Het Jaggerdansje

Toegangsbewijs concert Rolling Stones 19 mei 1990; Urban Jungle Tour

Het is zaterdag 19 mei 1990. Een prettige lentedag en vanavond de Rolling Stones in de Kuip in Rotjeknor. Samen in de grote Citroen van Gerard zoeven we  naar de Maasstad voor de Urban Jungle tour. Het is een drukte van jewelste bij het Feijenoordstadion en we zijn op zoek naar vak U. Het ging hard met de verkoop dus we hebben mazzel gehad dat we kaartjes hebben. In februari hebben we, na het stappen, vanaf drie uur in de nacht in de rij gestaan bij de Nieuwe Muziekhandel in de Leidsestraat in 020. Een gigarij, rond een uur of half tien waren we aan de beurt en vak U was onze prijs. Vak U zit schuin achter “het doel” 150 meter van het podium.

De openingsgitaarrif van  “Start Me Up” klinkt dominant, keihard en prachtig door de boxen. Gelukkig zijn er grote videoschermen want Jagger op die afstand zie ik niet, we hebben godzijdank ook een verrekijker. Na de opening volgen er een paar onbekende nummers maar na Miss you gaat het echt los. Een rustpunt is het geweldige mooie Angie uit 1973 waar ik op de middelbare school  innig op heb geschuifeld met Debbie  nadat de door de broeders gescheurde pagina’s van kranten, verdeeld tussen jongens en meisjes, die van mij op die van haar paste. Debbie was het mooist meisje van de school met indrukwekkende borsten. Een schuifel om nooit meer te vergeten.

Jagger neemt even pauze en de band speelt het psychedelische “2000 light years from Home”. Het is al donker aan het worden en na de laatste tonen van 2lyfh valt al het licht uit in de Kuip. Een gigantische laserstraal  vanuit vak V (naast vak U) met volgspot floept aan en bestrijkt de hele lengte van het stadion richting de top van de toren dat op het podium van de Urban Jungle tour is gebouwd. Mick Jagger zingt “please allow me tot introduce myself, I’m a man of wealth and taste”. Gerard en ik krijgen kippenvel bij de start van “Sympathy for the devil”. De rest van dit geweldige concert is geschiedenis.

We besluiten om niet direct naar huis te gaan maar eerst nog even een biertje te gaan doen in café De Prins op de Prinsengracht. We lopen over van enthousiasme over het Stonesconcert dat we zojuist hebben ondergaan en extrovert als we zijn delen we dat met onze omgeving in de kroeg. Ik kom in gesprek met een zekere Lidy en Gerard neemt haar vriendin voor zijn rekening. Biertje hier, biertje daar enz. Met Lidy, een leuke aantrekkelijke blonde vrouw, raak ik in gesprek over het  concert en vertel dat ik op dezelfde dag (26 juli) jarig ben als Mick Jagger. Ik vertel haar mijn bewondering over het dansje van de 15 jaar oudere Jagger, sensueel en authentiek. Sterker nog, ik claim het dansje en in mijn enthousiasme doe ik het even voor in de Prins nadat de barman the Stones heeft opgezet. Een omstander roept direct “Hé, Mick Jagger!” Ik zie dat Lidy smakelijk lacht en toch wel een beetje onder de indruk is.  Ons gesprek gaat voort en ineens zitten we op de Miniadvertenties in het Parool, Trouw en Volkskrant. Aanleiding was het lezen van rouwadvertenties als ik de krant opensla, zoiets van even checken of er bekende doden zijn vandaag. Dus zowel Lidy als ik blijken iedere dag altijd ook de oproepen te lezen, altijd heerlijk smullen. Biertje hier en biertje daar, het is oergezellig in café de Prins. De laatste ronde, Gerard trekt aan mijn mouw en mij naar zich toe,  “We gaan!”.  Lidy vraagt of we elkaar nog eens zien en terwijl Gerard mij richting uitgang trekt zeg ik met een grap, misschien ook wel met een vleugje arrogantie, “Zet maar een oproep in de krant!”

Ik werk bij de Gemeentelijk Sociale Dienst in Amsterdam op de hoek Herengracht/Vijzelstraat recht tegen over de Burgermeesterwoning van Ed van Tijn, als bijstandsmaatschappelijk werker en fiets iedere dag heen en weer naar Badhoevedorp. Op dinsdag 22 mei 1990 fiets ik eerst even langs de Shoarmatent “Mama” in de korte Leidsedwarsstraat. Ik heb geen zin om te koken dus maar even snel een broodje. Bij het weggaan merk ik dat mijn fietssleutel van mijn zwarte dienstfiets gebroken is. Blijkbaar gebeurd bij het op slot zetten, zelf niets in de gaten gehad. Ik vermoed ernstige metaalmoeheid van de fietssleutel.  Ik besluit om mijn zwarte stalen ros maar even daar te laten en met de bus 169 vanaf het Leidseplein naar Badhoevedorp te gaan. Eerst even een Parool  halen bij het  Amsterdams Uitbureau (AUB) in de front van de Stadschouwburg. Ik stap de lege bus binnen en blader in de krant. Uiteindelijk kom ik bij de oproepen van de Mini’s.

“Goede morgen, blonde PRINS met het Jaggerdansje. Nu jij! Br.o.nr.100-23172 bur.v.d.blad”

Ik bloos in een lege bus en kijk even om mij heen of niemand mij gezien heeft. Ik ben zo rood als de skairode busstoelen.

Ik kom thuis en besluit om wel te reageren. Ik kies een mooie kaart uit van de reeks die ik heb meegenomen uit Berlijn en schrijf terug met het briefreferentienummer. Ik zorg er natuurlijk wel voor dat ik een korte omschrijving geef van wat er gebeurd is en dat ik mij profileer als “the one and only”.   Geke belt en we babbelen wat. Ik vertel in geuren en kleuren het verhaal van de Stones, Jaggerdansje en de oproep in het Parool. Vindt zij niet echt leuk. Geke en ik kennen elkaar sinds begin april.  We hangen op. Even later belt zij mij terug met de mededeling “kijk morgen maar in de krant!” De volgende dag wederom een oproep in het Parool;

“Ik ben heel erg gek op mijn  lieve, blonde prinsje met zijn jagger-dansje. Kusjes Geke. P.S. Groetjes aan Fini en buuf”

Er was duidelijk een spanningsveld ontstaan rondom de advertenties/oproepen. Een interventie van mijn kant was nu blijkbaar nodig dus op 31 mei 1990 plaats is zelf een oproep aan Geke en aan Lidy;

“Lieve Geke, Jaggerdansje op de vulkaan? Ik ben knetterdol op jou. Liefs Edward”

en om mijn kroegbelofte aan Lidy waar te maken;

Morning ZeilPRINSes, Leuk succes dat Jaggerdansje!

Eerlijk gezegd denk ik dat dit het dan wel zal zijn. Leuk verhaal, kersverse liefde even gered en we gaan over tot de orde van de dag. Na een weekendje fietsen  met Geke in Zeddam staat er in het Parool op maandag de volgende advertentie;

“Jackerdansje van ED is afGEKEurd. Die van Prince niet, mits de beloofde brief.”

Is deze van Lidy? In plaats van Jaggerdansje staat er Jackerdansje en Prins is vervangen door Prince. Of is dit een of andere grapjas!. Er staat een duidelijke verwijzing naar Geke in. Ik ben volledig in de war want het toeval wil dat Geke onze kortstondige relatie heeft beëindigd, ze heeft er de brui aan gegeven. Ze vindt mij er te “hippieachtig” uit zien en wil nieuwe kleren kopen hetgeen ik natuurlijk weiger, is ze nu helemaal van het padje af?  Bye, bye Geke.

De week daarna ontvang ik een brief van Lidy met haar reflectie op het hele gebeuren. Ze schrijft over veel lol met haar ICT-collega’s en de complottheorieën die zij samen bedacht hebben. Ze vertelt dat ik niet de enige was die gereageerd had op haar oproep. Leuke vrouw die Lidy!

Ze komt  tot 4 Theorieén:

  • De “pik” Theorie, een volslagen onbekende met een saai leven heeft een advertentie geplaatst om de groeten te doen aan zijn buuf en Fini;
  • De “cryptogram” Theorie:  De advertentie zou door mij geplaatst zijn om verwarring te zaaien;
  • De “vriendin” Theorie: Hij heeft een vriendin die Geke heet;
  • De “Hij werkt bij de krant” Theorie:  Want hoe weet ik dat het een succes is die oproep?

Ik besluit dat ik ga overschakelen op mijn eigen theorie. Mijn attacktheorie! Ik schrijf Lidy een uitgebreide brief met nogmaals het gebeurde in café De Prins en alles rondom het hele oproepencircus. Ik stel voor om telefoonnummers uit te wisselen en nog een keer een afspraak te maken. We bellen en spreken af, jazeker in café de Prins aan de Prinsengracht.

