Met hart en ziel!

Met hart en ziel!

1 november 2021 aanstaande ben ik 40 jaar in dienst bij de gemeente. Nu de mijlpaal van veertig jaar aanstaande is (ik voel mij als 63 jarige overigens nog een jonge god van rond de veertig maar dat terzijde) moet ik terugdenken aan de 7 vinkjes (zie foto) van Joris Luyendijk begin 2020. Hij gaf een lezing op mijn werk wat veel stof deed opwaaien. Samengevat, met 7 vinkjes (zie afbeelding) behoor je tot de elite en is je kostje gekocht. Eigenlijk heb ik er maar vier: Ik ben man, blank, hetero en woon in de Randstad. Dus met vier vinkjes in mijn rugzak begon ik de trektocht van meer dan 46 jaar werken reeds in 1975 (James Brown, Motown en heel veel meer soul*)  op mijn 16e startte ik te werken in een rozenkwekerij in Amsterdam Sloten tegenover de wielerbaan waar nu Nieuw Sloten is. Vervolgens pompbediende, magazijnbediende, manusje van alles en adm. medewerker enz tot 1982, vaak in de rol van uitzendkracht en een vast contract bij Turmac Tobacco Company, international sales & import corporation.

De 7 vinkjes van Joris Luyendijk

Op zich ben ik trots op waar ik nu sta. Ooit ben ik bij de gemeente Amsterdam begonnen als uitzendkracht (BBB) bij de sociale dienst Amsterdam als dossierzoeker, dat was eind 1981 (Joe Jackson, Elvis Costello, The Clash en veel meer New Wave). Eerder was ik in 1981 twee maanden (na 8 maanden uitzendkracht) in dienst bij de gemeente bij de dag/avondscholengemeenschap voor Volwassenen als adm. medewerker (zie afbeelding aanstelling). De laatste maanden van 1981 was ik als uitzendkracht dossierzoeker bij de Gemeentelijke Sociale Dienst Amsterdam op de Vlaardignenlaan. Op 1 januari 1982 startte ik als maatschappelijk werker bij de Wet Werkloosheidsvoorziening (WWV) in schaal 5A en zit nu, 40 jaar later,  bij mijn huidige Amsterdamse directie in een topschaal in rol als interim manager. Niet om daar prat op te gaan maar om de salarisroute langs de trektocht te duiden. Samengevat van dossierzoeker naar de top in het Amsterdamse ambtenarendomein!

Weliswaar had ik op de lagere school bij de CITO test een VWO/ Atheneum score maar mijn ouders en de directeur van de Plesmanschool in Badhoevedorp vonden het veel verstandiger dat ik eerst maar eens zou starten op de MAVO (nu VMBO-T) dit in verband met mijn slechte ogen (nystagmus). Even verder als achtergrond: ik kom uit een arbeidersgezin, mijn vader (banket) bakker en moeder huisvrouw en ben de jongste telg van 14 kinderen. Aansluitend op de MAVO (Suzy Qautro, Albert Hammond, the Hollies) zou ik naar de bestuursacademie gaan voor een opleiding van gemeenteambtenaar. Dat ging echter niet door omdat ik het uitgaan had ontdekt op het Leidseplein en omstreken en ik geld nodig had. Al mijn vrienden waren werkende jongeren. Dus niet naar school gaan en aan het werk op de eerdergenoemde rozenkwekerij. Veel geld, veel drank, veel uitgaan enz enz. Ik zeilde langs de randen van de jeugdcriminaliteit. Ik maakte furore als soulkicker, maar langzaam transformeerde ik naar stuffie (je rookte af en toe een joint en had lang haar en draaide Pink Floyd, Genesis, Yes, Supertramp enz) en ging van het discothekencircuit naar het vrijwilligerswerk in jongerencentrum SmoeS in Amsterdam Sloten waar mijn vriendenkring transformeerde van LTS’ers (nu VMBO-prakijk) naar HAVO/VWO. Ik werd als snel bestuurslid van Smoes en coördineerde het programma-aanbod van het jongerencentrum (Doe Maar, Herman Brood, drs P, de Dijk , Jan van de Grondgroep, Filter, the Blitzz enz) , de manager zat toen al een beetje in het bloed. 

