Bokito

Bokito

Het moet ergens in 2007 geweest zijn, ik denk zo in juni. Ik werkte als manager   bij de in 2006 opgerichte Dienst Werk & Inkomen (DWI)  van de gemeente Amsterdam. Ik was hoofd van alle publieke re-integratie-activiteiten waaronder de succesvolle projecten Herstelling en de Formulierenbrigade. Het hoofd communicatie is zojuist aan de kant gezet en zijn vertrek is even het gesprek van de dag. Het ging al bij zijn start helemaal fout. De slogan van de DWI is “Iedereen werkt mee!” en dat moet natuurlijk worden uitgedragen. Op een top 100 dag (alle  managers van de DWI komen dan bij elkaar) wordt in de loop van de dag aan alle aanwezigen een witte overall uitgereikt met op de achterkant de nieuwe slogan van de DWI. Tot grote ontzetting van de directeur staat niet de tekst “Iedereen werkt mee!” maar “Iedereen doet mee!”, oorzaak: het hoofd communicatie had de verkeerde tekst doorgegeven, slecht geluisterd dus.  Bye bye Jan Willem. Het was toch al een beetje rare snuiter.

Het was het jaar dat dierentuin Blijdorp 150 jaar bestond. Op 18 mei 2007 ontsnapte een zilverrug uit zijn verblijf. Deze gorilla droeg de naam Bokito. Hij greep op zijn vlucht een vrouw en sleurde haar mee. Later bleek dat deze vrouw Bokito vier keer per week bezocht en altijd oogcontact met hem maakte. Ze dacht een speciale relatie met het dier te hebben. Dus de vrouw was geen onbekende voor Bokito. Uiteindelijk had de vrouw diverse breuken, een verbrijzelde hand en meer dan 100 beten over haar hele lichaam.

Op een dinsdagmiddag worden alle DWI managers uit de 2e managementlaag opgeroepen om naar de Polderweg in Amsterdam-Oost te komen omdat de directeur een mededeling wilt doen. We noemen de directeur even Pim in deze blog.  Everhard is de manager van Oost en ontvangt ons allen in het witte noodgebouw waar ooit nog de stadsdeelraad Oost was gehuisvest vlakbij het Muiderpoortstation. Gaat Pim de handdoek in de ring gooien? Immers hij zit er al vanaf april 2004. Pim neemt het woord en zegt kort  “Amarentia wil jullie wat vertellen”. Zij vertelt dat ze toe is aan een nieuwe uitdaging en dat Pim haar de unieke kans geeft om een nieuwe uitdaging te vinden. In normale managementtaal is dit de tekst van een collega die weg moet, op een zijspoor wordt gezet met een regeling. Haar afscheidsdatum wordt nog bekend gemaakt.

Op een donderdagmiddag koop ik een luisterboek van Arthur Japin als afscheidscadeau voor Amarentia. De afscheidsreceptie is op de 13 etage van het DWI kantoor aan de Jan van Galenstraat. Pim heeft de 13e verdieping omgebouwd tot een grote managementruimte met 4 zithoeken. Hier vindt iedere week ook de zogenaamde DWI-raad (directie met alle afdelingshoofden) plaats. Maar vandaag is het de ruimte waar de afscheidsreceptie plaatsvind van onze manager HRM. Ik ben er om half vijf en het is al een drukte van jewelstse. Er zijn relatief veel vrouwen aanwezig. Ik begroet haar, geef haar het cadeau en zoen haar. Terwijl ik haar zoen ruik ik een alcoholzweem. Ik moet gedacht hebben “die heeft al een paar wijntjes weggetikt”

Nadat Pim zijn vlakke speech  heeft gehouden is het de beurt aan Amarentia. Onhandig heeft ze de microfoon in de handen. Ze begint een beetje a la Mies Bouman, lieve mensen, lieve allemaal!. In haar eerste zinnen moet ik toch voorzichtig constateren dat zij inderdaad al wat wijntjes op moet hebben want ze klink licht aangeschoten. “en nu wil ik  het toch even hebben over mijn vertrek”, ze zoekt met ogen naar Pim en wendt zich vervolgens weer tot de andere aanwezigen. “Het is geen geheim dat Pim en ik twee totaal verschillende mensen zijn, eigenlijk zijn we twee totaal verschillende planeten. In de ogen van Pim is hij Jupiter en ik ben Pluto. Het heeft ook vaak gebotst tussen Pim en mij. Ik voelde mij bij Pim niet op mijn gemak. Ik zal het anders vertellen. Ik voelde mij bij Pim een beetje als die vrouw in dierentuin Blijdorp die door die Gorilla werd meegesleurd”. Ik sta vlakbij Pim die inmiddels rood, groen en blauw van woede is geworden en  ineens roept  “100 beten!!” Amarentia  is niet van haar stuk te brengen en gaat verder met haar betoog. De vrouwen in de zaal liggen al blauw van het lachen. Uiteindelijk sluit Amarentia af en nog altijd op een licht aangeschoten toon zegt zij “… en tenslotte heb ik een advies aan alle vrouwen die wel eens op de 12e etage (=is de directie etage waar alle directeurenkamers van Glas zijn)  komen, als je voor de kamer van Pim staat en je kijkt door het glas dan geef ik het dringende advies. MAAK GEEN OOGCONTACT!

Edward Neering

Bokito

Coronatijd

Coronatijd,

Ik merk dat mijn wereld kleiner wordt nu ik veel meer thuis ben. Het thuiswerken bevalt mij op zich wel, op vrijdag zit ik op kantoor bij mijn opdracht in Mokum waar ik werk als interim manager voor de gemeente Amsterdam. Gekscherend roep ik iedere vrijdagochtend bij het weggaan tegen mijn vrouw vanaf de voordeur naar boven “Dag lieverd, je mannie gaat nu besmet gebied in!”.

Ik reis om de spits heen, in de trein kun je een kanon afschieten. Station Sloterdijk is zo rustig als op voorheen zondagochtend om 8 uur. Met handschoenen aan op de fiets naar het hoge gebouw in de Jan van Galenstraat alwaar ik niet de lift neem maar stoer 11 etages met de loopwagen bestijg. Een goede workout die mij 80 kilocalorieén verbranding oplevert zo staat op de traptreden, zeg maar één biertje. Hijgend komt deze bijna 62 jarige man dan uiteindelijk aan op een afdeling waar ongeveer 5 mensen werken, daar waar er normaal 40 zijn. De rest werkt nu allemaal thuis. Met één handschoen aan mijn rechter dartel ik door de dag met beeldtelefoon en gewone telefoongesprekken.

Thuis bezoek ik regelmatig onze nieuw koffieapparaat met verse bonen in de keuken. De Senseo (ik vond die prima!) moest plaatsmaken voor een echte bonenmachine. Kom ik in de ochtend beneden dan begint de ellende al met het geluid. Hij moet eerst opwarmen met het nodige kabaal, ik moet echt naar de radio lopen om het nieuws te kunnen horen. Eindelijk klaar met opwarmen komt het eerste commando “Vul het waterreservoir!”, ik doe het!. Ik druk voor de eerste grote kop koffie. Hij gaat eerst bonen malen met een knarsend luid maalgeluid en eindelijk begint de koffie te stromen met wat minder herrie. De eerste kop staat trots dampend naast het apparaat. Volgende commando “ledig het dikbakje!”. Ik doe het en druk vervolgens op de knop voor het volgende bakje koffie. “vervang het Filter!”, welk Filter?!! Ik roep naar boven en vraag om instructies. Een paar minuten later heb ik het eindelijk door, het is eigenlijk geen filter maar een rood plastic vierkantje wat links onderin het apparaat zit naast het dikbakje, geen idee waarom het daar zit maar het moet schoon. Eindelijk klaar. Ik druk voor het 2e bakkie pleur…… “Ledig het opvangbakje”! Het opvangbakje zit helemaal vol met schoonmaakwater en gemorste koffie. Bakje geleegd en ik druk voor een 2e kop zwart goud. “Graag de machine ontkalken! Beveelt deze Delonghi. Ik ben nu in staat om de oude Senseo uit de schuur te halen maar realiseer mij nu al dat koffiepads niet meer tot ons huishouden behoren. Mijn vrouw is haar bed uitgekomen en heeft zich gebogen over de gebruiksaanwijzing en speurt tussen de kleine lettertjes naar “ontkalken”. Uiteindelijk gefixt, mijn vrouw weer in bed en triomfantelijk loopt deze modelman met twee koppen koffie naar boven en betreedt de slaapkamer, Mijn vrouw neemt een slok, “de koffie is lauw!!.