Biertje hier en biertje daar. Lang verhaal kort, we vinden elkaar errugg leuk en na sluitingstijd zoef ik met Lidy richting Amsterdam Noord nabij het Buikslotermeerplein. Na een heerlijke nacht brengt zij mij een ontbijtje op bed. Naast de versgeperste Jus d’Orange staat de doos met brieven die zij van allerlei mannen heeft ontvangen naar aanleiding van haar oproep.

“Goede morgen, blonde PRINS met het Jaggerdansje. Nu jij! Br.o.nr.100-23172 bur.v.d.blad”

Ik heb letterlijk en figuurlijk gesmuld!

Edward Neering

Dat zeggen ze allemaal!

Wie had kunnen bevroeden dat op de dag dat Willeke Alberti trouwde met John de Mol dat er rondom de Sloterbrug iets bijzonders zou gebeuren. Klinkt gek maar Badhoevedorp volgde Willeke op de voet omdat zij daar woonde in de Vlierstraat. Naast o.a. Jack van Gelder en Tony Eijk behoorde zij tot de jetset aldaar.

Sloterbrug op een mooi zomerdag

Het is 25 juli 1976, een typische julidag zo rond mijn verjaardag, zwaar bewolkt maar toch warm. Mijn ouders zijn er niet, zijn bij mijn zuster Nel ergens in Limburg op hun vakantieadres. Morgen word ik dan eindelijk 18 jaar!

Met mijn broer Frans hang ik die middag een beetje in de tuin in ons huis aan de Uiverstraat, binnen staat de TV aan met de GP  formule 1 in Zweden. Ons avondmaal is een patatje met een hotdog  bij snackbar “’t Hoekje” vlakbij de Sloterbrug. Niet te vroeg naar het café vanavond want ik zit krap bij kas. Ben al een week eerder teruggekeerd uit het voor jongeren dampende Valkenburg omdat simpelweg mijn geld op was.  De zondag daarvoor was de Tour de France afgelopen vandaar dat we overgeschakeld waren naar F1 geluid. Het was de tour de France die de Belg  Lucien van Impe won en Joop Zoetemelk  wederom het nakijken had.  Nou ja nakijken, Joop won wel de koninginnenrit naar L’Alpe de Huez en werd 2e in het Algemeen Klassement. Politiek was Joop den Uyl aan het bewind met een vijfpartijenkabinet, het meest links progressieve kabinet wat we ooit gehad hebben. Dit even als het achtergrondbehang van het jaar 1976.

Om een uur of tien in de avond meld ik mij bij cafe Franssen, net over de Sloterbrug. De barmannen Hannie en Fred hebben dienst en in hun zwarte broeken en spierwitte overhemden bestieren zij het volle terras en rennen van buiten naar binnen. Met een paar vrienden even een biljartje leggen in de achterzaal van het café. Het bier vloeit rijkelijk en van het ene rondje komt het andere rondje. De sfeer is goed. Eigenlijk is het vanavond een excuus om flink aan het bier te gaan vanwege het feit dat ik om 12 uur 18 jaar word. Om 12 uur heffen we nogmaals het glas en proosten op mijn volwassenheid. De hele groep is inmiddels op het terras beland waar het goed toeven is. Het is ook meteen wel het laatste biertje want iedereen moet morgen weer werken. Ik zelf werk bij rozen- en anthuriumkwekerij Ruhe aan de Sloterweg in Amsterdam-Sloten  De broertjes van G.  en Frank M.  stappen als eerste op en vertrekken lopend richting brug. Ik blijf achter omdat ik voor mijn gevoel in een goed gesprek ben met een vrouwspersoon.

Cafë Franssen heet nu de Halve Maen

Hoor ik daar nu vuurwerk? Vuurwerk in de gortdroge julimaand? “Er wordt geschoten op de brug” roept iemand. Het hele terras veert op en ik ren met een groepje richting de brug. Vlak over de brug is er  een opstootje, ik wurm mij door de mensen en sta oog in oog met een tafereel dat ik nooit zal vergeten. Op de grond ligt een politieagent in de houdgreep van John van G en zijn pet drijft in het water als een bootje dat niet weet waar het naar toe moet. Iedereen moedigt John aan om vooral vast te houden want anders is hij natuurlijk de sjaak. Ik brul mee.  Inmiddels horen we overal sirenes aankomen vanuit Osdorp en vanuit Badhoevedorp. John heeft het ook gehoord,  laat de agent los en neemt de pleiterik.  De agent druipt af naar de politieauto die vlakbij café Het Hoekje staat en waar ik duidelijk de politieradio aan hoor staan. Overal komen nu politieauto’s vandaan en ik besluit om maar snel naar huis te gaan, immers ik moet om kwart over zes weer uit de veren.

De volgende morgen sta ik op met een lichte kater, smeer mijn boterhammen en maak mij klaar om richting werk te gaan. Er wordt aangebeld. Terwijl ik  door de woonkamer richting de deur loop, zie ook iemand in de achtertuin lopen. Ik doe open. “Recherche”, “Ben jij Edward Neering?”, “ja dat ben ik”  antwoord ik kordaat. “Was jij gisterenavond op de brug?”. Ja dat was ik. Ze willen mij daarom spreken. Ik nodig ze uit om binnen te komen maar of ze wel een beetje willen opschieten want ik moet naar het werk. Nee, of ik even mee wilde komen naar het bureau om een verklaring af te leggen. Dat lijkt mij geen goed plan maar hen wel. Even later zit ik in een politiewagen langs de hoofdvaart richting Hoofddorp. De rechercheur voorin neemt de mobilofoon in zijn hand  en begint te praten:  “Hier wagen 422”, “we hebben arrestant Neering bij ons en we zijn er over enkele minuten”, “Helder, we zien jullie zo” klinkt het uit de radio. Ik zeg “Arrestant Neering??!!, ik ben onschuldig!”….. “Ja, dat zeggen ze allemaal” mompelt de moblilofoonrechercheur.

De wachtkamer

Op het politiebureau moet ik mijn zilveren sterrenbeeldkettinkje afdoen, de Leeuw daarop brult al een stuk minder. Ook mijn armband, riem en de veters uit mijn schoenen moet ik inleveren. “ik kom toch hier alleen om een verklaring af te leggen? Dat is mij verteld”, “ik moet naar mijn baas, ik moet werken en ik ben vandaag jarig, ik moet trakteren!” sputter ik. Jij gaat even de wachtkamer in, we kunnen niet iedereen tegelijk spreken” zegt de andere rechercheur met snor, vliegeniersbril en spijkerpak. Twee agenten pakken mij bij de armen en even later zit ik in de wachtkamer wat een politiecel blijkt te zijn.  Een granieten cel, met uit graniet gehouwen tafel en stoel en een granieten bed waar geen matras op ligt. Een cel zonder uitzicht en een raam met deels een soort lamellenblindering boven reikhoogte.  Oh ja, er is ook nog een wcpot met een knopje om op te drukken. Ik realiseer mij dat ik gearresteerd ben, in een politiecel zit en dat ik te laat op mijn werk  kom. Over werk gesproken, ik moet Jos, mijn baas, bellen!

politiecel: in mijn geval zonder matras en deken

Het knopje blijkt er te zijn om contact te hebben met de regieagent die blijkbaar contact heeft met alle cellen. Je kunt vragen om door te trekken als je naar de WC bent geweest. Ik ben zelf voorstander van het goede gesprek en druk op knop. “Zeg het maar” zegt de cellenregieagent, “Wanneer word ik geholpen en kan ik de verklaring afleggen?”, “Gaat nog wel even duren, je kan sowieso 48 uur worden vastgehouden” antwoordt de blikken stem van de cellenregieagent. “48 uur!!! Ik ben vandaag jarig! Ik wil een verklaring afleggen en naar huis! Ik moet mijn baas bellen!” en ik vervolg nu met stemverheffing “IK BEN ONSCHULDIG!!”………… “Dat zeggen ze allemaal”  hoor ik de irritante stem netjes en vermoeid zeggen.

De tijd gaat voorbij en ik word steeds machtelozer. Ik kan geen kant op want er wordt niet naar mij geluisterd. Ineens hoor ik reuring op de gang. Het luikje in de deur gaat open  en ik krijg een plastic bordje met vier belegde boterhammen aangereikt. De lunchagent wil direct het luikje dichtdoen maar ik zeg dat ik een verklaring wil afleggen en mijn baas wil bellen. Hij luistert niet en doet het luikje dicht. Achter de gesloten deur hoor ik hem zeggen dat ik geduld moet hebben.