Mijn nieuwe vriendengroep ging studeren op universiteiten en HBO met studiebeurs. Mijn MBO, HBO en Voortgezet Management heb ik allemaal in de avonduren gehaald naast toen nog een werkweek van 40 uur in de jaren tachtig. Ik groeide vanaf januari 1982 (The Police, Fischer Z, OMD, Ultravox enz)  op in het domein van de toenmalige sociale dienst en zat later als bijstandsmaatschappelijk werker achter het loket in het pand schuin tegenover BIA op de hoek Vijzelstraat/Herengracht (zie screenshot foto). Het was de tijd van de grote kernwapendemonstraties en de Bhagwan. Ik zag de hele maatschappij aan mij voorbij trekken en naast de doorsnee burger veel studenten, kunstenaars (BKR regeling), sekswerkers, junks, pooiers en toen al veel klanten die psychisch van het padje af waren (de vandewapseknapsen). 

Mijn eerste kleine aanstelling bij de gemeente Amsterdam. vanaf 1 januari 1982 in dienst als maatschappelijk werker bij de Wet Werkloosheidsvoorziening.

Kortom, geen academische studie gedaan maar toch altijd weer een stapje gemaakt. Vanaf 1992 (Red Hot Chili Peppers, Sinead O’conner, Acda en de Munnik) in het re-integratiedomein van Werk & Inkomen en van 1994 (Youssou N’dour enz > veel wereldmuziek) in het management terecht gekomen bij Maatwerk Amsterdam in schaal 10 als adjunct vestigingsmanager op Plein 40-45). Van 1994 tot 2009 (Anouk, Taylor Swift….ik ga nu snel anders wordt de blog te lang!) heb ik allerlei managementrollen gehad in het domein van Werk en Inkomen. Kern van steeds weer wat anders doen is dat ik mij snel verveel en dan steeds weer iets anders wil. Perfect dus dat ik in 2009 overstapte als interim manager bij de Adviesgroep Amsterdam (AGA) de voorloper van Bureau Interim & Advies (BIA). Inmiddels ben ik in 2021 circa 16 opdrachten verder. Bij AGA waren twee van drie kernwaarden: gewoon doen en mobiliteit.

Herengracht 519 schuin tegenover de Bazel waar mijn huidige werkgever (Bureau Interim & Advies) is gevestigd. Recht tegenover de burgermeesterwoning.

En al zeg ik zelf. Kenmerkend aan mij is dat ik altijd bevlogen en met trots voor de Amsterdamse publieke zaak heb gewerkt en dat nog steeds doe. Dat ik zelf heb gezorgd voor zeer veel afwisseling, vooral mijzelf ben gebleven (nooit naast je schoenen lopen) en altijd mijn gezond boerenverstand heb gebruikt in combinatie met ongetwijfeld wat talent en niet te vergeten een dosis humor. Sinds november 2020 zit ik in de stedelijke ondernemingsraad (ik werk aan generatiepact/estafettebanen, hybride werken en reorganisatie van de huidige Amsterdamse sociale dienst (=Werk Participatie en Inkomen WPI). Ook een goede keuze die perfect bij mij past naast mijn huidige opdracht als stedelijk procesmanager Ontwikkelbuurten. Met de OR heb ik het gevoel toch wat terug te doen voor Amsterdamse collega’s, maar ook voor Amsterdam als werkgever zo aan het eind van mijn werkzaam leven. En ik geef jullie op een briefje: bij de OR verveel je je nooit! 😉 Samengevat voel ik mij een ondernemende ambtenaar/werknemer die werkt als interne externe maar wel onder de veiligheid van een vast contract, dat dan weer wel.

Terug naar de zeven vinkjes van Luyendijk. Blijf altijd in beweging (mobiliteit), blijf jezelf (authentiek), werk met hart en ziel (bevlogenheid) voor de publieke zaak, hou van jezelf en van je naasten (liefde), pak je kansen (gewoon doen), blijf nieuwsgierig, vergeet de humor niet en met een beetje mazzel erbij kom je waar je wezen wilt! Vinkjes of geen vinkjes! 

Edward Neering

*direct maar ook een veertig jarige persoonlijke muziekladder erin gedaan. 