Inmiddels is mijn agenda gevuld met allerlei videoconferenties en belafspraken. Het mailverkeer is toegenomen en sommige collega’s zijn gaan chatten op de mail. Regel 1: nooit chatten op de mail (gebruik desnoods whatsapp) Regel 2: Zet nooiiiitttt zaken op de mail zoals: “ik vind dat jij…kortom zaken op betrekkingsniveau. Regel 3: geen lulverhalen. Maar helaas ik zie het allemaal regelmatig voorbij komen en als ik twee uur met beeldbellen bezig ben geweest zijn er zomaar een stuk of 30 mails bijgekomen. Tijd voor een lesje mailopvoeding lijkt mij.

De anderhalve meter voor de toekomst lijkt mij ondoenlijk, zowel in het Openbaar Vervoer als op kantoor. Prima als een medewerker 60% moet thuiswerken en 40% op kantoor moet zijn, in sommige kantooromgevingen blijkt de productie zonder problemen te worden gehaald met 100% thuiswerken. (je hebt eigenlijk helemaal geen kantoor nodig!!). Scheelt Files, drukte in OV, veel reiskosten- en tijd. Maar dan nog is de anderhalvemeter niet te doen. Ik ben voor mondkapjes enz.

Of zoals de viroloog Goudsmit het afgelopen weekend in de Volkskrant zei” Hij antwoordde op de vraag: U bent voor het normale normaal en niet voor het nieuwe normaal? Antwoord: Ja, ik hoef niet terug in de tijd, maar ik hoef ook niet naar een nieuw normaal wat in feite extreem abnormaal is.”

Inmiddels sta ik weer voor het koffieapparaat. Ik geef een commando en direct een antwoord terug “vul de koffiebonen aan!”.

Edward Neering

Van de Wapseknaps in Haarlem!

Foto: de sfeer onder de Neeringen is opperbest

Dit verslag dateert uit het najaar van 2016.

Zaterdagochtend om kwart over tien neem ik de Zuidtangnet naar Schaklwijk centrum, zeg maar het Bijlmer van Haarlem. Aangekomen steek ik over naar de andere kant van de Europaweg op weg naar de Laan van Berlijn. Ik kom langs het Praagplantsoen en de Ankarastraat dus blijkbaar in de ogen van de gemeente Haarlem behoort Turkije al tot de EU!! Hoe dan ook ik arriveer in een soort buurthuis waar schaakvereniging “het Spaarne” een heus “Huis-, Tuin- en Keukenschaaktoernooi houdt. In totaal vijf Neeringen zijn aanwezig om de degens met elkaar te kruizen. Paul Neering is uitgesloten van deelname omdat hij een ervaren clubschaker is derhalve heeft hij de coördinerende rol opgepakt als wedstrijdleider. Hij belooft plechtig zich inhoudelijk niet met de partijen te bemoeien die zich op de schaakborden zullen ontvouwen. Irene Nootenboom is dan toch de vijfde Neering alhoewel haar achternaam dat niet verraad maar zij is wel degelijk getrouwd met Paul maar bovenal zijn levenspartner. Het is natuurlijk een lawaai van jewelste met al die Neeringen en ook bij de aanvang van schaakpartijen (doorgaans is het dan muisstil) horen we al na 30 seconden Ton Neering al hard “Schaak!” zeggen. De gedachte komt bij mij op dat deze Neering een snelle schaakdood zal sterven en zo geschiedde. Dré, Rob, Irene en mijn persoontje zijn wat gematigder en handhaven zich keurig in het schaakgeweld van huis- tuin- en keukenrumoer. Opgemerkt dient te worden dat Irene uiteindelijk korte metten maakt met André en Ton. Er ontstaat een organische pauze na 3 partijen en in de kantine aangekomen zie twee Neeringen (ik noem geen namen!) al aan de wijn zitten! We klokken 13.00 uur. Alcoholgebruik tijdens het schaken is natuurlijk uit den boze en staat in het formele circuit op de dopinglijst. De middag schrijdt voort en we staan aan de voet van de laatste partij van zeven partijen. Opvallend is dat Rob wel tegen Andre, Irene en Ton mag spelen maar ik ontmoet alleen Irene en Rob. Rob ontmoet ik in de laatste partij. Of we worden gedeeld derde en als ik win ben ik alleen derde. De partij ontspint zich en ik zie mijn kans schoon om met mijn Dame een aanval op te zetten op de pionnenstelling die voor de Koning van Rob staan. Ontzet slaat mijn broer dit gade en als ik met mijn dame zijn pion sla op A7 is hij volledig van slag. De winst is aanstaande……. Hij stamelt “ik geloof dat dit mat is!”…….. en zijn hand maakte al een liftende beweging om mij te feleciteren….!

Het vervelende is dat Paul Neering als wedstrijdleider toevallig staat te kijken en dan plotseling uit zijn rol valt. Hij zegt en wijst “ik zie nog een zet!”. Heel snel fleurde het gezicht van Rob weer op omdat het bloed weer terugstroomde in zijn bleke toetje. Rob voerde de zet die ervaren wedstrijdschaker Paul bedoelde uit en vervolgens was ikzelf helemaal van de Wapseknaps en verloor de partij met een mooie lopersmat van mijn broer uit Purmereutel  die dertig jaar geleden op de Koemarkt in Purmerend zijn laatste partij speelde in café/restaurant Concordia..

Schalwijk zal nooit meer Schalwijk zijn………

Edward Neering

NB: Ton zijn hoofd is achter mijn hoofd enigszins te zien. het duikgedrag van deze broer bij het maken van deze foto was reeds een inleiding op het uiteindelijke resultaat van deze middag. 😉

Foto: Rob feliciteert Edward met de gedeelde 3e plaats.

De Kelk

Paul, André, Edward en Frans Neering rond 1970

Het is ergens in 1970. Op radio Veronica tetteren door het krakerige luidsprekertje van de transistorradio de Beatles met Let it be als muzikaal behang. Al mijn broers zijn voor Ajax (in het Neeringjargon: Ajakkes) en als jongste van 14 kinderen heb ik de keuze voor Feijenoord gemaakt. “Kan ik mij goed mee profileren” moet ik onbewust gedacht hebben. Feijenoord speelt op 6 mei 1970 de Europa Cup 1 finale en wint van Celtic. Ik ben 11 jaar en in Badhoevedorp zit ik op de katholieke Plesmanschool. Katholiek > dus ook ben ik misdienaar en schrijdt zowel doordeweeks als in het weekend vroom door de plaatselijke HH Engelbewaarderskerk. Elke dag bid ik in mijn bed tot God. In mijn gebeden staan twee dingen centraal; 1) dat ik er bij de schooltandarts alsjeblieft boorloos door heen kom en 2) dat Ajakkes niet zal winnen.

