzame medelopers en supporters en een magische sfeer, van start tot finish; van de week voor de start tot weken er na.

*) de driedaagse Churer Erlebnislauf in 2007 liep ik deels, maar dat was vooraf ook de bedoeling.

 

Goodbye boek

 

het boek “stilstaan bij Hardlopen” van Mark Slaman is oa te verkrijgen bij Scheltema op het Koningsplein.

Het verraad van Parijs

HMP P en E

 

Het is zaterdag 1 maart en de Thalys is zojuist vertrokken van spoor 13a Amsterdam CS. Morgen de halve marathon van Parijs bij het Bois de Vincences. Bij de grens ga ik volledig uit de lucht. Mijn Ipone is geblokkeerd buiten Nederland. Roamingblokkade akkoord maar een totale blokkade door je werkgever is een beetje overdreven, soit!. Voor het eerst dat ik met de Thalys naar Parijs ga zonder vertraging dus in iets meer dan 3 uur sta ik op Gare de Nord. Mijn hotel is om de hoek in een duidelijk pakistaans/indiaas getinte straat. Na mijn bagage gedropt te hebben als een speer naar de nummerafhaalplaats bij de start met twee metro’s. Alleen een startnummer bij afgifte van een medische verklaring die gelukkig in mijn bezit is en vervolgens naar de stand van Artsen zonder Grenzen. Blijken Paul en ik  op de tweede plaats geëindigd te zijn van de donatiewervers met onze €1800,= euri . Op de foto met AZG om deze zilveren plak te vieren en even bellen met de telefoon van de standhouder om mijn loopmaten te kunnen ontmoeten. Gelukt, ergens bij het centre de Pompidou. De volgende dag is het zover. Prachtig weer en na een slechte nacht heb ik er toch veel vertrouwen in om vandaag een tijd te gaan lopen onder de twee uur met broer Paul als haas. Paul, trouw als een bloedbroeder, zal mij nooit laten vallen en zal mij als een blindengeleide hond bij de finish afzetten. Parijs zal juichen en jubelen en mij op de schouders nemen. Bij die gedachte verschijnt er een speelse glimlach op mijn gezicht.

HMP 2014 zeer zwaar

Foto ooven: De laatste kilometer

De start gaat niet goed. Direct slachtoffer van gedreutel van anderen en we komen direct in een lopersfile. De eerste twee kilometer gaan boven de zes minuten per kilometer dus we zitten direct al een minuut boven het schema. Paul besluit te gaan sleuren en ik voel dan al dat ik te snel ga. De andere tandem is Kees Klaver met als haas Kees Schelling. Direct besloten om mij niet te laten opjagen en deze tandem te laten voor wat deze is en onze eigen race te lopen.

HMP groep

 

Foto boven: vlnr: Paul Neering, Kees Klaver, Kees Schelling, Edward Neering en Harry vd Wal.

Na 5 kilometer krijg ik de drinkbus die Paul draagt. Mijn broer heeft bijna alles al opgedronken er zit niets meer in en ik smijt het plastic gevaarte in de kant en bij de volgende drinkpost loopt mijn haas gewoon door. Als kopman moet ik helaas ingrijpen en stuur Paul terug om drinken te halen. Tegen de stroom in doet Paul keurig wat de baas van hem vraagt J ! Na 10 km liggen we op schema maar ik heb  wel veel moeten geven. Langs de kant staat een post van Artsen zonder Grenzen. Ze herkennen mijn shirt en luid en duidelijk is te horen “Allez les medicins!!” Een stukje verderop komt er ineens een helling op weg naar de binnenstad van Parijs. Dodelijk als je toch al niet meer goed in je vel zit, maar goed we lopen door en we raken iets achter op het schema. Paul houdt de moed er in en schreeuwt “We liggen nog steeds op koers!” Kilometer 12 is zojuist gepasseerd. Weer een helling richting la place de la Bastille, nee he!. Langzaam vloeien de krachten uit de witte keniaan dus ik besluit op mijn tempo op de automatische piloot te gooien. Doelstelling is nu om iedere kilometer rond de zes minuten te lopen. Met een goede haas moet dit geen probleem zijn. Ik reken uit dat ik dan rond de twee uur en 1 minuut uitkom. Volgens Paul zitten we op een schema van de twee uur en 2 minuten. Bij kilometer 15 komt het er ineens een verrassende wending in de houding van mijn haasbroer. “Die twee uur halen we toch niet meer maar ik wil wel onder de twee uur lopen, ik ga!!”…………….Weg haas, weg solidariteit, weg broer, weg familieband, weg gangmaker, weg aanmoediger, weg makker…. Hallo eenzaamheid!