Leukste baan in de uitvoering: personeelsconsulent bij gemeentelijk re-integratiebedrijf Maatwerk Amsterdam 1992/1994

Leukste baan: Projectleider Wisselwerk 1997/1999

Meest turbulente baan: Manager publieke re-integratie bij de dienst Werk en Inkomen 2005/2008

Leukste klus bij AGA: Hoofd burgerzaken stadsdeel Oost 2011/2012

Leukste klus bij BIA: programmamanager werk & Inkomen stadsdeel Zuidoost 2015

Leukste organisaties: Maatwerk Amsterdam en Bureau Interim & Advies

Meest saaie klus: Procesmanager modernisering erfpacht bij OGA 2013/2014

Rode draad 40 jaar muziek tijdens werk: Joe Jackson 1979/heden

Waar het meest last van gehad in de uitvoering: Agressie

Waar ik niet tegen kan: dominante bruldirecteuren

Op kamp!

Op kamp!

rechts met het lange witte haar ben ik

Als kinderen maar ook als vroege pubers kwamen de kinderen/jongeren uit Badhoevedorp veel in de speeltuin in Amsterdam-Sloten. Later kwam in Badhoevedorp speeltuin de Uiver en trokken de locale kinderen daar naar toe. Hoe dan ook mijn vrienden ik hadden een band opgebouwd met de speeltuin in Sloten. Vaste prik waren de films in het speeltuingebouw op zondagmiddag, voor 25 cent (guldentijdperk) was je onder de pannen. In het voorprogramma tekenfilms met Woody Woodbecker, Tom & Jerry, Laurel en Hardy en  Popeye. De hoofdfilms waren avonturenfilms zoals Tarzan of een tranentrekker “Alleen op de wereld”. In de pauze voor 5 dan wel 10 cent gekleurde sleuteldrop, dropcenten, roze spekken, negerzoenen (mag je niet meer zeggen nu), Bonanza kauwgum en dropveters en natuurlijk de exota-priklimonade wat zo zoet was dat de vullingen spontaan uit je kiezen vlogen.

De speeltuinvereniging organiseerde ook een jaarlijks zomerkamp. In mijn herinnering ben ik twee mee geweest naar het tentenkamp in Voorthuizen. De laatste keer als veertien of vijftienjarige (zie foto) samen met mijn vrienden uit de Ekster/Nachtegaalstraat. De jeugdbegeleider kwam langs bij de ouders van iedere jongere m.b.t. uitleg en spelregels van het zomerkamp. Mijn moeder zij alleen bij mijn vertrek: “en goed luisteren!” ik”: “ja mam”. De gehuurde bus van Maarse & Croon (zou nu Conexxion heten) was op weg naar het oosten van het land richting biblebelt. In die tijd ging je niet op vakantie met je ouders omdat dat de gewoonte niet was en bovendien was er geen geld voor. Het zomerkamp in Voorthuizen kostte zo rond de 35 gulden per week/per kind. In een groot gezin was het een welkome situatie als de jongste even de hort op was.

In Voorthuizen stonden op een land bij een boer grote witte tenten met een grote hoofdtent waarin gegeten werd en waar overdag spelactiviteiten waren. Binnen de tenten lagen pallets met daarop geruite matrassen. Ik denk 7 matrassen aan iedere kant. De leiding per groep werd toegewezen en Rinus en Ruud waren de groepleiders van de Hommels. Naast de Hommels hadden we de Wespen, de Bijen, de krekels en zo kunnen we nog wel even doorgaan. Meisjes strikt gescheiden van de jongens. Overdag veel spelactiviteiten zoals tafelvoetbal, gewoon voetbal, volleybal, wandelingen naar de kampwinkel, vrije tijd en soms avondwandelingen met het hele kamp. En zo nu en dan een strafwandeling in de nacht als er niet geluisterd werd.

Maar dus ook vrije tijd. Als groepje jongens besloten we om naar het plaatsje Voorthuizen te gaan zonder begeleiding. We waren met zijn veertienen en baldadig liepen we door het dorp richting Voorthuizen door het grote bos. Het opperhoofd van het kamp was ome Manus die met strenge hand regeerde maar soms ook de lieve opa was. Al wandelend zongen we liederen. Liederen waar geen eind aan kwam zoals de bekende wandelhit “het potje met vet”. Hoe verder van het kamp hoe baldadiger de teksten:  Luid klonk uit de kelen “Ome Manus is gevallen van de vliering op zijn ballen, ohhh wat deed dat zeer!” en “Al lig ik met mijn kloten onder de trein, dan zullen mijn laatste woorden zijn: Heineken bier, Heineken bier!”