Aan het eind van de middag komen de twee rechercheurs bij mij in de cel. “Dat ziet er niet mooi voor je uit Edward” begint de snorrechercheur. “Tijdens het gevecht met de politie  is de pols van een collega gebroken en alles wijst erop dat jij dat hebt gedaan”………”Dat wordt even brommen in de koepel van Haarlem”, waar is je blauwe Zündapp gebleven?  Ik zeg schreeuwend, “a), ik heb niet gevochten, b) ik heb alleen gekeken c) ik heb geen blauwe Zündapp  d) ik heb een oranje Mobylette en E) IK BEN ONSCHULDIG!!!. “Dat zeggen ze allemaal Edward, morgen gaan we jou hier verder over aan de tand voelen”, “ je krijgt een advocaat toegewezen en je blijft sowieso een nachtje slapen hier op het bureau!”  

Zij verlaten de cel en direct komt er een man binnen met grijze baard in een morsig  kostuum. “ik ben je toegewezen advocaat” en noemt zijn naam. Samen zitten we op het granieten bed en ik huil.  Hij slaat zijn arm om mij heen. Hij zegt dat ik hem kan vertrouwen en dat hij er voor mij is. Alles wat ik zeg blijft tussen hem en mij. “ik ben jarig!” snik ik, “Gefeliciteerd jongen” zegt hij en met zijn om mij geslagen arm knijpt hij heel even in mijn arm.. De eerste die mij feliciteert vandaag! Ineens realiseer ik mij dat mijn ouders inmiddels thuis gekomen moeten zijn en dat ik niet uit mijn werk kom en dat moeder mogelijk een feestmaal heeft gemaakt voor haar inmiddels volwassen jongste zoon. Zonder bericht niet verschenen op mijn werk, dus  hangt ook nog ontslag boven mijn hoofd. Mijn advocaat weet meer en hij vertelt wat hij weet. Dat er vier jongens gisterenavond de brug zijn overgekomen vanuit café Franssen en dat zij zich zijn gaan bemoeien met een alcoholcontrole door de politie vlakbij de Sloterbrug. Een zekere Klaas Balk werd gecontroleerd. Dit bemoeien is uitgelopen op een vechtpartij tussen de politie en de jongeren en twee politieagenten hebben waarschuwingsschoten gelost en  letsel opgelopen. Er zijn vier arrestaties verricht. Een van de arrestanten ben ik. Ik word verdacht dat ik meegevochten heb en dat ik mogelijk letsel heb toegebracht aan één van de agenten.   De verdachte met het witte/blonde haar is komen aanlopen en later gevlucht op een blauwe Zündapp. Ik vertel de advocaat mijn verhaal en zeg dat de blauwe Zündapp niet van mij is maar van Rene van G, ook wel de witte van G genoemd. Mogelijk is er een persoonsverwisseling geweest. Vervolgens vraagt de advocaat of ik echt alles verteld heb waarop ik antwoord “ik ben echt onschuldig, hoogstens heb ik aangemoedigd bij het gevecht tussen John van G en de politieman met de waterpet.  Hij zegt het niet maar ik zag hem denken “dat zeggen ze allemaal!”.

Advocaat weg en ik zit nog steeds in mijn granieten cel. Het luikje gaat weer open en de avondmaaltijd wordt door de regiecellenagent geserveerd. Aardappels, jus, een gehaktbal en andijvie op een plastic bord met plastic bestek. Ik ben op van de zenuwen en heb helemaal geen trek. Ik donder het hele spul in het toilet en druk op het knopje en zeg: “Doortrekken graag!” Direct daarna gaat de spoelfunctie van de granieten WC aan het werk. Blijkbaar trekt de spoelmodus het niet en verstopt het en komt het water omhoog. Ik druk weer op het knopje en maak melding van de verstopping van het toilet. De regiecellenagent komt in mijn cel en ziet dan mijn bord nu al leeg is….. “je hebt toch niet…” en ik knik bevestigend. “je gaat het zelf oplossen”zegt hij verbolgen. Even later zit ik met mijn hand in de WC pot en haal de grote bal gehakt uit de hals. Ik krijg ineens trek.

Als het donker is krijg ik een matras om op het granieten bed te leggen. Geen oog dicht gedaan en niet mogen bellen naar werk of thuis. De ochtend komt, de middag komt en eindelijk word ik uit mijn cel gehaald. Ik word onderworpen aan een kruisverhoor door twee rechercheurs waarvan snormans er één van is. Ik blijf bij mijn verklaring en teken deze. Inmiddels krijg ik te horen dat de eigenaar van de Blauwe Zündapp is gearresteerd. Dat is lekker dan want dat is Rene van G. en hij is mijn collega bij mijn werkgever Jos. Die zit nu plotsklaps met twee man minder personeel. Er worden vingerafdrukken van mij genomen door mijn ex-buurman Gé Sonder en als klap op de vuurpijl wordt er een foto gemaakt met een nummer eronder. Daarna krijg ik mijn spullen terug die ik moest afstaan toen ik “de wachtkamer” in moest. Voor ik het besef ben ik weer een vrij man.

Ik loop naar mijn zuster Jopie die op de Raadhuisweg in Hoofddorp woont en daar is toevallig ook mijn moeder. Zij is kwaad en blij tegelijk en met de bus van Centraal Nederland gaan we weer richting Uiverstraat/Badhoevedorp. Mijn vader is woest en ik moet direct naar mijn werk die avond om ontslag te vermijden.

Reclassering en de rechtbank

Het reclasseringrapport heb ik nog. Lang verhaal kort. De maatschappelijk werker vraagt de rechter commissaris om de zaak voor mij te seponeren, maar dat verzoek wordt afgewezen omdat ik wel degelijk John van G aangemoedigd heb om de politieagent in de houdgreep te houden. In januari 1977 verschijnen de twee broers van G, Frank M en ik voor de rechter in Haarlem. Rene van G (met de blauwe Zündapp) moet apart verschijnen voor de kinderrechter omdat hij onder de 18 is. Tijdens de zitting blijkt uit de verhalen van de broers van G dat er veel drank is gevloeid die avond en steeds hoor ik weer dat mijn verjaardag daartoe aanleiding gaf. De rechter geeft Rob van G een veeg uit de pan. Hij is al meerdere keren veroordeeld door de kinderrechter en als hij zo doorgaat dan groeit hij op voor galg en rad, aldus de rechter. Uiteindelijk moet ik voor het hekje verschijnen. Mijn advocaat pulkt aan zijn baard en vraagt aan de rechtbank of zij willen overwegen om mijn zaak verder voor de kinderrechter te laten behandelen immers ik was slechts een half uur 18 jaar toen het zich allemaal afspeelde op en rondom de Sloterbrug. De rechtbank trekt zich terug en verschijnt na een kwartier weer achter de burelen. Het verzoek wordt afgewezen en de rechter vraagt mij wat er die avond volgens mij is gebeurd. Ik ben nerveus en wil het hele verhaal vertellen over hoe onrechtvaardig dit voor mij allemaal heeft uitgepakt, echter… het enige wat ik kan uitbrengen terwijl ik trillend het hekje vasthoud, is “IK BEN ONSCHULDIG!”

En ook al ben ik kippig met bril op, ik zie hem denken…… “Ja hoor, dat zeggen ze allemaal!”

Edward Neering

Zo zag de politie er uit in 1976

Billy Paul zit op rozen! #update

Het is mei 1976. Amsterdam Sloten aan de Sloterweg 996 bij Rozenkwekerij Ruhe. Ik werk daar als 17 jarige in de rozen voor 160 gulden netto in de week excl. overwerk. Naast rozen ook anthuriums en orchideeën. Het is mei dus vroeg licht en dan start de werkdag  om 7.00 uur met het snijden van de vele verse rode (Garnett) en gele (Evergold) rozen.  Mijn collega Bert komt later i.v.m. het afrijden voor zijn rijbewijs. Ik werk samen met Jos, mijn werkgever. Jos is pas 23 jaar en heeft de rozenkwekerij moeten overnemen op jonge leeftijd i.v.m. overlijden van zijn vader in 1975.

Het is een gewone werkdag als ieder andere. Het is buiten mooi weer en dus is het warm in de glazen kassen. De radio schalt met de Arbeidsvitamienen over het rozengewas heen waar ik in één van de paden de rozenoogst buit maak. Mijn collega komt aangelopen vanuit de verte (deze kassen zijn zeker > 100 meter diep) . Ik zie het al aan zijn lichaamstaal, het zachtjes komen aansloffen…..hij is weer gezakt voor zijn rijbewijs. Hij overlegt met mijn baas Jos en neemt een snipperdag (een dag vrij) omdat ie baalt. Om half tien is de lorry  vol met rozen en Jos vraagt of ik de rozen wil wegbrengen naar de bloemenschuur. Ik duw de Lorry over een soort tramrails terug naar de schuur uit de kassen naar buiten en enkele meters verderop ligt de schuur.  Ik zie dat de bloemen de koelcel niet in kunnen omdat de auto, een Ford Capri (zie foto, maar dan goudbruin) voor de deur van de koeling staat, dus de auto in de afgesloten schuur, zeg maar de schuur als garage.