Het is nu ook de tijd van de popmissen die landelijk steeds meer plaatsgrijpen. De kerk wil jongeren aan zich binden en organiseert op de zaterdagavonden missen met een popband op het altaar. Ik ben met Joris Beck het misidienaarskoppel van deze zaterdagavond. Tijdens deze popmis is er ook een grote wijziging met betrekking tot de misdienaren. Normaal gesproken sta je onderaan het altaar en komt de priester via een drietal traptreden naar je toe om het water en de wijn op te halen maar tijdens de popmissen staan de misdienaars naast de priester op het altaar, één aan de linkerkant van de kazuifelman en één aan de rechterkant. Ook nieuw was dat de priester versterkt door een microfoon vanaf het altaar de gelovigen toesprak. In totaal stonden er drie microfoons op het altaar. De resterende twee stonden gericht op de twee dieners. Pastoor Thijssen had zijn mooi geborduurde kazuifel aan met mooie patronen, beige met een grote brede groene band verticaal van een hele dikke stof. De consecratie is aan de gang, zeg maar het echte heilige deel van de mis. De pastoor heft de kelk met heerlijke bisschopswijn ten hemel en houdt deze hoog boven zijn hoofd. Het is de bedoeling dat ook de misdienaren een slokje van deze goddelijke heilige wijn nemen. Pastoor Thijssen brengt de kelk plechtig omlaag en maakt een korte beweging naar rechts en biedt de kelk aan mij aan. Vroom doe ik mijn ogen dicht en drink plechtig van de wijn. Nou ja, niet VAN de wijn maar DE wijn! Er zit maar heel errug weinig bisschopswijn in de kelk en zonder dat ik het besef heb ik alles in één teugje opgedronken. Onbewust veeg ik met togamouw mijn mond schoon en maak daarbij een klein geluid. Door de microfoon klinkt de kleine geluid ineens ernstig groot en galmt in het godshuis en de kerk mompelt, giechelt en lacht. De houten banken kraken volop. Pastoor Thijssen pakt de kelk weer terug en geeft de lege kelk aan Joris, mijn collegadienaar. Joris zit dat er geen wijn meer in de gouden beker zit en geeft de kelk terug aan de Pastoor zonder deze aan zijn mond gezet te hebben. Wederom rumoer in de kerkbanken. Vervolgens belandt de kelk weer in de handen van pastoor Thijssen en heft de kelk weer hoog ten hemel. “dit is het bloed van christus” zegt hij en brengt de kelk naar zijn mond en doet hij alsof hij de kelk leegdrinkt. Op dit moment ben ik getuige van een leugen van de kerk waar ik zelf de oorzaak van ben.

Met mijn gebeden tot God gaat het ook niet goed. Ik ben binnen gestapt in het busje van de school tandarts. . Het groen/beige busjes doet de school twee keer per jaar aan en staat steevast in de Sperwerstraat met uitkijk op de Pappegaaienstraat. Vanuit het busje loopt een dikke electriciteitskabel naar de Plesmanschool zo’n 40 meter verderop. De school fungeert als een soort laadpaal. We worden op alfabet geholpen. Robert Lirb ligt op de stoel en Ineke Marcus en Edward Neering zitten op het wachtbankkje. Robert heeft het zwaar. We horen wat gekerm terwijl de boor in de rondte zingt. Na Ineke ben ik aan de beurt. “En poets jij wel iedere dag jouw tanden?” vraagt tandarts Liem met zijn Chinese/Indonesische tongval. Aangezien ik niet mag liegen zeg ik eerlijk dat ik wel eens een keertje oversla. Op een direct boze aanvallende toon zegt hij “Je vergeet toch s’ochtends ook niet je onderbroek aan te trekken?!”….. Geen speld tussen te krijgen! Ondertussen kijkt hij met zijn spiegeltje in mijn mond en zegt.. “Dat heb je ervan! Ik zie een paar gaatjes mijn jongen!”, “goed stil zitten ander boor ik in die tong van je” en voor ik het weet is de marteling met de boor aangevangen. God heeft mijn gebeden niet verhoord.

Met het voetbal ging het al niet veel beter, Ajakkes won in 1971,1972 2n 1973 de Europa Cup voor Landskampioenen dus die gebeden waren ook niet verhoord! langzaam, stukje bij beetje brokkelde mijn geloof af als een ijsschots richting zomer.

Edward Neering

Misdienaar bij een huwelijk in de HH Engelbewaarderskerk in Badhoevedorp

Mijn Tour de France

Joop

Mijn Tour de France

door: Edward Neering

Het komt allemaal weer voorbij. Jeroen Wielaart met zijn bierviltjes waarop het idee van de tourstart in Utrecht werd geschetst een aantal jaren geleden, de ploegenpresentatie, de tour zonder Mart Smeets, of toch weer niet (1989)  enz. De opgehemelde kansen voor Tom DuMoulin terwijl Tony Martin of Fabio Cancellara de proloog gaat winnen enz. Het wordt daar dit weekend zo druk en warm dat geen haar op mijn hoofd erover denkt een bezoek aan 030 te brengen. Nu komt mijn schoonmoeder deze week dus zou het even een mooie escape zijn. Ik verkies klikkende breinaalden boven een bonello in de kokende domstad. Eigenlijk word ik er een beetje moe van en hoop dat het snel weer zondag is en de karavaan gewoon op weg gaat richting Frankrijk via Rotterdam en Zeeland.

En dan zie ik weer Joop, onze Joop, de winnaar van de grote ronde van Frankrijk in 1980. De enige ronde die ik helaas vanuit de krant moest volgen wegens een fietsvakantie naar Frankrijk. Waar Zoetemelk klom met het peleton naar l”Alpe de Huez en La Plagne, klommen wij naar de top van de Ballon D’Alssache in de Vogezen. Voor ons een reus maar voor de tourrenners een puist, aldus Peter Winnen ooit verklaarde tegenover Jean Nelissen. Joop Zoetemelk, ooit winnaar van de Ronde van Badhoevedorp in 1968, waar mijn vader de één van de EHBO mannen was en ik, als tienjarige jongen, onder de indruk was van zijn oranje/bruinkleurige EHBO band rond zijn arm. Waar malle Hans, de Badhoevedorpse “dorpsgek” met een bos bloemen over de finish kwam nadat het hele amateurpeleton de streep was gepasseerd. Hans stond wel op de voorpagina de week daarop van de Badhoeve/Slotense Courant de winnaar van de ronde niet!

En de tijd schrijdt voort, als de Tour dit jaar eindigt op 26 juli in Parijs word ik 57 jaar en Mick Jagger 72 jaar. Dat is natuurlijk geen toeval dat Jagger en ik op dezelfde dag jarig zijn, maar dat terzijde J. De tour gaat natuurlijk ook weer een Nederlandse winnaar kennen, ik voorspel binnen 10 jaar. Dat brengt mij terug naar de eerste winnaar Jan Janssen in 1968. Drie weken geleden zat ik met de directeur van BP om tafel bij de Omgevingsdienst in Zaandam, mijn huidige opdracht als interim manager. Hoe we er op kwamen weet ik niet meer maar we hadden het even over deze tour uit 1968. Jan Janssen won met acht seconden van de belg Herman van Springel. Mijn vader en ik waren zo opgetogen dat ik hem uitdaagde voor een sprint op de Schipholweg in Badhoevedorp. Ik herinner mij zelf dat er BP op mijn net verworven T-shirt stond net zoals op het wielershirt van Louis Ocana. Ik schetste de directeur van BP mijn shirt en vertelde dat er een heuse tijger op mijn shirt stond. “Even voor de goede orde” zei hij, maar je hebt het voor Esso “met een tijger in je tank”. Het was even stil aan tafel, de concurrent was onverwachts binnengekomen.

En de sprint?  Mijn vader was natuurlijk een echte vader en liet mij winnen, de streep lag op de hoek Sloterweg/Schipholweg waar nog steeds een BP station is gevestigd in mijn geboortedorp

De kwart!