AZG Edward en Paul Uitkijk

Daar loop ik dan uitgeput in de buitenwijken van Parijs. Niet geheel ongevaarlijk die Banlieue. Bij de drinkpost stop ik even om goed te drinken even verderop doe ik nog een plasstop. Ik sleep mij door de straten van de lichtstad richting finish en de benen zijn zwaar als lood, mijn klokje geeft een kilometertijd aan van rond de 7 minuten. Ik finish in twee uur en vier minuten en nog wat. Dat nog wat is bijna een minuut. Na de finish staat de broer van verraad te wachten en zegt “Toch nog binnen de twee uur!”

HMVA Edward en Paul 19890507Zwartwitfoto: Na de halve marathon van Amsterdam in 1989. La Histoire se repete!

 

Het nummer “Voor een Joet zit je Goed” De showmaker waarmee we 1800 euro voor AZG hebben opgehaald. De CD is uitverkocht >> wel op bovenstaande MP3 te beluisteren.

 

Those where the days!

naamloos

Kunstwerk: Dennis Michielsen

In de jaren tachtig werkte ik als bijstandsmaatschappelijk werker achter het loket van de sociale dienst in 020.  Ook toen was het volop crisis en de wachtkamers van de gemeentelijke sociale dienst (GSD)  puilden uit. Het Parool maakte melding van het  dealen met drugs in de grote wachtkamer in het hoofdkantoor aan de Vlaardingenlaan in Amsterdam Nieuw West. Fabiola stond steevast als levend kunstwerk voor de deur en pooiers reden in grote Amerikaanse bakken de kleine parkeerplaats op en losten hun werknemers om hun basisinkomen op te halen waarvan ze het grootste deel weer moesten inleveren bij diezelfde souteneur. Een wachttijd van drie uur was geen uitzondering, agressie vierde hoogtij.

Bij de afdeling comptabiliteit (De rekenafdeling van de GSD) werd in 1981 de computer geïntroduceerd. Per etage waren er drie computers waar zo’n 70 mensen werkten. De medewerkers stonden in de rij voor de computer om het OP-systeem “te raadplegen” en eventueel een printje te maken. Ook hier was vaak een wachttijd van > 10 minuten. Ik werkte in 1982 op de hoek Herengracht/Hoek Vijzelstraat waar nu Hotel “The Golden Crown”is gevestigd, recht tegenover de burgemeesterwoning van van der Laan.  Als afdeling hadden we een open telefoonlijn met de Vlaardingenlaan.  Een vaste telefoonlijn die in de ochtend werd gebeld en de hele ochtend open bleef, deed je dat niet dan was er geen doorkomen meer aan en bleef je van communicatie verstoken voor noodzakelijke ruggespraak tijdens het spreekuur.

Als medewerkers rookten we gewoon in de spreekkamers. Ikzelf rookte een pakje sigaretten (Camel Filter) per dag. Hoertjes, junkies, daklozen, gedetineerden, pooiers en vandewapseknapsen waren een dagelijkse groep klanten die in je spreekkamer voorbij trok. Aandacht voor agressie was er nog niet maar het overkwam je wel regelmatig. Op de afdeling stond de radio aan of er zat een draaiend cassettebandje in met de nieuwste LP van The Au Pairs.  En oh ja de zoveelste reorganisatie stond weer voor de deur binnen gemeenteland 020.

Handhaving deed je gewoon zelf. Je ging alleen op huisbezoek bij sociale kwesties maar bij vermoeden van fraude (samenwonen, tandenborstels, woont hij er wel? enz ) trok je er met een collega op uit op de zwarte robuuste dienstfiets. Ik heb soms gerend voor mijn leven over de grachten!  Valse romantiek, dat wel. Maar toch…………

Those where the days!