Maar er was natuurlijk ook de chemie tussen jongens en meisjes. Lang verhaal kort op de terugweg van Voorthuizen naar Sloten gaf ik mijn eerste tongzoen. Heleen en ik hadden voor even verkering met elkaar. Heleen woonde in de Domela Nieuwenhuisstraat in Osdorp achter buurthuis Jes aan de Baden Powellweg/Klaas Katersstraat. De tongzoen was natuurlijk een belangrijke mijlpaal in mijn liefdesleven.

Edward Neering

krokodillentranen

oktober 2020: campagne Wij de Stad/Amsterdamse OR

Krokodillentranen

Ik zit vanaf november 2020 in de Amsterdamse Ondernemingsraad en ik ben beland in een totaal andere wereld dan die in de rol van BIA interim manager voor de gemeente Amsterdam. Nou ben ik wel wat gewend na bijna 40 jaar gemeentelijke dienst maar de dynamiek binnen de Amsterdamse medezeggenschap is een bijzondere.

Er is een nieuwe balans gekomen. Na 50 jaar ondernemingsraden in de gemeente Amsterdam is het niet meer zo dat de vakbonden de meerderheid hebben van de 25 zetels. De vrije lijsten hebben samen 13 zetels en de bonden hebben 12 zetels, de FNV overheid heeft hiervan 10 zetels. Van de 13 zetels van de vrije lijsten zijn er 9 voor “Wij de Stad!”, de fractie waar ik toe behoor. Kortom het is nu voor het eerst dan de vrije lijsten een positie hebben. De vrije lijsten zijn voor constructief overleg met de bestuurder (de gemeentesecretaris) en zijn een voorstander van een regierol van de Ondernemingsraad en de het echte werk van medezeggenschap gedaan moet worden binnen de meer dan 50 directies. Voorts zijn de vrije lijsten kritisch op verworven OR-privileges en dat je naast OR werk ook je eigen werk doet.

De nieuwe verhoudingen leiden zo nu en dan tot wrijving, is niet erg want zonder wrijving geen glans. Zowel de bonden als de vrije lijsten moeten wennen aan de splinternieuwe verhoudingen. De nieuwe balans past ook in een maatschappelijke trend immers de rol van de vakbonden is snel minder aan het worden, de achterban vergrijst en er is te weinig aanwas van jongeren. Diezelfde trend zien we terug in medezeggenschapsland.

Toch bracht het nieuwe evenwicht onlangs een dieptepunt. Net zoals Tjeenk Willink in Den Haag werkt aan herstel van vertrouwen bij de kabinetsformatie is dit niet anders dan in Ondernemingsraadland binnen het Mokumse domein. Half april 2021 waren er binnen de OR verkiezingen voor het dagelijks bestuur(DB). Als eerder hadden de vrije lijsten gepoogd om het aantal zetels binnen het DB terug te brengen van 7 naar 5 maar hier was volgens de reglementen een twee derde meerderheid voor nodig en dit voornemen werd geblokkeerd door de bonden (FNV/NBB). De vrije lijsten vinden het belangrijk dat in het DB alle partijen zijn vertegenwoordigd (3 vrije lijsten en 2 bonden) vandaar de keuze voor vijf zetels om tot een optimale samenwerking en herstel van vertrouwen te kunnen komen. Nu er toch zeven zetels komen was het voorstel ieder 2 voor de grote fracties en 1 voor iedere kleine lijst, totaal 7. Dit is verworpen. Ook hier weer de gedachte dat alle partijen plaats nemen in het DB voor een herstel van vertrouwen en een goede constructieve samenwerking.