Lijden tijdens de kwart van Egmond op 12 januari 2020

Het is zondagochtend 12 januari 2020. Ik draai mij om in mijn bed en hoor op de dakkoepel de regen kletteren. Wat een k-weer! Vandaag de kwart marathon van Egmond en de voorspelling is windkracht 7 tegen op het strand. Bo heeft via de whatsapp laten weten dat hij met de bus gaat vanuit Heiloo richting Egmond aan Zee. Ik stuur hem een foto met een watje. Ik ga uiteraard met de elektrische fiets , een goede warming up voor de recreatieloop. Ik ben helemaal aangekleed met opgespeld nummer, daarover heen een warme joggingbroek en sweater en daar weer overheen een waterdicht regenpak. Over mijn hardloopschoenen twee plastic zakken en over mijn handschoenen twee plastic boterhammenzakjes. Petje met klep op en daaroverheen de capuchon van het regenpak en de koordjes strak aangetrokken. Ik ben een grote condoom die lijkt op een Michelinmannetje richting de wedstrijd van het jaar!

Onderweg naar Egmond is het gewoonweg noodweer. Beukend op de trappers en geholpen door wat volt baan ik mij een weg richting het kustplaatsje. De verpakking werkt perfect en als ik in Egmond aankom is het gestopt met regenen. Mijn tweewieler zet ik vast aan een boom vlakbij de start van de loop en pel mij uit de kleren. Deze verdwijnen in de fietstassen en wat er overblijft is een goddelijke hardloper van 82 kg met een poncho over zijn hardlooptenue om toch nog een beetje warm te blijven voor de start. Afspraak met Bo is bij de ingang van het blauwe vak . Bo is nergens te bekennen.

“Rustig aan, dan breekt het lijntje niet” is vandaag het adagium. De poncho gaat de kliko in en voor ik het weet loop ik over de boulevard de eerste meters van de kwart. 3 kilometer slingerend door Egmond heen en uiteindelijk draaien we bij het bord van 3 km het strand op. Ik ga direct op zoek naar een grote man die mijn tempo loopt om heerlijk uit de wind te kunnen zitten. Ik vind hem! Een grote gozer met een donkerpaars tenue, ik schat hem rond de dertig jaar en 2 meter lang met breed postuur. Hij loopt voor mij en na een tijdje voelt hij mijn aanwezigheid in zijn rug. Met zijn elleboog wenkt hij na 1 km op het strand of ik wil overnemen. Ik weiger en blijf lekker zitten waar ik zit. Heerlijk zo;n boom van een kerel voor je met windkracht 7!. Als we de strandafgang opgaan bij Egmond Binnen vraagt hij verwijtend waarom ik niet overnam. “Een beetje respect aub voor een 60 plusser” was het enige wat ik kon uitbrengen. Ik zie aan zijn houding dat hij het begrijpt en zich een beetje schaamt dat hij de vraag aan mij heeft gesteld.

Na 10,5 km de finish voor hotel Zuyderduijn in de badplaats. Weer een medaille er bij en ik wacht op Bo. Bo komt niet dus ik ga er vanuit dat hij eerder is gestart en dat hij al bij restaurant Westenwind op de boulevard zit. Daar aangekomen geen Bo te bekennen, Ik bestel koffie en bel een aantal keren Bo. Na zeven minuten krijg ik een appje van Bo “ik ben gefinished!”

Even later schuifelt Bo het restaurant binnen. We proosten op de goede afloop en klinken onze medailles tegen elkaar. Thuisgekomen staan de uitslagen al online. Ik blijk de langzaamste tijd ooit te hebben gelopen ondanks de boom die mij uit de wind hield. 1 uur en 12 minuten. Bo heeft het nog bonter gemaakt met 1 uur en 19 minuten. Desgevraagd deel ik mijn broer onze tijden mede en hij vraagt “Heeft Bo onderweg geluncht in Castricum?” Volgens Bo een respectloze opmerking. We waren volgens hem de enige twee 60 plussers die meeliepen met de kwart en dus goud en zilver! Waarvan akte!

Edward Neering

Het lijden van Bo, maar wel een zilveren plak

Het Jaggerdansje

Toegangsbewijs concert Rolling Stones 19 mei 1990; Urban Jungle Tour

Het is zaterdag 19 mei 1990. Een prettige lentedag en vanavond de Rolling Stones in de Kuip in Rotjeknor. Samen in de grote Citroen van Gerard zoeven we  naar de Maasstad voor de Urban Jungle tour. Het is een drukte van jewelste bij het Feijenoordstadion en we zijn op zoek naar vak U. Het ging hard met de verkoop dus we hebben mazzel gehad dat we kaartjes hebben. In februari hebben we, na het stappen, vanaf drie uur in de nacht in de rij gestaan bij de Nieuwe Muziekhandel in de Leidsestraat in 020. Een gigarij, rond een uur of half tien waren we aan de beurt en vak U was onze prijs. Vak U zit schuin achter “het doel” 150 meter van het podium.

De openingsgitaarrif van  “Start Me Up” klinkt dominant, keihard en prachtig door de boxen. Gelukkig zijn er grote videoschermen want Jagger op die afstand zie ik niet, we hebben godzijdank ook een verrekijker. Na de opening volgen er een paar onbekende nummers maar na Miss you gaat het echt los. Een rustpunt is het geweldige mooie Angie uit 1973 waar ik op de middelbare school  innig op heb geschuifeld met Debbie  nadat de door de broeders gescheurde pagina’s van kranten, verdeeld tussen jongens en meisjes, die van mij op die van haar paste. Debbie was het mooist meisje van de school met indrukwekkende borsten. Een schuifel om nooit meer te vergeten.

Jagger neemt even pauze en de band speelt het psychedelische “2000 light years from Home”. Het is al donker aan het worden en na de laatste tonen van 2lyfh valt al het licht uit in de Kuip. Een gigantische laserstraal  vanuit vak V (naast vak U) met volgspot floept aan en bestrijkt de hele lengte van het stadion richting de top van de toren dat op het podium van de Urban Jungle tour is gebouwd. Mick Jagger zingt “please allow me tot introduce myself, I’m a man of wealth and taste”. Gerard en ik krijgen kippenvel bij de start van “Sympathy for the devil”. De rest van dit geweldige concert is geschiedenis.

We besluiten om niet direct naar huis te gaan maar eerst nog even een biertje te gaan doen in café De Prins op de Prinsengracht. We lopen over van enthousiasme over het Stonesconcert dat we zojuist hebben ondergaan en extrovert als we zijn delen we dat met onze omgeving in de kroeg. Ik kom in gesprek met een zekere Lidy en Gerard neemt haar vriendin voor zijn rekening. Biertje hier, biertje daar enz. Met Lidy, een leuke aantrekkelijke blonde vrouw, raak ik in gesprek over het  concert en vertel dat ik op dezelfde dag (26 juli) jarig ben als Mick Jagger. Ik vertel haar mijn bewondering over het dansje van de 15 jaar oudere Jagger, sensueel en authentiek. Sterker nog, ik claim het dansje en in mijn enthousiasme doe ik het even voor in de Prins nadat de barman the Stones heeft opgezet. Een omstander roept direct “Hé, Mick Jagger!” Ik zie dat Lidy smakelijk lacht en toch wel een beetje onder de indruk is.  Ons gesprek gaat voort en ineens zitten we op de Miniadvertenties in het Parool, Trouw en Volkskrant. Aanleiding was het lezen van rouwadvertenties als ik de krant opensla, zoiets van even checken of er bekende doden zijn vandaag. Dus zowel Lidy als ik blijken iedere dag altijd ook de oproepen te lezen, altijd heerlijk smullen. Biertje hier en biertje daar, het is oergezellig in café de Prins. De laatste ronde, Gerard trekt aan mijn mouw en mij naar zich toe,  “We gaan!”.  Lidy vraagt of we elkaar nog eens zien en terwijl Gerard mij richting uitgang trekt zeg ik met een grap, misschien ook wel met een vleugje arrogantie, “Zet maar een oproep in de krant!”