 

 

Mijn voetbal en de Chinezen

Pancratius C5 Vaantje

Mijn voetbal en de Chinezen

Geloof het of niet maar ooit voetbalde ik bij de club waar Marco van Basten zijn stage als trainer liep, RKSV Pancratius in Badhoevedorp. Zelf kom ik uit een gezin met 14 kinderen dus als 9 jarige jongen,jongste van de familie Neering,  stond ik op een zonnige augustuswoensdagmiddag op veld 5 met  een versleten rood shirt  en afgetrapte kicksen van mijn twee jaar oudere broer. Mijn sportbroekje was het gymbroekje van de Plesmanschool wat nodig aan vervanging qua maat toe was. Het woord NIKE was nog niet uitgevonden en de heer Nootenboom was mijn eerste trainer. Mijn toekomst was veelbelovend immers ik was de  nr 14 van de familie en een paar kilometer verderop in 020 maakte een zekere Johan Cruijff onder dat nummer furore als jong talent in de Meer, het oude stadion van de Amsterdamse profclub vernoemd naar een of ander Griek.

Ik moest mij nog bewijzen dus ik startte in de A8 Pupillen (E,tjes en D,tjes bestonden toen nog niet). Na 1 jaar promoveerde ik naar de A7 domweg vanwege het feit dat de A8 werd opgeheven maar het was een stap op de goede weg. De weg naar de top was een lange weg! Na de lagere school wachtte de C Pupillen en van de zeven C elftallen zat ik zowaar in de C5 en werd onder de bezielende leiding van de heer Schelvis voor de enige keer kampioen (zie foto). Ik was rechterverdediger en had de bijnaam van de heer Schelvis gekregen van Noby Styles, gemene verdediger van het Engelse Manchester United. De vreugde was van korte duur  wat ondanks het kampioenschap stond ik met een aantal vrienden een jaar later in de C7! In de B-junioren was het niet anders ….. de B5 waar ik als rechtshalf in één seizoen twee keer scoorde waaronder op veld 4 tegen De vliegende Hollanders (DVH) uit Amstelveen, witte broeken en blauwe shirts. De A junioren heb ik overgeslagen en in 1979 maakte ik mijn comeback bij, de grote concurrent van Pancratius , Kombij Badhoevedorp in de  zaterdag senioren 5, Gerben Kolenbrander uit de Uiverstraat was de robuuste aanvoerder van deze legendarische geel/zwarte brigade.  In 1980 speelde de actie van Freek de Jonge en Bram Vermeulen “KNVB niet naar Uruguay” Niet na 1978 (WK Argentinië)  met het Nederlands elftal  nog een keer naar  een militair regime en deze in het zonnetje zetten in Zuid-Amerika door een internationaal voetbaltoernooi, was het adagium. Amateurelftallen werden opgeroepen om in een uitgekozen weekend niet te voetballen als protest. Mijn broers voetbalden nog steeds bij Pancratius  en organiseerden een staking voor Pancratius zaterdag  senioren 5 uit tegen Overamstel (de aftrap was te zien bij het NOSjournaal die avond, met broer André Neering in de hoofdrol!) . Ik kon dus niet achterblijven en startte een actie bij Kombij Badhoevedorp en stuurde een oproep tot staking in voor het wekelijkse gele clubblad met de bekende lokale MKB advertenties. Intern wist ik al dat zeker het eerste elftal (hier speelden een aantal vrienden van mij  uit  Jongerencentrum SmoeS) wel oren had naar een staking. Het artikel werd geweigerd! Censuur!!  Sterker nog, ik moest op het matje komen bij het bestuur van de club. Het eerste elftal schreef direct een open brief in het clubblad dat censuur absoluut niet kon en er ontstond dus een heus relletje. De dinsdagavond daarop verscheen ik bij twee bestuursleden van de club , de heer Staal en de heer Griffioen in de Roerdompstraat. Zij wilden mij een lesje geschiedenis geven en trachtten mij op hun politieke rechterspoor te brengen. Resultaat was dat ik bedankte als lid van Kombij Badhoevedorp en werd opgevangen door het stakende “linkse” salonelftal van Pancratius  zaterdag  5 waar twee broers van mij voetbalden en drie volle neven van Dennis Bergkamp, weliswaar met iets minder talent, maar dat terzijde . Nog jaren gevoetbald in dit vriendenelftal in de jaren tachtig en over het voetbal nog even dit…….. Bij mijn afscheid in 1987 in een klein zaaltje van cafe Carels op de hoek Saernedamstraat/Frans Halsstraat in 020 kreeg ik het boek van Wiel Coerver in het chinees met daarin “de opdracht”,  “Edward gaat weg, de perfecte kapbeweging, voetbal zal altijd chinees voor je blijven

Edward Neering

Amsterdam wereldstad!