De verkiezingen gingen dus om 7 zetels en er hadden zich 11 kandidaten aangemeld (waaronder mijzelf). Het was al direct duidelijk bij het kiezen van de voorzitter dan er via partijlijnen gestemd werd. Aangezien de vrije lijsten een meerderheid hebben van 13 werd het de kandidaat van hen. Idem bij de plaatsvervangend voorzitter. Bij de ronde voor de secretaris trok een vrouwelijke kandidaat van de FNV Overheid zich terug. Zeer opvallend en verrassend omdat deze kandidaat zeker unaniem zou zijn gekozen. Uiteindelijk werd gekozen voor de kandidaat van de vrije lijst. Na deze derde ronde trokken alle vrouwelijke kandidaten + de overgebleven mannelijke kandidaat van de FNV Overheid zich terug (achteraf een fatale strategie). Nog teleurstelleder was dat ze de verkiezingen en de lopende OR vergadering verlieten. Ondemocratisch gedrag, niet opbouwend en natuurlijk niet goed voor de sfeer, samenwerking en vertrouwen. Het verkiezingsproces is afgemaakt en nu zit er een Dagelijks bestuur zonder bonden en bestaand uit leden van de vrije lijsten. Een soort paars kabinet na 50 jaar CDA. Op zich kan dit heel verfrissend gaan uitpakken. Overigens is er nog één vacature in het DB. (Is ontstaan na het terugtrekken van de drie vrouwelijke kandidaten van de FNV overheid en er was geen kandidaat in deze ronde van de vrije lijsten)

Krokodillentranen


Bovenstaande allemaal tot daar aan toe. Maar de reden dat ik deze blog schrijf heeft te maken met een formeel geplaatste reactie op de Amsterdamse TamTampagina (zeg maar een soort binnengemeentelijke facebook/linkedinplatform) door de vakbonden (FNV/NBB) als reactie op de DB verkiezingen. Verwijt aan de vrije lijsten: Niet gezorgd voor inclusie en diversiteit in het bestuur enz en geen vertegenwoordiging van de bonden terwijl de FNV de grootste fractie heeft. Wie bovenstaande blog goed heeft gelezen zal een andere conclusie trekken. Zover ik het krachtenveld heb kunnen overzien had de FNV overheid nu met twee zetels in het DB gezeten hebben met twee diversiteitkandidaten als ze het verkiezingsproces gewoon hadden doorlopen. Weglopen in uit den boze. De bonden zijn slachtoffer geworden van hun eigen strategie en huilen nu krokodillentranen. Als deze tranen zijn opgedroogd kunnen ze alsnog in het DB komen door de opteren voor de openstaande vacature.

Edward Neering (op persoonlijke titel)

De publicatie van de FNV/NBB op de TamTampagina van de gemeente Amsterdam.

Voetbal en de chinezen! #update

Pancratius C5 Vaantje
Met de C5 van Pancratius in 1972 kampioen geworden

Mijn voetbal en de Chinezen

Voetbal en de chinezen

Geloof het of niet maar ooit voetbalde ik bij de club waar Marco van Basten zijn stage als trainer liep voordat hij bij Heerenveen en AZ aan de slag ging, RKSV Pancratius in Badhoevedorp. Zelf kom ik uit een gezin met 14 kinderen dus als 9 jarige jongen,jongste van de familie Neering,  stond ik op een zonnige augustuswoensdagmiddag op veld 5 met  een versleten rood shirt  en afgetrapte kicksen van mijn twee jaar oudere broer. Mijn sportbroekje was het gymbroekje van de Plesmanschool wat nodig aan vervanging qua maat toe was. Het woord NIKE was nog niet uitgevonden en de heer Nootenboom was mijn eerste trainer. Mijn toekomst was veelbelovend immers ik was de  nr 14 van de familie en een paar kilometer verderop in 020 maakte een zekere Johan Cruijff onder dat nummer furore als jong talent in de Meer, het oude stadion van de Amsterdamse profclub vernoemd naar een of ander Griek. in 072 wel Ajakkes genoemd.