Ik werk bij de Gemeentelijk Sociale Dienst in Amsterdam op de hoek Herengracht/Vijzelstraat recht tegen over de Burgermeesterwoning van Ed van Tijn, als bijstandsmaatschappelijk werker en fiets iedere dag heen en weer naar Badhoevedorp. Op dinsdag 22 mei 1990 fiets ik eerst even langs de Shoarmatent “Mama” in de korte Leidsedwarsstraat. Ik heb geen zin om te koken dus maar even snel een broodje. Bij het weggaan merk ik dat mijn fietssleutel van mijn zwarte dienstfiets gebroken is. Blijkbaar gebeurd bij het op slot zetten, zelf niets in de gaten gehad. Ik vermoed ernstige metaalmoeheid van de fietssleutel.  Ik besluit om mijn zwarte stalen ros maar even daar te laten en met de bus 169 vanaf het Leidseplein naar Badhoevedorp te gaan. Eerst even een Parool  halen bij het  Amsterdams Uitbureau (AUB) in de front van de Stadschouwburg. Ik stap de lege bus binnen en blader in de krant. Uiteindelijk kom ik bij de oproepen van de Mini’s.

“Goede morgen, blonde PRINS met het Jaggerdansje. Nu jij! Br.o.nr.100-23172 bur.v.d.blad”

Ik bloos in een lege bus en kijk even om mij heen of niemand mij gezien heeft. Ik ben zo rood als de skairode busstoelen.

Ik kom thuis en besluit om wel te reageren. Ik kies een mooie kaart uit van de reeks die ik heb meegenomen uit Berlijn en schrijf terug met het briefreferentienummer. Ik zorg er natuurlijk wel voor dat ik een korte omschrijving geef van wat er gebeurd is en dat ik mij profileer als “the one and only”.   Geke belt en we babbelen wat. Ik vertel in geuren en kleuren het verhaal van de Stones, Jaggerdansje en de oproep in het Parool. Vindt zij niet echt leuk. Geke en ik kennen elkaar sinds begin april.  We hangen op. Even later belt zij mij terug met de mededeling “kijk morgen maar in de krant!” De volgende dag wederom een oproep in het Parool;

“Ik ben heel erg gek op mijn  lieve, blonde prinsje met zijn jagger-dansje. Kusjes Geke. P.S. Groetjes aan Fini en buuf”

Er was duidelijk een spanningsveld ontstaan rondom de advertenties/oproepen. Een interventie van mijn kant was nu blijkbaar nodig dus op 31 mei 1990 plaats is zelf een oproep aan Geke en aan Lidy;

“Lieve Geke, Jaggerdansje op de vulkaan? Ik ben knetterdol op jou. Liefs Edward”

en om mijn kroegbelofte aan Lidy waar te maken;

Morning ZeilPRINSes, Leuk succes dat Jaggerdansje!

Eerlijk gezegd denk ik dat dit het dan wel zal zijn. Leuk verhaal, kersverse liefde even gered en we gaan over tot de orde van de dag. Na een weekendje fietsen  met Geke in Zeddam staat er in het Parool op maandag de volgende advertentie;

“Jackerdansje van ED is afGEKEurd. Die van Prince niet, mits de beloofde brief.”

Is deze van Lidy? In plaats van Jaggerdansje staat er Jackerdansje en Prins is vervangen door Prince. Of is dit een of andere grapjas!. Er staat een duidelijke verwijzing naar Geke in. Ik ben volledig in de war want het toeval wil dat Geke onze kortstondige relatie heeft beëindigd, ze heeft er de brui aan gegeven. Ze vindt mij er te “hippieachtig” uit zien en wil nieuwe kleren kopen hetgeen ik natuurlijk weiger, is ze nu helemaal van het padje af?  Bye, bye Geke.

De week daarna ontvang ik een brief van Lidy met haar reflectie op het hele gebeuren. Ze schrijft over veel lol met haar ICT-collega’s en de complottheorieën die zij samen bedacht hebben. Ze vertelt dat ik niet de enige was die gereageerd had op haar oproep. Leuke vrouw die Lidy!

Ze komt  tot 4 Theorieén:

  • De “pik” Theorie, een volslagen onbekende met een saai leven heeft een advertentie geplaatst om de groeten te doen aan zijn buuf en Fini;
  • De “cryptogram” Theorie:  De advertentie zou door mij geplaatst zijn om verwarring te zaaien;
  • De “vriendin” Theorie: Hij heeft een vriendin die Geke heet;
  • De “Hij werkt bij de krant” Theorie:  Want hoe weet ik dat het een succes is die oproep?

Ik besluit dat ik ga overschakelen op mijn eigen theorie. Mijn attacktheorie! Ik schrijf Lidy een uitgebreide brief met nogmaals het gebeurde in café De Prins en alles rondom het hele oproepencircus. Ik stel voor om telefoonnummers uit te wisselen en nog een keer een afspraak te maken. We bellen en spreken af, jazeker in café de Prins aan de Prinsengracht.

Biertje hier en biertje daar. Lang verhaal kort, we vinden elkaar errugg leuk en na sluitingstijd zoef ik met Lidy richting Amsterdam Noord nabij het Buikslotermeerplein. Na een heerlijke nacht brengt zij mij een ontbijtje op bed. Naast de versgeperste Jus d’Orange staat de doos met brieven die zij van allerlei mannen heeft ontvangen naar aanleiding van haar oproep.

“Goede morgen, blonde PRINS met het Jaggerdansje. Nu jij! Br.o.nr.100-23172 bur.v.d.blad”

Ik heb letterlijk en figuurlijk gesmuld!

Edward Neering

Dat zeggen ze allemaal!

Wie had kunnen bevroeden dat op de dag dat Willeke Alberti trouwde met John de Mol dat er rondom de Sloterbrug iets bijzonders zou gebeuren. Klinkt gek maar Badhoevedorp volgde Willeke op de voet omdat zij daar woonde in de Vlierstraat. Naast o.a. Jack van Gelder en Tony Eijk behoorde zij tot de jetset aldaar.

Sloterbrug op een mooi zomerdag

Het is 25 juli 1976, een typische julidag zo rond mijn verjaardag, zwaar bewolkt maar toch warm. Mijn ouders zijn er niet, zijn bij mijn zuster Nel ergens in Limburg op hun vakantieadres. Morgen word ik dan eindelijk 18 jaar!

Met mijn broer Frans hang ik die middag een beetje in de tuin in ons huis aan de Uiverstraat, binnen staat de TV aan met de GP  formule 1 in Zweden. Ons avondmaal is een patatje met een hotdog  bij snackbar “’t Hoekje” vlakbij de Sloterbrug. Niet te vroeg naar het café vanavond want ik zit krap bij kas. Ben al een week eerder teruggekeerd uit het voor jongeren dampende Valkenburg omdat simpelweg mijn geld op was.  De zondag daarvoor was de Tour de France afgelopen vandaar dat we overgeschakeld waren naar F1 geluid. Het was de tour de France die de Belg  Lucien van Impe won en Joop Zoetemelk  wederom het nakijken had.  Nou ja nakijken, Joop won wel de koninginnenrit naar L’Alpe de Huez en werd 2e in het Algemeen Klassement. Politiek was Joop den Uyl aan het bewind met een vijfpartijenkabinet, het meest links progressieve kabinet wat we ooit gehad hebben. Dit even als het achtergrondbehang van het jaar 1976.