Groenburgwal met sloten

Dat gebeurt niet vaak, vandaag een keertje in Amsterdam als toevallige toerist. Ik had  een afpraak voor de overdracht van mijn opdracht als programmamanager Modernisering Erfpacht op het stadhuis bij Herstelling plaza, Daarna de stad in en direct bij het inlopen van de Staalstraat vanuit het stadhuis kwam ik over de brug bij de Groenburgwal. Kennelijk is het een nieuwe rage om je liefde voor eeuwig op slot te doen door een slotje te hangen en op slot te doen aan een brug. Luuk en zijn vriendin hangen er in ieder geval. Het idee is overgewaaid van uit New York, een paar jaar geleden zag ik als iets dergelijks aan de Brooklyn Bridge. In Alkmaar doen geliefden dit met het plakken van beider kauwgum in de kauwgumsteeg vlak bij de Minervabioscoop. Hoe dan ook het levert een mooie foto op (zie foto).

En dan loop ik verder naar de Atheneum Boekhandel op  het Spui om het boek “Ventoux” van Bert Wagendorp te ruilen (2x op verjaardag gehad!) , via de Doelenstraat, Munt, stukje Kalverstraat, Heiligerweg, Voetboogsteeg Spui en dan denk ik en ik voel “Wat leven wij toch hier in een fantastisch mooie wereldstad!, ongekend!” Vervolgens naar de expositie in de Basel over de Slavernij, de 9 UNESCO Werelderfgoederen en even naar de Schatkamer onderin de Basel in de Vijzelstraat waar in de oorlog het Nederlandse goud was opgeslagen en een film gezien over de historie van de bijenteelt in Amsterdam  in de ondergrondse Filmzaal. Voor degenen dit het nog niet weten. In de Basel is nu het Amsterdams Stadsarchief te vinden. Zeker de moeite waard om dit deze vakantie te bezoeken.

Vervolgens weer naar buiten en via Herengracht 502 (Burgemeesterswoning)  naar het Rembrandtsplein waar het zoemt van de toeristen. Via de Halve maansteeg langs de Kleine Komedie naar de Kloveniersburgwal naar de Jodenbreestraat. Daar bij Soup en Zo (Mijn soepadres!!!)  een heerlijke pittige kokossoep met kip gegeten en vervolgens via St Anotiusbreestraat naar de Nieuwmarkt en via de Zeedijk naar Amsterdam Centraal.

Wat is Amsterdam toch een schitterende Stad!!

Edward Neeirng

 

Nein, das geht nicht! Hispeed als drama!

Hispeed Berlijn

Het is donderdag de 4e april 2013.  Amsterdam CS is net ontdaan van de
ochtendspits. Even naar de NS info omdat ik het toch vreemd vind dat er geen
gereserveerde plaatsen op de E-ticket van Hispeed  naar Berlijn staan. De dienstdoende conducteur bekijkt de E-ticket en zegt “Dat gaat ‘m niet worden vandaag,  mijnheer!” , “Hoezo niet worden?” pareer ik.
“U moet de papieren tickets uitdraaien en dat heeft u niet gedaan, dit is een
reisbevestiging”.  En nu? De man verwijst mij naar het naburige Ibis-Hotel om daar een uitdraai te maken als ik bijvoorbeeld Gmail heb. Heb ik, probleem opgelost!  Ik loop naar buiten met mijn vrouw achter mij aan, ze snauwt mij nog toe “Als ik dit had gedaan, dan had de wereld te klein geweest!”. In een opwelling dacht ik nog “Wat kent zij mij toch slecht!”, maar dat terzijde. “Ik ga even naar mijn werk bij OGA, dan ben ik zo weer terug”, “we hebben nog 40 minuten”. Geen goed plan maakt mijn partner duidelijk, Ibis voldoet. De computers bij Ibis zijn allen bezet. Of er al iemand bijna klaar is
achter die schermmonsters?  Ja, een engelsman zegt klaar te zijn in twee minuten. Ik achter de computer, eentje zonder muis. Heb ik weer, de cursor doet niet wat mijn vingers willen en na een hoop gedoe heb ik eindelijk Google te pakken. ik vul mijn wachtwoord en inlog in. Nog 25 minuten te gaan.  Google begint moeilijk te doen, ze willen dat ik gebruik ga maken van een beveiligingscode maar dat wil ik niet, ik ontkom er niet aan. De code is verzonden naar uw mobiele telefoon . Die zit in het proviandrugzakje van de dag en die hangt op de rug van mijn vrouw die op haar beurt buiten een sigaret staat te roken.  Ik naar buiten, weer terug achter de computer, de tancode wordt geaccepteerd en zowaar Gmail ontvouwt zich aan mijn ogen. Nog 12 minuten te gaan. Nu wil de mappenstructuur van Gmail niet uitrollen! Ik bel mijn ega, die komt binnensnellen. In haar loop naar mij en de computer springt het computerscherm op de beginstand.”Uw tijd is voorbij” staat op het dienstverlenende scherm. Weer opnieuw nu met Tineke achter de knoppen. Toegeven ze is sneller dan ik. Nog 4 minuten. Mijn liefste zegt, “laat maar, dit wordt niks, ze begrijpen ons verhaal vast wel” en even later stappen wij kordaat in de Hispeedtrein naar Berlijn op perron 13b. Plaats zat, de conductrice stapt direct na vertrek onze coupe binnen en heeft ons
direct bij de lurven. “Het spijt mij maar u moet betalen tot aan de grens, en in Duitsland moet u opnieuw betalen” Waarom? , ik heb inmiddels op de I-phone de tickets te voorschijn getoverd en toon ze aan de conductrice. “U kunt deze toch zo ook scannen? Het scanembleem is duidelijk zichtbaar.  Onze ID-bewijzen tonen aan dat wij wij zijn.” “Nee , we scannen alleen papieren tickets! instructies van Hispeed mijnheer” De hoofdconducteur komt erbij en we rekenen €56 euro (met Korting) af tot aan de grens. In Duitsland probreer ik het nog een keer, “Nein, das geht nicht” zegt ze en we tellen nog eens €168,=  neer. De heenreis is duurder dan de op internet gekochte retourprijs van €198,=. Toen ik op de Kurfüstendam volledig door het ijs ging (2.09,53)  drie dagen
later tijdens de halve marathon van Berlijn, dreunde het door mijn hoofd “Nein, das geht nicht”