Ford Capri

In mijn overmoed denk ik “ik zet die auto wel even een stukje achteruit, makkelijk want het is toch een automaatje” , immers ik heb het Bert vaak zien doen en wat Bert kan, kan ik ook.  Ik stap achter het stuur en draai het contact om. Op de radio hoor ik Billy Paul met “Me and Mrs Jones”, mooie ballad. Ik gas wat om “even de blits de maken” . Tewijl ik aan het gassen ben zet ik ongewild de pook op de R van Reverse, of van Rijden maar. De auto gaat met spinnende wielen naar achter! Is schrik mij te pletter en met een oerreactie duw ik de pook naar voren en met een gillend, piepend geluid gaat de auto nu naar voren! Er was geen tijd voor nadenken…………..ik was met de auto vol gas tegen de muur  opgereden, om meer precies te zijn, tegen muur en de koelceldeur! Billy Paul stoorde zich niet aan tafereel en zong olijk door over zijn relatie met mw. Janssen.

Even later stond ik trillend naast de auto, de Ford Capri was aan de voorkant volledig in de prak, de koelceldeur was volledig in de kreuk en in de schuurmuur zat een grote scheur. Aan de andere kant had ik met de achterkant van de auto twee planken uit de schuurdeur gereden.  Ik drentelde trillend en totaal onthutst naar mijn baas Jos, die nog achter in de kassen rozen aan het snijden was. Hij zag direct dat er iets ergs was gebeurd.  “De ford Capri” stamelde ik, “die koplampen zijn niet het ergste niet joh” zei hij nog hoopvol”. “Het is een graadje erger”, ik dus weer.

Vloekend en tierend liep hij om zijn verfromfraaide bruine parel heen. Ontslag was aanstaande…..maar nee. Ik had geen rijbewijs dus de WA verzekering van mijn ouders wezen de claim af op de grond “Joyriding” en uiteindelijk, vraag mij niet hoe, heeft hij een nieuwe auto en de schade aan koelcel en schuur vergoed gekregen via zijn bedrijfsverzekering. Voor het eigen risico van 200 gulden moest ik zonder toeslag overwerken.  Het is de enige keer in mijn leven geweest dat ik achter het stuur heb gezeten in een auto. En als Billy Paul weer door de radio schalt en kermt over mw Janssen loop ik toch weer een deukje op!

Edward Neeirng

Edward pakt wederom de titel! #Neeringschaak

Edward en Rob Neering

Het Toernooi der Neeringen is gespeeld.. en wat een ongelooflijk gevecht is het geworden. Grote namen al Rob en Edward waren aanwezig terwijl nieuwkomers  als Bart Fagel (zoon van Elma Neering) en Lucas Neering zich aandienden als nieuwe  titelkandidaten. 

Naamgever van het toernooi Kees Neering ( overleden op kerstavond 2018) had zich kansrijk kunnen wanen indien dit hem was gegund maar helaas overleden dus aan de andere Neeringen om hun naam te vestigen. De nieuwe trofee, gesponsord door Wil Neering-Massink (weduwe van Kees Neering) , blinkt in de middagzon als uiteindelijk Edward Neering zijn titel wederom opeist en daarmee de beker.

Terecht? Jazeker … met 7 punten uit 7 partijen is elke discussie uitgesloten al heeft Edward enkele hachelijke momenten moeten overleven. Zijn partij tegen Ton Neering was een model partij met een prachtig loper offer op veld G6 die hem het volle punt opleverde maar tegen Lucas Neering ( met 5 uit 7 tweede plaats dus vice kampioen) ging het bijna mis. Met twee stukken minder maar wel met grote voorsprong op de klok moest Lucas snel spelen en vergooide hij zijn goede positie. De tactiek van de verschroeide aarde werd de neef van Edward fataal. Verguld met het kampioenschap bood Edward aan het volgende kampioenschap der Neeringen te organiseren in Heiloo.. hiervan akte!!

Prachtig en krachtig spel van Bart Fagel die zijn goede opgebouwde stellingen niet altijd wist af te maken en dus vaak de kous op de kop kreeg met een onverdiende nul … toch nog 2,5 uit 7. Ook testte Bart de schaakklokken uit door telkens met een stevige klap de tijd van zijn tegenstander in werking te stellen. De klokken hebben het gehouden ! Ik doe een voorspelling…. een beetje training en deze jongen doet mee om de eerste plaats!!!! Talent aanwezig!

De de Neeringdeelnemers

Mijn broer André scoorde 3.5 uit 7 .. 50% score en was daarmee zeer tevreden. Zijn partij tegen Bart was memorabel. Een rollercoaster waar eerst Bart torenhoog gewonnen stond, maar na een openlijke gemiste winst voor Bart kwam André terug en hoe!! Met twee dames op het bord voor André was de partij beslecht ..echter… de klok tikte door en de vlag wapperde hoog in het vaandel.. Met weinig tijd op de klok (niets meer) poogde André Bart mat te zetten. De gemoederen rondom het bord opgestelde publiek bord speelde hoog op  en menige kreet werd luid geuit toen de vlag viel voor André in totaal gewonnen stand. Bart bood als een barmhartig man remise aan die André, duidelijk aangeslagen,  met opgeluchte zucht aannam… let wel…. in deze harde wereld had Bart het volle punt kunnen incasseren!  Ik ken mezelf… ik had het volle punt genomen en sommige van mijn broers ook!!! 

Oud winnaar van de eerste editie Rob Neering had zijn dag niet. In zijn eerste partij tegen Robin Neering speelde hij zich met flair naar een gewonnen positie maar in het zicht van de haven begon Rob zijn prachtige stelling weg te geven. Robin accepteerde al het aangeboden  materiaal gretig en tot overmaat van ramp werd Rob mat gezet “achter de paaltjes”. Toch 4 punten  uit 7 partijen wat natuurlijk een prima score is. Kwaliteit getoond maar niet vast genoeg. Rob heeft aangeven zijn tanden weer te laten zien bij het volgende toernooi… we wachten af.

Helemaal uit Almere afgereisd was daar de jongste zoon van de naamgever van ons Neeringen Toernooi Robin Neering. Zonder zijn zoon Falco maar met een brok motivatie om iets recht te zetten van het vorige toernooi waar Robin de rode lantaarn droeg. De al eerder gememoreerde partij tegen Rob Neering was een geweldige opsteker maar ook in de andere gespeelde partijen van Robin was er steeds spanning tot op het eind!

De oplopende vlag van de schaakklok  deed Robin soms de das om maar het ontbrak hem ook aan wat stelling geluk. Te vaak viel het dubbeltje naar de andere kant. Toch voelde voor Robin de score van 2.5 punt uit 7 als eerherstel en met opgeheven hoofd sloot hij het toernooi af om direct door te gaan naar het volgende toernooi. Een darttoernooi, dat wel, maar met van Gerven als tegenstander!!

Spannend voor de tweede plek was het wel. In de laatste ronde hadden Rob of Lucas of Arjan Neering hier zicht op. Uiteindelijk werd het Lucas maar Arjan was er dicht bij. Beheersing en met stijl zat  Arjan rustig achter het bord. Talent te over voor de zoon van de zeer gemiste Ruud Neering ( niet aanwezig wegens sociale verplichtingen elders). Maar ondanks zijn gevolgde schaaktrainingen als tiener volharde Arjan om zijn openingen niet te voltooien. Zijn motto is – kunnen we aanvallen dan vallen we aan – maar dan wat zetten later op je tellen passen omdat je hebt aangevallen met te weinig materiaal. Zo kwam Arjan een paar keer zwaar onder druk te staan waar zijn partij tegen Edward model voor stond. Bij de prijsuitreiking ontving Arjan een schaak openingsboek en als hij de moeite neemt deze door te nemen dan is zijn ster rijzende. 

Tot volgend jaar!

Groet Paul Neering

NB: dank aan voorzitter Bert Bergshoeff van het Spaarne voor schaakmateriaal en pdfjes kruistabellen.

Edward met de felbegeerde Neering schaakbeker

Aboriginals

klaprozen uit de Sloterpolder kunstenares: Marja Keijzer

Leuk om weer even terug te zijn bij de gebiedspool in Nieuw West in mijn rol als interim manager. Terug in het land van basisvoorzieningen, Startpunt, de flexschil en de diverse programma’s onder de vleugels
van bevlogen programmamanagers. Zelf ben ik geboren in Badhoevedorp en op de één of andere manier heb ik iets met Nieuw West.


Ik rijd op de fiets de brug over van Badhoevedorp naar Nieuw West. Het oude Sloterdorp glijdt aan mij voorbij en met een knipoog kom ik langs de kleinste politiecel van Nederland, onlangs mooi opgeknapt door Stadsherstel. Het oude Sloten werd vroeger geïsoleerd door groen en kassen maar wordt nu langzaam omarmd door steen . Over 30 jaar zal het ook aan de oostkant zijn ingesloten immers ik verwacht dat de zone van het Olympisch Stadion naar Badhoevedorp langs het Nieuwe Meer volledig volgebouwd met torens en huizen zal zijn in een parklandschap. De omsingeling is dan compleet net zo als de stelling van Amsterdam 020 omarmt en over 30 jaar de nieuwe stadsgrens zal zijn. Dag Diemen, dag Zaanstad, dag Amstelveen, dag Ouderkerk aan de Amstel, kortom Weesp is de eerste scalp in de 21 eeuw van Mokum net zoals het dorp Sloten een scalp van de stad was in de 20 e eeuw.