Om een uur of tien in de avond meld ik mij bij cafe Franssen, net over de Sloterbrug. De barmannen Hannie en Fred hebben dienst en in hun zwarte broeken en spierwitte overhemden bestieren zij het volle terras en rennen van buiten naar binnen. Met een paar vrienden even een biljartje leggen in de achterzaal van het café. Het bier vloeit rijkelijk en van het ene rondje komt het andere rondje. De sfeer is goed. Eigenlijk is het vanavond een excuus om flink aan het bier te gaan vanwege het feit dat ik om 12 uur 18 jaar word. Om 12 uur heffen we nogmaals het glas en proosten op mijn volwassenheid. De hele groep is inmiddels op het terras beland waar het goed toeven is. Het is ook meteen wel het laatste biertje want iedereen moet morgen weer werken. Ik zelf werk bij rozen- en anthuriumkwekerij Ruhe aan de Sloterweg in Amsterdam-Sloten  De broertjes van G.  en Frank M.  stappen als eerste op en vertrekken lopend richting brug. Ik blijf achter omdat ik voor mijn gevoel in een goed gesprek ben met een vrouwspersoon.

Cafë Franssen heet nu de Halve Maen

Hoor ik daar nu vuurwerk? Vuurwerk in de gortdroge julimaand? “Er wordt geschoten op de brug” roept iemand. Het hele terras veert op en ik ren met een groepje richting de brug. Vlak over de brug is er  een opstootje, ik wurm mij door de mensen en sta oog in oog met een tafereel dat ik nooit zal vergeten. Op de grond ligt een politieagent in de houdgreep van John van G en zijn pet drijft in het water als een bootje dat niet weet waar het naar toe moet. Iedereen moedigt John aan om vooral vast te houden want anders is hij natuurlijk de sjaak. Ik brul mee.  Inmiddels horen we overal sirenes aankomen vanuit Osdorp en vanuit Badhoevedorp. John heeft het ook gehoord,  laat de agent los en neemt de pleiterik.  De agent druipt af naar de politieauto die vlakbij café Het Hoekje staat en waar ik duidelijk de politieradio aan hoor staan. Overal komen nu politieauto’s vandaan en ik besluit om maar snel naar huis te gaan, immers ik moet om kwart over zes weer uit de veren.

De volgende morgen sta ik op met een lichte kater, smeer mijn boterhammen en maak mij klaar om richting werk te gaan. Er wordt aangebeld. Terwijl ik  door de woonkamer richting de deur loop, zie ook iemand in de achtertuin lopen. Ik doe open. “Recherche”, “Ben jij Edward Neering?”, “ja dat ben ik”  antwoord ik kordaat. “Was jij gisterenavond op de brug?”. Ja dat was ik. Ze willen mij daarom spreken. Ik nodig ze uit om binnen te komen maar of ze wel een beetje willen opschieten want ik moet naar het werk. Nee, of ik even mee wilde komen naar het bureau om een verklaring af te leggen. Dat lijkt mij geen goed plan maar hen wel. Even later zit ik in een politiewagen langs de hoofdvaart richting Hoofddorp. De rechercheur voorin neemt de mobilofoon in zijn hand  en begint te praten:  “Hier wagen 422”, “we hebben arrestant Neering bij ons en we zijn er over enkele minuten”, “Helder, we zien jullie zo” klinkt het uit de radio. Ik zeg “Arrestant Neering??!!, ik ben onschuldig!”….. “Ja, dat zeggen ze allemaal” mompelt de moblilofoonrechercheur.

De wachtkamer

Op het politiebureau moet ik mijn zilveren sterrenbeeldkettinkje afdoen, de Leeuw daarop brult al een stuk minder. Ook mijn armband, riem en de veters uit mijn schoenen moet ik inleveren. “ik kom toch hier alleen om een verklaring af te leggen? Dat is mij verteld”, “ik moet naar mijn baas, ik moet werken en ik ben vandaag jarig, ik moet trakteren!” sputter ik. Jij gaat even de wachtkamer in, we kunnen niet iedereen tegelijk spreken” zegt de andere rechercheur met snor, vliegeniersbril en spijkerpak. Twee agenten pakken mij bij de armen en even later zit ik in de wachtkamer wat een politiecel blijkt te zijn.  Een granieten cel, met uit graniet gehouwen tafel en stoel en een granieten bed waar geen matras op ligt. Een cel zonder uitzicht en een raam met deels een soort lamellenblindering boven reikhoogte.  Oh ja, er is ook nog een wcpot met een knopje om op te drukken. Ik realiseer mij dat ik gearresteerd ben, in een politiecel zit en dat ik te laat op mijn werk  kom. Over werk gesproken, ik moet Jos, mijn baas, bellen!

politiecel: in mijn geval zonder matras en deken

Het knopje blijkt er te zijn om contact te hebben met de regieagent die blijkbaar contact heeft met alle cellen. Je kunt vragen om door te trekken als je naar de WC bent geweest. Ik ben zelf voorstander van het goede gesprek en druk op knop. “Zeg het maar” zegt de cellenregieagent, “Wanneer word ik geholpen en kan ik de verklaring afleggen?”, “Gaat nog wel even duren, je kan sowieso 48 uur worden vastgehouden” antwoordt de blikken stem van de cellenregieagent. “48 uur!!! Ik ben vandaag jarig! Ik wil een verklaring afleggen en naar huis! Ik moet mijn baas bellen!” en ik vervolg nu met stemverheffing “IK BEN ONSCHULDIG!!”………… “Dat zeggen ze allemaal”  hoor ik de irritante stem netjes en vermoeid zeggen.

De tijd gaat voorbij en ik word steeds machtelozer. Ik kan geen kant op want er wordt niet naar mij geluisterd. Ineens hoor ik reuring op de gang. Het luikje in de deur gaat open  en ik krijg een plastic bordje met vier belegde boterhammen aangereikt. De lunchagent wil direct het luikje dichtdoen maar ik zeg dat ik een verklaring wil afleggen en mijn baas wil bellen. Hij luistert niet en doet het luikje dicht. Achter de gesloten deur hoor ik hem zeggen dat ik geduld moet hebben.

Aan het eind van de middag komen de twee rechercheurs bij mij in de cel. “Dat ziet er niet mooi voor je uit Edward” begint de snorrechercheur. “Tijdens het gevecht met de politie  is de pols van een collega gebroken en alles wijst erop dat jij dat hebt gedaan”………”Dat wordt even brommen in de koepel van Haarlem”, waar is je blauwe Zündapp gebleven?  Ik zeg schreeuwend, “a), ik heb niet gevochten, b) ik heb alleen gekeken c) ik heb geen blauwe Zündapp  d) ik heb een oranje Mobylette en E) IK BEN ONSCHULDIG!!!. “Dat zeggen ze allemaal Edward, morgen gaan we jou hier verder over aan de tand voelen”, “ je krijgt een advocaat toegewezen en je blijft sowieso een nachtje slapen hier op het bureau!”  