Edward Neering

NB: we gaan klacht een  indienen en verlangen terugbetaling

NB 2: Vandaag  26 april 2013 bericht gehad van Hispeed. We krijgen de heenreis van €98,= (discount) terug.

Achtbaan in de zorg

Edward oogAchtbaan in de zorg
Eind september 2011  begon ik ineens troebel te zien. Tijdens de wedstrijd AZ-Feijenoord in het AZ-stadion merkte ik ineens dat een deel van rechteroog voor een 1/8 op zwart stond. Met het andere oog dicht kon ik het puntje van mijn neus niet meer zien met het “zwartevlekoog”. Volgende dag, maandag de 26e sept,  direct naar oogkliniek OMC gegaan in Haarlem. Conclusie: Netvliesloslating!!…Ablatio!! Dr Klok haalt er direct een andere specialist bij om hetzelfde te constateren. Direct verwijzing naar VU voor een mogelijke spoedoperatie. Met een “houdingsadvies” (hoofd constant schuin houden zodat er geen vocht in mijn gele vlek komt want dan ben je aan één oog blind) dus met de trein naar de Boelenlaan. Emotioneel mijn zoon Abel gebeld, die zich op de drempel van het ziekenhuis zich bij mij voegt. In een uur tijd sta ik weer buiten met het schuine hoofd. Vier verpleegsters verder (inschrijven, oogdruppels, oogdruk, oogsterkte) en drie specialisten. In totaal hebben binnen drie uur tijd 5 specialisten en 7 verpleegsters mijn oog zien. Naar de overkant van het VU voor intake anesthesist. De teller gaat naar 6 en 8. De volgende dag om 7 uur in het VU voor dagopname/operatie. Binnen no time schiet het aantal verpleegsters naar 12 (receptie,intake,maatlijdaanbod,wijzen kamer). Even later rijd ik in een blauw operatieschort op een door afstandbediening aangedreven bed door de gangen van het ziekenhuis waar Eyeworks overal op de loer kan liggen. De patientenbegeleider levert mij af bij de OK. Hier is het helemaal feest. 7 vrouwen op het OK. Iedereen in blauw ik zie het onderscheid niet meer tussen specialist en verpleegster dus ik ga van een totaal van (12+6)=18+7 naar 25. Ik word wakker uit de narcose en hoor “Bed 7, mijnheer Neering wordt wakker” en bespeur een Surinaams accent. De teller gaat naar 28 en een  andere patientenbegeleider brengt mij terug naar mijn kamer. Twee uur later komt de chirurg kijken met haar assistent. De teller staat nu op 30 + twee patientenbegeleiders. Ik besluit innerlijk om Niels Cool te gaan consulteren of dit niet allemaal in een leantraject (procesoptimalisatie)  kan! De chirurg lacht mij toe en zegt vol overtuiging “Wat heeft u toch een heerlijk oog om te opereren”. Verbijsterd kijk ik haar glazig aan.
Edward Neering

Biily Paul zit op rozen!