Toch goed om even stil te staan bij de geschiedenis van Nieuw West. De meeste verhalen over dit stadsdeel beginnen pas vanaf 1953 als de plannen van stedenbouwkundige van Eesteren in uitvoering worden gebracht maar de bewoners van de Noorderakerweg, de Zuiderakerweg, de Sloterweg, het oude dorp Sloten en de Osdorperweg hebben hier
wortels liggen van eeuwen terug. Licht, lucht en Ruimte was het adagium van die tijd bij de inrichting van het nieuwe Nieuw West. Tot begin jaren zestig woonden er aan de Osdorperweg nog turfsteekers in de veengebieden die nu bijvoorbeeld sportpark de Eendracht en omgeving vormen. Het huidige Slotervaart was tot 1953 een groot Giethoorn met een wirwar van slootjes en bruggetjes waar de tuinders het voedsel voor de stad produceerden en via “de Overtoom” naar de Markthallen (Nu Foodcentre) werden gevaren.


Deze tuinders moesten weg in verband met de Nieuwbouw in Slotervaart/Overtoomsche Veld en verkasten naar het gebied van onder het Slotervaartziekenhuis waar ze eeuwig zouden kunnen blijven aldus de wethouder van toen. Echter eind jaren tachtig vatte de stad het plan op om de Olympische Spelen te organiseren en tussen de Sloterweg en de Louwesweg moest het Olympisch dorp komen. De glazen stad werd uitgekocht , de spelen gingen naar Barcelona en hier verrees uiteindelijk Nieuw Sloten.

Eigenlijk zijn de bewoners van het Oud Sloten en Oud Osdorp de indianen, de Maori’s, de Aboriginals van Nieuw West. Ik overdrijf misschien een beetje maar ik vind het toch belangrijk om dit kleine historische doorkijkje te geven met een knipoog naar de toekomst.


Mijn drijfveer is om het met hart en ziel te werken voor de publieke zaak in het Amsterdamse. Met een blik vooruit vind ik het belangrijk om respect te hebben voor het verleden. Nieuw West is altijd in mijn Badhoevedorpse hart gesloten maar ik ga weer verder en wie weet staat mijn werkbed vanaf 1 januari 2020 aan de Jodenbreestraat of aande Amstel.


Wees trots op dit mooie diverse weerbastige stadsdeel.


Edward Neering

Interim manager
Gebiedspoolmanager Stadsdeel Nieuw West a.i.

NB: Deze blog is geschreven voor intranetpagina van stadsdeel Nieuw West

Foto: Edward Neering, Plein 40-45 genomen vanuit 10 etage Tuinstadhuis in 2019

Rond de Sloterbrug!

Gisteren werd in Café Kerkzicht in Oud Sloten het boek “Rond de Sloterbrug” gepresenteerd door de vier schrijvers ervan. Het is een drukte van jewelste in het café tegenover de St.Pancratiuskerk. Met veel enthousiasme lichten de scribenten een tipje van de sluier op over hoe het boek is opgebouwd en tot stand is gekomen. In feite verhalen geschreven door jongens die nog steeds jongens zijn met een katholieke achtergrond, ook al ogen ze nu als krasse knarren. Rond de Sloterbrug is vooral een verhalenboek over de jaren vijftig en zestig in Badhoevedorp/Sloten/Oud Osdorp. De verhalen gaan o.a. over de oude rivalenstrijd tussen de voetbalbuurverenigingen Pancratius en Lijnden, over de geschiedenis van de Walviskaken bij de Burgemeester Amersfoordtschool, over de bronzen plak van het Misdienaarselftal in 1966 van de HH Engelbewaarders parochie. (inclusief foto met André Neering en Frans Neering). Verhalen over het bezoek van Joop den Uyl aan de Osdorperweg, over de ronde van Badhoevedorp, over “de dorpsgek” Malle Hans, over het Akerbad (zwembad in Sloten net over de brug destijds) en over nog veel meer. Alle verhalen zijn gelardeerd met de herinneringen van de schrijvers of geïnterviewden. Ook gedichten ontbreken niet en zijn een welkome afwisseling.

Het boek is te verkrijgen bij boekhandel Jaspers aan de Sloterweg en bij Boekhandel Meck & Holt in Osdorp op Tussenmeer. Voor meer info of bestellingen kan je ook kijken op www.ronddesloterbrug.nl

Schrijvers: Paul Kroes, Jan Loogman, Kees Loogman en Kees Schelling

Edward Neering

Het Misdienaarselftal met André Neering (staand 5e vanaf links en Frans Neering als supporter, staand 3e van rechts)

VroegÂh was alles beter!

Edward Neering in zijn rol van interim manager bij gemeente Amsterdam.

Was vroeger alles beter? Zeker niet is dan al het antwoord van mijn kant. Ik werd voor de gemeente Amsterdam geïnterviewd over bijna 40 jaar bij de gemeente Amsterdam. Ooit begon ik ergens in 1980 via BBB uitzendbureau als dossierzoeker bij de vroegere gemeentelijke sociale dienst. Ik diende het zogenaamde belblok. Een klant belde waarom zijn uitkering niet was uitgekeerd/verkeerd was berekend en dan aan mij als uitzendkracht de taak om het dossier te zoeken opdat de medewerker aan het belblok de klant hopelijk het telefonische antwoord kon geven. Een hele klus als deze niet in de dossierkast stond maar ergens op een bureau lag bij één van de 60 medewerkers van de afdeling comptabiliteit aan de Amsterdamse Vlaardingenlaan. op 600 vierkante meter kantooroppervlakte was er één computer. Deze kon je alleen raadplegen. Er stond altijd een rij om een printje te maken als het computerscherm daar aanleiding toe gaf. 1/32 was de code dat de bijstandsuitkering was geblokkeerd omdat er geen werkbriefje was binnengekomen. Het werkbriefje was in het echt een ponskaart die ingevuld moest worden in de toemalige blauwe gemeentelijke girobus gepost moest worden.

Foto’s genomen op het Bos en Lommerplein in 2019

In 1982 startte ik als maatschappelijk werker bij dezelfde sociale dienst (Nu de dienst Werk, Paricipatie en inkomen) bij de afdeling Wet Werkloosheidsvoorziening. Na een korte inwerkperiode startte ik op de Herengracht in het centrum waar nu hotel Crown zit op de hoek Vijzelstraat/Herengracht, schuin tegenover De Bazel waar oa het Stadsarchief en Bureau Interim & Advies is gevestigd. Ik rookte als een ketter (meer dan een pakje per dag) en op de Herengracht waren er spreekkamers in oranje/bruin met een losse telefoon zonder computer oid. De asbak stond uitnodigend op het bureau. in de bedompte ruimte werd gewoon gerookt, vaak rookte je samen met de client, want zo werd de klant van toen genoemd.

Ook veel agressie. Diezelfde asbak dan wel telefoon heb ik naar mijn hoofd geslingerd gekregen als de client niet succesvol was om een voorschot te krijgen. Beveiliging was totaal niet aan de orde. Incidenteel kwam de politie langs. Geen agressietrainingen oid. Niet zeuren en gewoon weer doorgaan was het adagium.

Foto’s: Sanne Couprie in opdracht van gemeente Amsterdam


Licht, Lucht en Leven. Nieuw boek Kees Schelling


Licht, Lucht en Leven

Op 2 december 2018 vond in café Kerkzicht een bijzondere gebeurtenis plaats. Het vierde boek van Kees Schelling werd gelanceerd. Nu een verhalenbundel over de inwoners van de Sloterpolder, zeg maar wat nu stadsdeel Nieuw West is. Voor iemand met tijdsgevoel is dit geen eens zo lang gek geleden. Zeg maar de tijd voor 1953.

In de verhalen in ‘Licht, lucht en leven’ keert Kees Schelling terug naar de voormalige Sloterpolder, een sprookjesachtig gebied aan de rand van Amsterdam West. De Sloterpolder ontleende zijn unieke karakter aan het feit dat hij tegen de stad aan lag, maar tegelijkertijd bijna volledig geïsoleerd ervan was. De polder was aanvankelijk alleen via het water en later te voet te bereiken.
In dit boek vertellen veertien voormalige inwoners van dit gebied hun verhaal en geven daarbij een veelzijdig beeld van het leven in de polder.
Een leven vlakbij de grote stad, maar wat sfeer betreft ver daarvan verwijderd.