Zij verlaten de cel en direct komt er een man binnen met grijze baard in een morsig  kostuum. “ik ben je toegewezen advocaat” en noemt zijn naam. Samen zitten we op het granieten bed en ik huil.  Hij slaat zijn arm om mij heen. Hij zegt dat ik hem kan vertrouwen en dat hij er voor mij is. Alles wat ik zeg blijft tussen hem en mij. “ik ben jarig!” snik ik, “Gefeliciteerd jongen” zegt hij en met zijn om mij geslagen arm knijpt hij heel even in mijn arm.. De eerste die mij feliciteert vandaag! Ineens realiseer ik mij dat mijn ouders inmiddels thuis gekomen moeten zijn en dat ik niet uit mijn werk kom en dat moeder mogelijk een feestmaal heeft gemaakt voor haar inmiddels volwassen jongste zoon. Zonder bericht niet verschenen op mijn werk, dus  hangt ook nog ontslag boven mijn hoofd. Mijn advocaat weet meer en hij vertelt wat hij weet. Dat er vier jongens gisterenavond de brug zijn overgekomen vanuit café Franssen en dat zij zich zijn gaan bemoeien met een alcoholcontrole door de politie vlakbij de Sloterbrug. Een zekere Klaas Balk werd gecontroleerd. Dit bemoeien is uitgelopen op een vechtpartij tussen de politie en de jongeren en twee politieagenten hebben waarschuwingsschoten gelost en  letsel opgelopen. Er zijn vier arrestaties verricht. Een van de arrestanten ben ik. Ik word verdacht dat ik meegevochten heb en dat ik mogelijk letsel heb toegebracht aan één van de agenten.   De verdachte met het witte/blonde haar is komen aanlopen en later gevlucht op een blauwe Zündapp. Ik vertel de advocaat mijn verhaal en zeg dat de blauwe Zündapp niet van mij is maar van Rene van G, ook wel de witte van G genoemd. Mogelijk is er een persoonsverwisseling geweest. Vervolgens vraagt de advocaat of ik echt alles verteld heb waarop ik antwoord “ik ben echt onschuldig, hoogstens heb ik aangemoedigd bij het gevecht tussen John van G en de politieman met de waterpet.  Hij zegt het niet maar ik zag hem denken “dat zeggen ze allemaal!”.

Advocaat weg en ik zit nog steeds in mijn granieten cel. Het luikje gaat weer open en de avondmaaltijd wordt door de regiecellenagent geserveerd. Aardappels, jus, een gehaktbal en andijvie op een plastic bord met plastic bestek. Ik ben op van de zenuwen en heb helemaal geen trek. Ik donder het hele spul in het toilet en druk op het knopje en zeg: “Doortrekken graag!” Direct daarna gaat de spoelfunctie van de granieten WC aan het werk. Blijkbaar trekt de spoelmodus het niet en verstopt het en komt het water omhoog. Ik druk weer op het knopje en maak melding van de verstopping van het toilet. De regiecellenagent komt in mijn cel en ziet dan mijn bord nu al leeg is….. “je hebt toch niet…” en ik knik bevestigend. “je gaat het zelf oplossen”zegt hij verbolgen. Even later zit ik met mijn hand in de WC pot en haal de grote bal gehakt uit de hals. Ik krijg ineens trek.

Als het donker is krijg ik een matras om op het granieten bed te leggen. Geen oog dicht gedaan en niet mogen bellen naar werk of thuis. De ochtend komt, de middag komt en eindelijk word ik uit mijn cel gehaald. Ik word onderworpen aan een kruisverhoor door twee rechercheurs waarvan snormans er één van is. Ik blijf bij mijn verklaring en teken deze. Inmiddels krijg ik te horen dat de eigenaar van de Blauwe Zündapp is gearresteerd. Dat is lekker dan want dat is Rene van G. en hij is mijn collega bij mijn werkgever Jos. Die zit nu plotsklaps met twee man minder personeel. Er worden vingerafdrukken van mij genomen door mijn ex-buurman Gé Sonder en als klap op de vuurpijl wordt er een foto gemaakt met een nummer eronder. Daarna krijg ik mijn spullen terug die ik moest afstaan toen ik “de wachtkamer” in moest. Voor ik het besef ben ik weer een vrij man.

Ik loop naar mijn zuster Jopie die op de Raadhuisweg in Hoofddorp woont en daar is toevallig ook mijn moeder. Zij is kwaad en blij tegelijk en met de bus van Centraal Nederland gaan we weer richting Uiverstraat/Badhoevedorp. Mijn vader is woest en ik moet direct naar mijn werk die avond om ontslag te vermijden.

Reclassering en de rechtbank

Het reclasseringrapport heb ik nog. Lang verhaal kort. De maatschappelijk werker vraagt de rechter commissaris om de zaak voor mij te seponeren, maar dat verzoek wordt afgewezen omdat ik wel degelijk John van G aangemoedigd heb om de politieagent in de houdgreep te houden. In januari 1977 verschijnen de twee broers van G, Frank M en ik voor de rechter in Haarlem. Rene van G (met de blauwe Zündapp) moet apart verschijnen voor de kinderrechter omdat hij onder de 18 is. Tijdens de zitting blijkt uit de verhalen van de broers van G dat er veel drank is gevloeid die avond en steeds hoor ik weer dat mijn verjaardag daartoe aanleiding gaf. De rechter geeft Rob van G een veeg uit de pan. Hij is al meerdere keren veroordeeld door de kinderrechter en als hij zo doorgaat dan groeit hij op voor galg en rad, aldus de rechter. Uiteindelijk moet ik voor het hekje verschijnen. Mijn advocaat pulkt aan zijn baard en vraagt aan de rechtbank of zij willen overwegen om mijn zaak verder voor de kinderrechter te laten behandelen immers ik was slechts een half uur 18 jaar toen het zich allemaal afspeelde op en rondom de Sloterbrug. De rechtbank trekt zich terug en verschijnt na een kwartier weer achter de burelen. Het verzoek wordt afgewezen en de rechter vraagt mij wat er die avond volgens mij is gebeurd. Ik ben nerveus en wil het hele verhaal vertellen over hoe onrechtvaardig dit voor mij allemaal heeft uitgepakt, echter… het enige wat ik kan uitbrengen terwijl ik trillend het hekje vasthoud, is “IK BEN ONSCHULDIG!”

En ook al ben ik kippig met bril op, ik zie hem denken…… “Ja hoor, dat zeggen ze allemaal!”

Edward Neering

Zo zag de politie er uit in 1976

Billy Paul zit op rozen! #update

Het is mei 1976. Amsterdam Sloten aan de Sloterweg 996 bij Rozenkwekerij Ruhe. Ik werk daar als 17 jarige in de rozen voor 160 gulden netto in de week excl. overwerk. Naast rozen ook anthuriums en orchideeën. Het is mei dus vroeg licht en dan start de werkdag  om 7.00 uur met het snijden van de vele verse rode (Garnett) en gele (Evergold) rozen.  Mijn collega Bert komt later i.v.m. het afrijden voor zijn rijbewijs. Ik werk samen met Jos, mijn werkgever. Jos is pas 23 jaar en heeft de rozenkwekerij moeten overnemen op jonge leeftijd i.v.m. overlijden van zijn vader in 1975.

Het is een gewone werkdag als ieder andere. Het is buiten mooi weer en dus is het warm in de glazen kassen. De radio schalt met de Arbeidsvitamienen over het rozengewas heen waar ik in één van de paden de rozenoogst buit maak. Mijn collega komt aangelopen vanuit de verte (deze kassen zijn zeker > 100 meter diep) . Ik zie het al aan zijn lichaamstaal, het zachtjes komen aansloffen…..hij is weer gezakt voor zijn rijbewijs. Hij overlegt met mijn baas Jos en neemt een snipperdag (een dag vrij) omdat ie baalt. Om half tien is de lorry  vol met rozen en Jos vraagt of ik de rozen wil wegbrengen naar de bloemenschuur. Ik duw de Lorry over een soort tramrails terug naar de schuur uit de kassen naar buiten en enkele meters verderop ligt de schuur.  Ik zie dat de bloemen de koelcel niet in kunnen omdat de auto, een Ford Capri (zie foto, maar dan goudbruin) voor de deur van de koeling staat, dus de auto in de afgesloten schuur, zeg maar de schuur als garage.