Ik moest mij nog bewijzen dus ik startte in de A8 Pupillen (E,tjes en D,tjes bestonden toen nog niet). Na 1 jaar promoveerde ik naar de A7 domweg vanwege het feit dat de A8 werd opgeheven maar het was een stap op de goede weg. De weg naar de top was een lange weg! Na de lagere school wachtte de C Pupillen en van de zeven C elftallen zat ik zowaar in de C5 en werd onder de bezielende leiding van de heer Schelvis voor de enige keer kampioen (zie foto). Ik was rechterverdediger en had de bijnaam van de heer Schelvis gekregen van Noby Styles, gemene verdediger van het Engelse Manchester United. De vreugde was van korte duur  wat ondanks het kampioenschap stond ik met een aantal vrienden een jaar later in de C7! In de B-junioren was het niet anders ….. de B5 waar ik als rechtshalf in één seizoen twee keer scoorde waaronder op veld 4 tegen De vliegende Hollanders (DVH) uit Amstelveen, witte broeken en blauwe shirts. De A junioren heb ik overgeslagen en in 1979 maakte ik mijn comeback bij, de grote concurrent van Pancratius , Kombij Badhoevedorp in de  zaterdag senioren 5, Gerben Kolenbrander uit de Uiverstraat was de robuuste aanvoerder van deze legendarische geel/zwarte brigade. Ik was bij Kombij Badhoevedorp beland vanwege mijn vrienden in Jongerencentrum SmoeS in Amsterdam-Sloten. In 1980 speelde de actie van Freek de Jonge en Bram Vermeulen “KNVB niet naar Uruguay” Niet na 1978 (WK Argentinië)  met het Nederlands elftal  nog een keer naar  een militair regime en deze in het zonnetje zetten in Zuid-Amerika door een internationaal voetbaltoernooi, was het adagium. Amateurelftallen werden opgeroepen om in een uitgekozen weekend niet te voetballen als protest. Mijn broers voetbalden nog steeds bij Pancratius  bij de zaterdagsenioren in het vijfde. Ze organiseerden een staking uit tegen Overamstel (de aftrap was te zien bij het NOSjournaal die avond, met broer André Neering in de hoofdrol!) . Ik kon dus niet achterblijven en startte een actie bij Kombij Badhoevedorp en stuurde een oproep tot staking in voor het wekelijkse gele clubblad met de bekende lokale MKB advertenties. Intern wist ik al dat zeker het eerste elftal (hier speelden een aantal vrienden van mij  uit  het Jongerencentrum SmoeS) wel oren had naar een staking. Het artikel werd geweigerd! Censuur!!  Sterker nog, ik moest op het matje komen bij het bestuur van de club. Het eerste elftal schreef direct een open brief in het clubblad dat censuur absoluut niet kon en er ontstond dus een heus relletje. De dinsdagavond daarop verscheen ik bij twee bestuursleden van de club , de heer Staal en de heer Griffioen in de Roerdompstraat. Zij wilden mij een lesje geschiedenis geven en trachtten mij op hun politieke rechterspoor te brengen. Resultaat was dat ik bedankte als lid van Kombij Badhoevedorp en werd opgevangen door het stakende “linkse” salonelftal van Pancratius  zaterdag  5 waar twee broers van mij voetbalden en drie volle neven van Dennis Bergkamp, weliswaar met iets minder talent, maar dat terzijde . Nog jaren gevoetbald in dit vriendenelftal in de jaren tachtig en over het voetbal nog even dit…….. Bij mijn afscheid in 1987 in een klein zaaltje van cafe Carels op de hoek Saernedamstraat/Frans Halsstraat in 020 kreeg ik het boek van Wiel Coerver in het chinees met daarin “de opdracht”,  “Edward gaat weg, de perfecte kapbeweging, voetbal zal altijd chinees voor je blijven

Edward Neering

Van zeven naar acht op volle kracht!

Van zeven naar acht op volle kracht!

Camapgneposter voor de actie “met Neering meer waardeering!”

Ik ben afgelopen week gekozen in de Ondernemingsraad van de gemeente Amsterdam in mijn 63e levensjaar. “Waar begin je aan?”, “je bent hartstikke gek!”, “tegenover wie moet jij je nog bewijzen?”, “Waarom bol je niet lekker uit tot je pensioen?” enz, enz….zijn een aantal opmerkingen die ik te verwerken kreeg. Klinkt gek maar ik zie het als een soort roeping. De gemeente 020 is voor mij altijd een prima werkgever geweest bij welke ik mij uitstekend heb kunnen ontwikkelen en heb thuis gevoeld. Ik heb altijd met hart en ziel gewerkt voor de publieke zaak. Ooit in 1981 begonnen in salarisschaal 6A en nu in een topschaal. Nu wil ik wat terugdoen.