Een leven dat gekenmerkt werd door werken, werken, werken, een onverwoestbaar geloof en een grote betrokkenheid op de familie en het gezin.
Een hard leven ook. Niet alleen door de omstandigheden waaronder geleefd moest worden, maar ook door de tijd waarin crisis, oorlog en wederopbouw elkaar opvolgden. En voor de bewoners van de Sloterpolder betekende wederopbouw geen herstel, maar ging die periode gepaard met vertrek, verlies en verdriet omdat er ruimte gemaakt moest worden voor de stadsuitbreiding van Nieuw West.

‘ Licht, lucht en leven’ vertelt verhalen over tuinderijen onder de rook van Amsterdam, de stadsbevolking die in de hongerwinter de polder introk op zoek naar voedsel, over tuinders die met hun groenteschuitje naar Zeeland trokken om daar hulp te verlenen bij de watersnoodramp, over de scheepswerf in de polder waar de bootjes voor de boeren en tuinders werden gebouwd, over de oorlog, de honger en het verzet tegen de Duitsers, over een onwrikbaar geloof, maar vooral over het gewone dagelijkse leven van de mensen in de Sloterpolder bij Amsterdam.

De prijs van het boek is € 19,95 exclusief verzendkosten en het is te bestellen op www.keesschelling.nl . In de boekhandel kost het boek € 19,95. Je kunt ook mailen naar: pijlschel@hetnet.nl. Voor boekhandels waar het boek te verkrijgen is: zie de home pagina van www.keeschelling.nl 

 

Kees Schelling

Reisverslag koningssteden Marokko

Reisverslag Marokkaanse Koningssteden

 

Tekst en foto’s : Edward Neering. tenzij anders vermeld

2 december 2017

Zo, even een weekje er tussenuit, dacht ik begin november. Ben nog maar een week weggeweest naar Bretagne sinds IJsland begin september vorig jaar, voor de rest gewerkt aan een beter Amsterdam. Goede ervaringen met Kras vorig jaar dus nog maar een keer. Ik had een rondreis Andalusië op het vizier maar het werden uiteindelijk de koningssteden in Marokko via Krasreizen, en dat in 8 dagen in de laatste week van november 2017.

Iedere dag uitgebreide lunch 

Gezien alle perikelen op Schiphol de afgelopen maanden was het advies om 3 uur van te voren aanwezig te zijn. Alles samenvattend was ik om 10 voor half acht op de luchthaven en om 10 over half acht was ik al door de douane heen met mijn spiksplinternieuwe paspoort! De vlucht naar Casablanca was pas om 10 over half tien dus met de kennis van nu had ik mij nog twee keer kunnen omdraaien! Mooie boel. Schiphol was in de taxfreezone al helemaal in de kerstsfeer en dat op 23 novermber, beetje te vroeg lijkt mij.

Schiphol op 23 november in kerstsfeer

Op Schiphol ook nog even gewisseld, 100 Marokkaanse  dirham is ca € 10,00, iets minder. Lekker makkelijk bij het rekenen. De vlucht duurde iets meer dan 3 uur. Met windkracht acht,  8 graden en de nodige turbulentie opgestegen vanaf onze nationale luchthaven en drie uur later met 26 graden in een onbewolkt windstil Casablanca landen. Bij de aankomst bleken er 2 groepsgenoten spoorloos te zijn. Achteraf hebben deze op het laatst geannuleerd. Dit alles leverde wel een vervelend oponthoud op  de luchthaven van de Marokkaanse havenstad.

Marokkaanse Dirham  20 dirham is 2 euro

In de bus blijkt onze reisleider Abdoul te zijn. De buschauffeur Said en zijn assistent Aziz. Wat de rol van Aziz nu precies is, even los van de leden van de groep tellen in de bus en de koffers in- en uitladen, is mij volslagen onduidelijk. Het lijkt op een soort Melkertbaan en hij moet toch ook eten en slapen en salaris ontvangen voor de gehele week dat hij mee is. Ik zie direct al het schrappen van een kostenpost van Krasreizen, maar dat terzijde. Abdoul heeft een stopwoordje, en dat is “oké”. Hij informeert de groep deskundig. Op zich goed dat we een Marokkaanse reisleider hebben die trots is op zijn land. “Geen Marokkaans water drinken, oké, geen sinaasappelsap drinken in de hotels, oké. Geen fooien geven, dat regel ik, oké,  als Marokkanen verboden horen dan weten ze één ding. Alles wat verboden is, is niet verboden, oké en zo gaat Abdoul nog even door. Hij voegt er nog wel even aan toe dat het wel de bedoeling is dat we hem als reisleider een fooi geven aan het eind van de reis als we tevreden zijn. Ik dacht natuurlijk, okeeeee!, zit dat zo.

Marokko in Noord West Afrika

Casablanca

We komen aan in Casablanca. Eerst een wandeling over de moderne boulevard en daarna een bezoek aan Hassan II moskee aan de buitenkant. Morgen gaan we deze van binnen bekijken. Casablanca is in de 16e eeuw door de Portugezen ingenomen. Zij gaven het plaatsje Anfa het de naam Casa Branca, het witte huis. Later dus Casablanca. We kennen natuurlijk de plaats uit de gelijknamige film met Humprey Bogart en Ingrid Bergman met de legendarische zin van Bogart “play it again Sam” als hij zijn sigaret van de linkerkant naar de rechterkant van zijn mond laat rollen. Little Feat (Popband jaren zeventig)  maakte hier later in een songtekst “Don’t Bogart that joint my friend” van.  Sam was de pianist die tot diep in de nacht om zijn piano rammelde in een Marokkaanse nachtbar in witte stad.  Voor toeristen heeft Casablanca weinig te bieden alleen dus de moskee en de kustlijn met zijn mooie boulevard. 60% van de economische activiteiten van Marokko vinden hier plaats in één van de grootste havens van Afrika. Het oogt als een West Europese stad. De meeste Europese toeristen komen hier eigenlijk alleen omdat het hun vliegbestemming is.

Hassan II moskee De volgende dag in de vroege ochtend gaan we naar Hassan de 2e moskee. Deze moskee is de op 2 na grootste moskee ter wereld. Alleen Mekka en Medina zijn groter. In de jaren tachtig heeft de Marokkaanse bevolking + grote gift uit Saoedi Arabië deze moskee t.w.v. 600 miljoen geschonken aan koning Hassan. In 6 jaar tijd is deze moskee gebouwd vanaf 1987 met uitsluitend Marokkaanse materialen met uitzondering van  de 175 glazen kroonluchters van Italiaanse makelij en een weinig Italiaans marmer. Er kunnen totaal 14.000 gelovigen naar binnen. Het dak kan open, doet mij denken aan de Ajakkes Arena in Amsterdam maar dan voor gelovigen Er zijn 5 gebedsdiensten per dag. Tijdens de Ramadan bidden er nog eens 80.000 gelovigen buiten. Een van binnen prachtig bouwwerk met allerlei moderne snufjes. De architect is een fransman, dat vind ik nu weer wat minder voor zo’n groots Marokkaans project.

Rabat

We rijden naar Rabat waar we het oude stadsdeel gaan bezoeken. Onderweg langs de snelweg een heuse IKEA, het moet toch niet gekker worden. Prachtige medina in Rabat en daarna pittoreske kashba met kleine straatjes witte huizen en blauw geschilderde onderkanten bij de huizen. Kortom een prachtige kleurrijke ervaring. Ook de eerst grote indrukwekkende islamitische begraafplaats, toch weer even wat anders dan Zorgvlied en Westgaarde in Amsterdam. De begraafplaats kijkt prachtig  uit over de Atlantische oceaan echter de doden kijken de andere kant op richting Mekka.  Onze eerste Marokkaanse lunch met tahin is de volgende activiteit. Lekker hoor de Marokkaanse  lunches. Steeds weer 3 gangen in prachtige traditionele restaurants 1e ronde is met allerlei liflafjes, twee ronde is met Tahin, vaak couscous met groenten en kip. In Marokko is de aardappel ook een groente dus die krijg je deze  bij de couscous. En afsluiten met fruit en muntthee. De toetjes en koekjes zijn zo zoet zodat mijn vullingen in mijn gebit een vreugdedans doen, ik ben geen zoetekauw.

Kashba in Rabat

Vervolgens een Mausoleum bezocht met de laatste twee koningen, de namen ben ik even kwijt. Voor de huidige koning is reeds een plekje gereserveerd. Een beetje vergelijkbaar met de graftombe in Delft voor de koninklijke familie van Nederland, maar dan bovengronds en voor het publiek toegankelijk. Naast het Mausoleum ligt de moskee die nooit is afgebouwd. Zie de foto’s. Meest opvallend van dit bezoek zijn de wachters die op een paard naast de poorten de wacht houden. De paarden staan in een zandbakje en wachter en paard wordt beschermd door een afdakje. Marjan Thiemen zou hier kamervragen over zijn gaan stellen.