Ford Capri

In mijn overmoed denk ik “ik zet die auto wel even een stukje achteruit, makkelijk want het is toch een automaatje” , immers ik heb het Bert vaak zien doen en wat Bert kan, kan ik ook.  Ik stap achter het stuur en draai het contact om. Op de radio hoor ik Billy Paul met “Me and Mrs Jones”, mooie ballad. Ik gas wat om “even de blits de maken” . Tewijl ik aan het gassen ben zet ik ongewild de pook op de R van Reverse, of van Rijden maar. De auto gaat met spinnende wielen naar achter! Is schrik mij te pletter en met een oerreactie duw ik de pook naar voren en met een gillend, piepend geluid gaat de auto nu naar voren! Er was geen tijd voor nadenken…………..ik was met de auto vol gas tegen de muur  opgereden, om meer precies te zijn, tegen muur en de koelceldeur! Billy Paul stoorde zich niet aan tafereel en zong olijk door over zijn relatie met mw. Janssen.

Even later stond ik trillend naast de auto, de Ford Capri was aan de voorkant volledig in de prak, de koelceldeur was volledig in de kreuk en in de schuurmuur zat een grote scheur. Aan de andere kant had ik met de achterkant van de auto twee planken uit de schuurdeur gereden.  Ik drentelde trillend en totaal onthutst naar mijn baas Jos, die nog achter in de kassen rozen aan het snijden was. Hij zag direct dat er iets ergs was gebeurd.  “De ford Capri” stamelde ik, “die koplampen zijn niet het ergste niet joh” zei hij nog hoopvol”. “Het is een graadje erger”, ik dus weer.

Vloekend en tierend liep hij om zijn verfromfraaide bruine parel heen. Ontslag was aanstaande…..maar nee. Ik had geen rijbewijs dus de WA verzekering van mijn ouders wezen de claim af op de grond “Joyriding” en uiteindelijk, vraag mij niet hoe, heeft hij een nieuwe auto en de schade aan koelcel en schuur vergoed gekregen via zijn bedrijfsverzekering. Voor het eigen risico van 200 gulden moest ik zonder toeslag overwerken.  Het is de enige keer in mijn leven geweest dat ik achter het stuur heb gezeten in een auto. En als Billy Paul weer door de radio schalt en kermt over mw Janssen loop ik toch weer een deukje op!

Edward Neeirng

Edward pakt wederom de titel! #Neeringschaak

Edward en Rob Neering

Het Toernooi der Neeringen is gespeeld.. en wat een ongelooflijk gevecht is het geworden. Grote namen al Rob en Edward waren aanwezig terwijl nieuwkomers  als Bart Fagel (zoon van Elma Neering) en Lucas Neering zich aandienden als nieuwe  titelkandidaten. 

Naamgever van het toernooi Kees Neering ( overleden op kerstavond 2018) had zich kansrijk kunnen wanen indien dit hem was gegund maar helaas overleden dus aan de andere Neeringen om hun naam te vestigen. De nieuwe trofee, gesponsord door Wil Neering-Massink (weduwe van Kees Neering) , blinkt in de middagzon als uiteindelijk Edward Neering zijn titel wederom opeist en daarmee de beker.

Terecht? Jazeker … met 7 punten uit 7 partijen is elke discussie uitgesloten al heeft Edward enkele hachelijke momenten moeten overleven. Zijn partij tegen Ton Neering was een model partij met een prachtig loper offer op veld G6 die hem het volle punt opleverde maar tegen Lucas Neering ( met 5 uit 7 tweede plaats dus vice kampioen) ging het bijna mis. Met twee stukken minder maar wel met grote voorsprong op de klok moest Lucas snel spelen en vergooide hij zijn goede positie. De tactiek van de verschroeide aarde werd de neef van Edward fataal. Verguld met het kampioenschap bood Edward aan het volgende kampioenschap der Neeringen te organiseren in Heiloo.. hiervan akte!!

Prachtig en krachtig spel van Bart Fagel die zijn goede opgebouwde stellingen niet altijd wist af te maken en dus vaak de kous op de kop kreeg met een onverdiende nul … toch nog 2,5 uit 7. Ook testte Bart de schaakklokken uit door telkens met een stevige klap de tijd van zijn tegenstander in werking te stellen. De klokken hebben het gehouden ! Ik doe een voorspelling…. een beetje training en deze jongen doet mee om de eerste plaats!!!! Talent aanwezig!

De de Neeringdeelnemers

Mijn broer André scoorde 3.5 uit 7 .. 50% score en was daarmee zeer tevreden. Zijn partij tegen Bart was memorabel. Een rollercoaster waar eerst Bart torenhoog gewonnen stond, maar na een openlijke gemiste winst voor Bart kwam André terug en hoe!! Met twee dames op het bord voor André was de partij beslecht ..echter… de klok tikte door en de vlag wapperde hoog in het vaandel.. Met weinig tijd op de klok (niets meer) poogde André Bart mat te zetten. De gemoederen rondom het bord opgestelde publiek bord speelde hoog op  en menige kreet werd luid geuit toen de vlag viel voor André in totaal gewonnen stand. Bart bood als een barmhartig man remise aan die André, duidelijk aangeslagen,  met opgeluchte zucht aannam… let wel…. in deze harde wereld had Bart het volle punt kunnen incasseren!  Ik ken mezelf… ik had het volle punt genomen en sommige van mijn broers ook!!! 

Oud winnaar van de eerste editie Rob Neering had zijn dag niet. In zijn eerste partij tegen Robin Neering speelde hij zich met flair naar een gewonnen positie maar in het zicht van de haven begon Rob zijn prachtige stelling weg te geven. Robin accepteerde al het aangeboden  materiaal gretig en tot overmaat van ramp werd Rob mat gezet “achter de paaltjes”. Toch 4 punten  uit 7 partijen wat natuurlijk een prima score is. Kwaliteit getoond maar niet vast genoeg. Rob heeft aangeven zijn tanden weer te laten zien bij het volgende toernooi… we wachten af.

Helemaal uit Almere afgereisd was daar de jongste zoon van de naamgever van ons Neeringen Toernooi Robin Neering. Zonder zijn zoon Falco maar met een brok motivatie om iets recht te zetten van het vorige toernooi waar Robin de rode lantaarn droeg. De al eerder gememoreerde partij tegen Rob Neering was een geweldige opsteker maar ook in de andere gespeelde partijen van Robin was er steeds spanning tot op het eind!

De oplopende vlag van de schaakklok  deed Robin soms de das om maar het ontbrak hem ook aan wat stelling geluk. Te vaak viel het dubbeltje naar de andere kant. Toch voelde voor Robin de score van 2.5 punt uit 7 als eerherstel en met opgeheven hoofd sloot hij het toernooi af om direct door te gaan naar het volgende toernooi. Een darttoernooi, dat wel, maar met van Gerven als tegenstander!!

Spannend voor de tweede plek was het wel. In de laatste ronde hadden Rob of Lucas of Arjan Neering hier zicht op. Uiteindelijk werd het Lucas maar Arjan was er dicht bij. Beheersing en met stijl zat  Arjan rustig achter het bord. Talent te over voor de zoon van de zeer gemiste Ruud Neering ( niet aanwezig wegens sociale verplichtingen elders). Maar ondanks zijn gevolgde schaaktrainingen als tiener volharde Arjan om zijn openingen niet te voltooien. Zijn motto is – kunnen we aanvallen dan vallen we aan – maar dan wat zetten later op je tellen passen omdat je hebt aangevallen met te weinig materiaal. Zo kwam Arjan een paar keer zwaar onder druk te staan waar zijn partij tegen Edward model voor stond. Bij de prijsuitreiking ontving Arjan een schaak openingsboek en als hij de moeite neemt deze door te nemen dan is zijn ster rijzende. 

Tot volgend jaar!

Groet Paul Neering

NB: dank aan voorzitter Bert Bergshoeff van het Spaarne voor schaakmateriaal en pdfjes kruistabellen.

Edward met de felbegeerde Neering schaakbeker