Ik ben de status voorbij en er komen turbulente crisistijden aan met een grote verandering op het gebied van arbeidsopvatting/ethiek en arbo. Thuiswerken was tot maart 2020 een soort gunst maar thuiswerken gaat nu verankerd worden in het huidige werkzame bestaan en  zal het ook na de coronacrisis worden. Wellicht zal de huur van veel gemeentelijke panden opgezegd worden en werken we over twee jaar vanuit gemeentelijke hubs, wie zal het zeggen. Ook zullen er grote reorganisaties aankomen enz. Tenslotte wil ik mij inzetten om ouderen, vrijwillig,  te laten plaatsmaken voor jongeren Kortom ik wil mijn kennis en ervaring graag constructief inzetten binnen de fractie van “Wij de Stad!” nu we roerige tijden tegenmoet treden. Mooi dat er tussen de fractie van Wij de Stad! als onafhankelijke, relatief jonge,  vrije lijst en de fractie van de FNV maar één zetel zit. De FNV heeft 10 zetels en wij van Wij de Stad! hebben 9 zetels. De overige 5 zetels van de totaal 25 zijn drie kleine fracties. Verder leuk dat ik met een overweldigende meerderheid aan voorkeurstemmen ben gekozen, maar liefst 284. Het meeste van alle kandidaten, ook meer dan de nummers één van de andere verkiezingslijsten. Een klaterend succes.

Dit alles doet mij denken aan het jaar 1989. Ik werkte als bijstandsmaatschappelijk werker voor de gemeente Amsterdam op de locatie hoek Vijzelstraat/Herengracht, schuin tegen over de Bazel waar nu het Stadsarchief zit en Bureau Interim & Advies, het bureau waar ik nu voor werk. Alles was aan het decentraliseren. De stadsdelen waren opgekomen en in twee stadsdeelkantoren werden de bijstandsmaatschappelijk werkers betaald in schaal 8 terwijl de medewerkers in de andere regiokantoren werden betaald in schaal 7. Precies hetzelfde werk maar anders gewaardeerd. De toenmalige ondernemingsraad (toen vooral gevuld met hardliners vanuit de vakbond)  wilde zich niet hard maken om dit onrecht uit de wereld te helpen. Een voedingsbodem voor wilde actie! Dus buiten de OR om werd er  door alle “schaal 7 kantoren” een actie voorbereid. Ik was actieleider van de wilde actie op het kantoor aan de Herengracht recht tegenover de Burgermeesterwoning van Ed van Thijn. Ik voerde de wilde actie met als inzet dat er een wilde staking zou komen op een dinsdagmorgen in juni 1989. Als onze eis niet zou worden ingewilligd dan zouden er meer stakingen volgen. Het zou een acupunctuurstaking worden van 9 tot 11 uur in de ochtend. A) zou ons dat niet te veel loon kosten als er loon zou worden ingehouden en B) waren dit de openingstijden voor klanten, het open spreekuur. Geen spreekuur, geen klanten, geen afspraken kortom zeer effectief. Ik voerde de actie op de Herengracht onder de slogan: “Van zeven naar acht op volle kracht”! Ik maakte een flyer en ging alle teams langs, en merkte als snel dat de actiebereidheid groot was.

Herengracht 519, hoek Vijzelstraat/Herengracht

Op de Herengracht werkte er ook een OR-lid, Marjan L. Een vrouw met mooi rood haar en veel zomersproetjes. In een actieloze tijd een vrouw om mee te willen stappen. Maar de messen waren geslepen, geen tijd voor fratsen. Uiteindelijk was de OR toch in beweging gekomen en Marjan belegde een vergadering met het personeel in de kelder van de Herengracht. Er kwam een slap compromisvoorstel in voorbereiding op tafel. Ik paste direct de vakbondstruc toe en riep “We gaan stemmen!” Wie geen actie wil voeren moet nu zijn of haar hand opsteken. Niemand stak zijn hand op en derhalve werd unaniem besloten om te gaan staken. Zo gezegd, zo gebeurd met een heuse ketting tijdens de stakingsdag op de deur. De directie met als directeur Peter van Dijk kwam na de wilde staking direct in beweging en de OR ging direct met de stakers in gesprek. Ook Peter van Dijk in zijn rol als directeur kwam praten en werd verwelkomd met een passend actielied tot grote afschuw van overallmanager Leo Meijer. Binnen een week was de kogel door de kerk. Alle HBO’ers kwamen met terugwerkende kracht in schaal 8 en voor de niet HBO’ers werd de mogelijkheid geboden om op dat niveau te komen en daarna schaal 8. Een klaterend succes op de 14e juli 1989, terwijl in Frankrijk de vliegtuigen over de Champs Elysee vlogen zaten de winnende actieleiders van de wilde staking in de kroeg op het Rembrandtsplein. Vervolgens met het feestende geheel gegeten in restaurant Sluizer in de Utrechtsestraat met daarna een passende afsluiting. Als toetje verscheen er de dag daarop, in de zaterdageditie van Het Parool, een verslag met succesuitkomst.