Paarden met Ruiters op wacht voor het Mausoleum

Mausoleum van de vader en opa van de huidige koning in Rabat

Inmiddels is mij ook duidelijk dat Marokkaanse moskeeën vierkant zijn in plaats van de Turkse moskeeën waarvan de torens rond zijn met een punte erop. Het muntje is bij mij gevallen in het verschil tussen de Moskee in de Amsterdamse Baarsjes (Turks) en die van op de Postjesweg(Marokkaans).

De niet afgemaakte moskee bij het Mausoleum in Rabat

Foto: Begraafplaats in Rabat

Fes

De 3e dag overnachten we in Fes. Eerst een tour van “Fes by night” georganiseerd door onze reisleider. Eerst de poorten van het paleis (gemaakt van Messing)  bezocht van het koninklijke paleis en daarna een tocht door de Souk (de Bazaar in de oude stad)  in avondtijd. Een kleurrijk schouwspel in deze mooie koningsstad. Als er een ezel aankomt hoor je Ballack, nee niet de Duitse voetballer, maar het woord voor “opzij, opzij” of misschien voor “opzouten” of “opgedonderd”. In mooie Nederlands “wilt u zo vriendelijk zijn om ruimte te maken”.

De volgende morgen vanuit Fes naar Voubilis. Overblijfselen van een oude Romeinde stad uit het Westromeinse rijk (zie foto plattegrond) en later een grote Berber nederzetting aan de Rand van het Rifgebergte. Vanaf 45 jaar na Chr. viel Voubilis dus onder Romeins bewind. Schitterende ruïnes met veel mozaïek en een prachtige gerestaureerde stadspoort. Hoogtepunt is toch de Romeinse Yakuzi waarmee aangetoond is dat de Romeinen hun tijd ver vooruit waren.  De rit door het Rifgebergte maakt van de bus een massageapparaat, onze gids spreekt van een Berbermassage als de bus over hobbelige wegen zijn weg moet vinden. Hier komt de term “rijke stinkerd” vandaan omdat de romeinen belasting hieven op het toiletgebruik in een tijd dat WC verfrissers nog niet bestonden.

Foto: Voubilis  is de oude Romeinse stad. Zie kaart voor inzicht plaats in het West Romeinse Rijk. zie op zuil een Ooievaarsnest

Meknes

Vanuit de oude Romeinse Voubilis bezoeken we de oude stad Meknes, de derde Marokkaanse koningsstad.  De oude Souk (Bazaar van de oude stad) en  daarna de Heri El Souani hoge gewelfde ruimtes verdeeld over 23 schepen die ooit gebruikt werden als pakhuis en graanopslag. Daarna de immense stallen welke destijds plaats boden aan meer dan 12.000 paarden. De slangenbezweerder op het plein heeft twee slangen die niet vooruit te branden waren en weigerden om omhoog te komen. Geen slangenerectie, geen dirham, zo is dat! Wel een leuk bezoek aan Meknes wat zeker de moeite waard was. Gelukkig weer via de snelweg terug naar Fes zonder Berbermassage.

Nu echt Fes!

Het probleem van het hotel in Fes, waar we drie nachten zijn, is dat de ze bar/disotheek met Marokkaanse muziek onder mijn hotelkamer ligt en dat ze de dakramen van de bar open hebben staan om mij in mijn hotelkamer live mee te laten genieten. Drie nachten lang kan ik pas om 1 uur gaan slapen. Ze houden zich wel aan de sluitingstijden, dat dan weer wel. Een plaatselijke gids zal ons deze dag begeleiden in Fes in de Medina. Hij praat snel, hard en gedreven. Ik mag hem wel. Wat blijkt, hij is nu de buurman van Tarik Sektaoui, de voormalige rechtsbuiten van AZ onder het bewind van Co Adriaanse zo rond 2004. Hij blijkt nu trainer te zijn van de plaatselijke club uit Fes die in de 2e divisie speelt.  Fes is een zeer markante stad in Marokko. We beginnen de Fesdag met een fort boven de berg met een schitterend uitzicht over de stad met een strakblauwe hemel als decor met een graadje van 24 en dat eind november. Vervolgens naar een Keramiekfabriekje. Het fabriekje is vol in bedrijf en ze doen volgens mij goede zaken. Leuk om dit te zien en grappig om te zien dat een werkneemster een pot beschilderd met een mobieltje tegen haar hoofd om met haar vriendje te babbelen. Ook hier verandert duidelijk de tijd.

foto: Uitzicht op Fés, de straathandel is overal

Foto: Ooievaar op de stadsmuur van Fés

Dan worden we afgezet door de KRASbus om een wandeling van te maken door een gedeelte van de meer dan  9000 steegjes in de oude stad Fes met een de mooiste Souk  (overdekte markt/bazaar). Onvoorstelbare mooie ervaring. Sommige winkeltjes zijn niet groter dan een 2 deurs hangkast. Er wordt van alles verkocht. Potten, pannen, bezems, dromedarisrug vlees, nougat, tafels stoelen, doodskisten, groenten en alles wat daar tussen zit.

Foto: Souk van Fés Keramiek

De steegjes zijn zo smal dat er geen auto’s, vrachtwagens, fietsen, brommers kunnen rijden. Het enige vervoer zijn muilezels en duwkarren. Je hoort de mensen roepen dat ze er langs willen (Ballack, Ballack) en druk je jezelf tegen de muur/gaat aan de kant. Middenin dit labyrint hebben we een geweldige lunch. Dan nog een stukje lopen en bezoeken dan nog een leerlooierij. In grote baden met een soort zuur worden de huiden van de laatste haren ontdaan. Daarna gaan de huiden in de gewenste kleurbaden. Daarna hangen ze te drogen en worden dan verwerkt voor tassen, jassen, riemen en wat al niet meer. Het stinkt hier als bunzing en de bezoekers krijgen een takje mint om onder de neus te houden tegen de stank. Dat levert natuurlijk een mooie foto op. Alles samenvattend, een fantastische dag in een markante Stad. Fés is de naam.

foto: de baden waar het leer wordt schoongemaakt en gekleurd

Foto: Muntblaadjes voor de neus tegen de stank vd Leerlooierij

foto boven: Fés , de Median met meer dan 9000 straatjes

Foto: de reisgroep van Kras

De groep

Net als in IJsland weer een leuke groep van allerlei pluimage. Van Enschede, Oldenzaal, Sevenum, Zutphen, Venlo, Lelystad, Heiloo, Egmond aan de Hoef, Groningen, Barneveld, Druten en Antwerpen. Van ex-dealer tot administratief medewerker, Van medisch analist tot inkoper, van mondhygiëniste tot Interim manager, vaan kinderdagverblijf tot techneut, van melkveehouder tot leerkracht van moeilijk opvoedbare kinderen. Eigenlijk zijn allen met koppels behalve Bas en ik. Hier verder geen last van gehad gedurende de week. Wel twee verdwijningen meegemaakt. De bus was vertrokken en Wim was er niet meer, die zat nog in Rabat. Dit kunststukje herhaalde hij nog een keer op het vliegveld in Casablanca bij de terugreis. Ook Bas was op een gegeven moment foetsie in Marrakesh na het paleisbezoek, in de middag keerde hij gelukkig heelhuids terug in de groep.

foto: Markt (Souk) in Fés, klant bij Groenteman

Beni Mellal

Fés ligt aan de voet van het Rifgebergte in het binnenland in het Noorden. De volgende dag verlaten we het Rifgebergte en vertrekken naar het Atlasgebergte met als bestemming Beni Mellal, een tussenstop met hotel richting Marrakech. Een schitterende route door het langs cederbomen en olijfbomen versierde route in een woeste kale natuur. Ook hier geeft de strakke blauwe lucht de natuur weer de juiste contouren. De lunch is onderweg bij twee Berbervrouwen vlakbij het stuwmeer van Ait Oum Bekth.

Foto: Berberrestaurant bij stuwmeer

Foto: Tahinlunch wordt geserveerd in Berberrestaurant

Heerlijk gegeten maar voor sommige reisgenoten blijkt de Berbermassage de wagenziekte te bewerkstellingen. Dus voor in de bus gaat zitten met blik op de weg is het medicijn met een primatourpilletje toe. Een lange rit vandaag van 370 km. Overigens een prachtig hotel met zwembad, een bad waar niet in gezwommen mocht worden tijdens ons verblijf.

Foto: Emmy vd Pol

Marrakech

Om half negen de volgende dag  vertrekken wij voor een rit vanuit Beni Mellal via de weg van veel kashba’s door het Atlasgebergte naar Marrakech. Beni Mellal ligt aan de voet van de atlasgebergte en ligt op een laagvlakte waar sprake is van veel irrigatie. We zijn in het gebied van Azilal Aforar. Een vruchtbaar land wat even doet terugdenken aan de verkaveling in Nederland.