Het is mei 1976. Amsterdam Sloten aan de Sloterweg 996 bij Rozenkwekerij Ruhe. Ik werk daar als 17 jarige in de rozen voor 160 gulden in de week excl. overwerk. Naast rozen ook anthuriums en orchideeën. Het is mei dus vroeg licht en dan start de werkdag  om 7.00 uur met het snijden van de vele verse rode en gele  rozen.  Mijn collega Bert komt later ivm afrijden voor zijn rijbewijs. Ik werk samen met Jos, mijn werkgever. Jos is pas 23 jaar en heeft het bedrijf moeten overnemen ivm overlijden van zijn vader in 1975.

Het is een gewone werkdag als ieder andere. Het is buiten mooi weer en dus is het warm in de glazen kassen. De radio schalt over het rozengewas heen waar ik in een van de paden de rozenoogst buit maak. Mijn collega komt aangelopen vanuit de verte (deze kassen zijn zeker > 100 meter diep) . Ik zie het al aan zijn lichaamstaal, het zachtjes komen aansloffen…..hij is weer gezakt voor zijn rijbewijs. Hij overlegt met mijn baas Jos en neemt een snipperdag (een dag vrij) omdat ie baalt. Om half tien is de lorry  vol met rozen en Jos vraagt of ik de rozen wil wegbrengen naar de bloemenschuur. Ik duw de Lorry over een soort tramrails terug naar de schuur uit de kassen naar buiten en 50 meter verderop ligt de schuur.  Ik zie dat de bloemen de koelcel niet in kunnen omdat de auto, een Ford Capri (zie foto, maar dan goudbruin) voor de deur van de koeling staat, dus de auto in de afgesloten schuur, zeg maar de schuur als garage.

Ford Capri

In mijn overmoed denk ik “ik zet die auto wel even een stukje achteruit, makkelijk want het is toch een automaatje” , immers ik heb het Bert vaak zien doen en wat Bert kan, kan ik ook.  Ik stap achter het stuur en draai het contact om. Op de radio hoor ik Billy Paul met “Me and Mrs Jones”, mooie ballad. Ik gas wat om “even de blits de maken” . Tewijl ik aan het gassen ben zet ik ongewild de pook op de R van Reverse, of van Rijden maar. De auto gaat met spinnende wielen naar achter! Is schrik mij te pletter en met een oerreactie duw ik de pook naar voren en met een gillend, piepend geluid gaat de auto nu naar voren! Er was geen tijd voor nadenken…………..ik was met de auto vol gas tegen de muur  opgereden, precieser tegen muur en de koelceldeur! Billy Paul stoorde zich niet aan tafereel en zong olijk door over zijn relatie met mw. Janssen.

Even later stond ik trillend naast de auto, de Ford Capri was aan de voorkant volledig in de prak, de koelceldeur was volledig in de kreuk en in de schuurmuur zat een grote scheur. Aan de andere kant had ik met de achterkant van de auto twee planken uit de schuurdeur gereden.  Ik drentelde trillend en totaal onthutst naar mijn baas Jos, die nog achter in de kassen rozen aan het snijden was. Hij zag direct dat er iets ergs was gebeurd.  “De ford Capri” stamelde ik, “die koplampen zijn niet het ergste niet joh” zei hij nog hoopvol”. “Het is een graadje erger”, ik dus weer.

Vloekend en tierend liep hij om zijn verfromfraaide bruine parel heen. Ontslag was aanstaande…..maar nee. Ik had geen rijbewijs dus de WA verzekering van mijn ouders wezen de claim af op de grond “Joyriding” en uiteindelijk, vraag mij niet hoe, heeft hij een nieuwe auto en de schade aan koelcel en schuur vergoed gekregen via zijn bedrijfsverzekering. Voor het eigen risico van 200 gulden moest ik zonder toeslag overwerken.  Het is de enige keer in mijn leven geweest dat ik achter het stuur heb gezeten in een auto. En als Billy Paul weer door de radio schalt en kermt over mw Janssen loop ik toch weer een deukje op!

Edward Neeirng