Foto: Laagvlakte bij Beni Mellal, vruchtbaar door irrigatie

We gaan met de bus omhoog de Atlas in en maken een stop om deze vruchtbare laagvlakte nog even te bekijken  Dan op weg naar de grootste waterval van Marokko in Ait Taguella. Een schitterende waterval die de watervallen in IJsland even doet vergeten. Eerst van bovenaf bekeken en dan 621 treden op een goed aangelegde trappestraat naar beneden om dit natuurgeweld van beneden te bekijken. Tsja en dat moet je ook weer die 621 treden omhoog! Vervolgens daar de lunch gedaan met wederom een heerlijke Marokkaanse tahin maaltijd met een prachtig uitzicht. .

Foto: Waterval in Atlasgebergte

foto: Tahinlunch bij Waterval

Vervolgens richting Marrakech. Wederom een hotel met zwembad waar we 2 nachten gaan verblijven. Dat ik ooit sinds Loret de Mar in 1977 weer in een paardenkoetsjes richting het centrum van Marrakech zou belanden heb ik niet van te voren kunnen bevroeden. De groepsdwang heeft mij wellicht een zetje gegeven. Maar goed we zijn in de avond aangeland om het Magische marktplein van Marrakech. Een mooie bijzondere sfeer met schapenkoppen als decor voor het diner.

Foto: Schapenkoppen op marktplein in Marrakech

De volgende dag in de vroege ochtend de tuinen van Marjorelle bezocht, een soort Keukenhof voor cactussen in de binnenstad. Mooie tuin maar in een kwartiertje ben je er wel klaar mee. Na een uur op weg naar de Joodse wijk van Marrakech waar het paleis van de koning ligt. Dit is het enig paleis wat we van binnen bekijken. In één woord prachtig. Het Bahia paleis met ook hier weer prachtig gedecoreerde kamers voor de koning zijn 4 vrouwen en 24 concubines. En in het midden altijd een Riad ( middentuin). Vervolgens een koffie op een hoog terras. Vervolgens naar het Mausoleum van Marrakech met Saidische graven in de oude stad. Erg fraai maar wie daar precies liggen ben ik weer even kwijt en is ook niet zo relevant. Ik breek daar zowat mijn nek omdat ik een trede over het hoofd zie, dat heb je ervan als je kippig bent met bril op. De Koutoubla moskee met de hoogste minaret van Marrakech is steeds meer dominant in het straatbeeld, met zonstand geeft dat soms erg mooie plaatjes.  Als laatste een soort kruidendokter. We krijgen een geweldig enthousiaste presentatie van de “kruidendokter“. Hij heeft allemaal kruiden voor diverse kwaaltjes en hij beloofd dat het allemaal helpt. Snap niet dat de Nederlandse gezondheid organisaties hier niets mee doen. Denk dat minstens 90% van de ziekenhuizen en klinieken in Nederland kunnen sluiten. Ook huisartsen en medisch specialisten zijn dan overbodig. Jaja, ik koop iets tegen neusverkoudheid maar de verkoudheid wordt alleen maar erger.

Foto: de tuinen van Marjorelle

Slangenbezweerder op het Martktplein van Marrakech

 

De middag is vrij en ik besluit alleen op stap te gaan. Ik neem een shuttle naar de binnenstad vanaf het hotel. Word ik bij het treinstation afgezet, kilometers van de mooie binnenstad. Ik dus op weg. Buiten de groep ben je een stuk kwetsbaarder. Ik word tot twee keer toe, dat bleek achteraf, de verkeerde kant op gewezen. Uiteindelijk neem ik een stadsbus voor 4 dirham naar de binnenstad. Vervolgens de overdekte markt (Souk) van Marrakech bezocht. Ook een mooie Souk maar die van Fés is mooier. Het plein is dan weer typisch Marrakech met slangenbezweerders, bandjes, straatartiesten, eettentjes en overige markt. Het is hier elke dag Koningsdag. In de Ramadan tot 3 uur in de nacht, normaal tot 24.00 uur open.

Foto: Specerijen op de markt bij Marrakech

Foto: Straatmuzikant

In de avond nogmaals met de groep het plein van Marrakech bezocht. Daarna een diner met muziek en buikdanseressen. Net als de koetsjes moet ik hier even doorheen. Ik ben snip verkouden en het gaat een beetje langs mij heen. Gelukkig wel een biertje erbij hier want alcohol is alleen te verkrijgen in de hotels en de restaurants voor toeristen.

Marokko

 foto: Moskee in Marrakech 

Een beeld wat niet naar voren komt in dit reisverslag is dat ik Marokko een heel verrassend land vind. Even los van de toeristenatrracties zijn de steden zoals Casablanca, Rabat, Marrakech en Fés moderne steden. Er zijn geen sloppenwijken. En het stadsleven doet heel Europees aan. Ik denk dat in sommige delen van Amsterdam Nieuw West er meer Marokkanen in tradionele kleding lopen dan in delen van Casablanca. De vergelijking doemt bij mij op van Hollanders die in Canada bij elkaar klitten en vasthouden aan oude waarden en normen. Een land met meer dan 30 miljoen inwoners, 11 keer zo groot als Nederland en met een enorme economische ontwikkeling en mooie ambities en mogelijkheden op het gebied van toerisme en grondstoffen. De huidige koning is faciliterend, misschien wel een mooi voorbeeld van dienend leiderschap als ik Abdoel, onze gids moet geloven. Marokko is een aanrader. Ik ben ook benieuwd naar het zuidelijke deel van dit land met oa de Sahara. Voor deze albino is dat een brug te ver. Veel plezier en moois als je gaat!

Edward NeeringFoto boven: We wederom couscous tussen de middag

 

 

 


Een verloren paradijs #keesschelling #boek

Een verloren paradijs

Sfeervol boek belicht het leven in de Sloterpolder  (nu Slotervaart) in de vorige eeuw.

verloren-paradijs

De Sloterpolder, een verloren paradijs

Waar tegenwoordig het stadsdeel Slotervaart ligt, lag vroeger de Sloterpolder, een gebied van ongerepte schoonheid waar alleen tuinders en boeren woonden.

De Sloterpolder ontleende zijn unieke karakter aan het feit dat het onder de rook van de stad lag, maar tegelijkertijd voor de meeste Amsterdammers een volstrekt onbekend gebied was. Het lag geïsoleerd omdat de polder eerst uitsluitend via het water en vanaf het eind van de jaren 20 ook te voet, bereikbaar was. De Sloterpolder werd ook wel ´de groentetuin´ van Amsterdam genoemd. De stad was voor de dagelijkse aanvoer van verse groenten lange tijd afhankelijk van de in deze polder aanwezige tuinderijen.

Mooi tijdsbeeld.

Over het leven in de Sloterpolder heeft Kees Schelling een boek geschreven: “Een verloren paradijs”. Het boek vertelt het verhaal van het gezin waarin zijn moeder is opgeroeid. Zij is een dochter van Karel Kenter en Anna Overwater die met hun elf kinderen van 1923 tot 1954 leefden in de Sloterpolder bij Amsterdam. Het verhaal geeft niet alleen een beeld van het leven van de familie Kenter, maar laat vooral ook zien hoe er in die tijd aan de rand van de stad werd geleefd op een manier die nu niet meer voor te stellen is.

Voor het boek interviewde hij de negen kinderen van het gezin en hun mannen en vrouwen die nog in leven zijn. De persoonlijke verhalen van de kinderen lopen als een rode draad door het verhaal en zijn verbonden met meer algemene onderwerpen die samenhangen met het leven in de Sloterpolder, zoals het water, de tuinderij, de besloten gemeenschap, het geloof, de opvoeding, de oorlog, de relatie met de stad, de onteigening en het vertrek uit de polder.
De Sloterpolder

Het verhaal is niet alleen een tijdsbeeld, maar ook een eerbetoon aan mensen die vooral door heel hard te werken en liefde voor het gezin, jaar in jaar uit, in moeilijke omstandigheden, het hoofd boven water wisten te houden.

Een verhaal over het dagelijkse leven dat bepaald werd door het ontbreken van wegen en de aanwezigheid van sloten en vaarten. Typerend voor de Sloterpolder waren de aan het water gelegen houten woningen met hun spoelhuizen, de akkers vol sla en andijvie, de glazen broeibakken die in de zomer de blauwe luchten zo mooi weerspiegelden, de schuitjes op weg naar de veiling, zwaar beladen met kisten vol gele komkommers. Maar bovenal de wonderlijke, ongerepte schoonheid van dit bijzondere gebied.

Het boek is 225 pagina’s dik en bevat ca. honderd foto’s, kaartjes, bidprentjes en krantenartikelen uit die tijd. De prijs is € 22,95.

Het boek is vanaf 12 november verkrijgbaar bij boekhandel Jaspers in Badhoevedorp, bij boekhandel Primera in Zwanenburg en bij boekhandel Meck en Holt op Tussen Meer in Osdorp.

Meer informatie over het boek is te vinden op www.keesschelling.nl Het boek kan ook via deze website worden besteld

keesKees Schelling: auteur van het diverse boeken waaronder “een verloren paradijs”