De slogan die ik bij mijn huidige OR-actie heb gebruikt was “Met Neering meer Waardering!”. Slogans hebben mij nooit windeieren gelegd.

Edward Neering

drie kruizen op het hart, werken met hart en ziel werken voor de publieke zaak

Chaos in de delta!

Ik kan er niets aan doen maar ik heb een tik met kaarten. Als ik ergens op vakantie ben is geen omgevingskaart meer veilig in mijn buurt. Zo zat ik in september dit jaar in het rivierenlandschap vlakbij Nijmegen tussen de plaatsjes Ooij en Millingen a/d Rijn in het dorpje Kekerdom. Wij logeerden bij de B&B “De waard van Kekerdom”. Ik zat op een terras in Millingen a/d Rijn en tuurde op de kaart en stelde mij de vraag hoe de Rijn bij Lobith het land binnenstroomt terwijl de Rijn volgens mijn geheugen door Arnhem stroomt en ik nu vlakbij Nijmegen op het terras zit!  Een korte digitale studie via Google maps was het gevolg  en ik kwam tot min of meer rare inzichten.

Allereerst stroomt de Rijn vanuit Duitsland niet bij Lobith het land in maar bij het plaatsje Spijk. Het volgende plaatsje is Tolkamer en Lobith ligt landinwaarts daarboven. Er komt überhaupt geen rivier langs Lobith!  De Germanen hebben het ook nooit over Lobith gehad, maar dat terzijde. De Rijn wordt bij Millingen aan de Rijn opgesplitst in de Waal en het Pannerdensch Kanaal….. weg Rijn!.  Vervolgens wordt dit P-kanaal de Nederrijn (daar is ie weer in afgeslankte vorm)  en die stroomt door Arnhem maar gaat bij Wijk bij Duurstede over in de Lek, waarom wederom een naamsverandering? Vervolgens komt de rivier de Lek langs het plaatsje Waal vlakbij Nieuwpoort, om even een verwijzing naar een andere rivier te noemen.  Diezelfde Lek wordt bij het plaatsje Krimpen aan de Lek….. de nieuwe Maas!  In Rotterdam wordt de nieuwe Maas “het Scheur” en deze wordt op haar beurt de Nieuwe Waterweg die vervolgens langs Maassluis in de Noordzee stroomt.  

De rivierdijk bij Kekerdam, Ooijpolder bij Nijmegen

Als je de kaart bekijkt is eigenlijk de Waal de Rijn (qua volume van de rivier)  en waarom dan ooit na Millingen a/d Rijn de rivier de Waal is komen te heten is het gevolg van een gedachtenkronkel bij de Romeinen die de dit deel van de Rijn een afwatering vonden van de OerRijn. (Waal komt van “meanderen”) Hoe dan ook de Waal wordt bij het plaatje Woudrichem de Boven-Merwede die zich weer splitst bij Hardinxveld/Werkendam in de Beneden Merwede (terwijl die boven ligt ten opzichte van zijn zusje) en de Nieuwe Merwede. De Beneden Merwede splits zich in “de Noord” (deze komt weer uit in de Lek)  en de Oude Maas en deze komt op haar beurt weer uit in “Het Scheur” in Rotterdam. We zagen al eerder dat “het Scheur” weer voortkomt uit de Nieuwe Maas die daarvoor de Lek en Nederrijn was. Volgt u het nog? Samengevat komt de Rijn die in Spijk het land binnenstroomt en zich opsplitst bij Pannerden hier weer samen eindigt via de Nieuwe Waterweg in de Noordzee.

De Nieuwe Merwede gaat over in het Hollandsch Diep op de grens tussen Zuid Holland en Noord Brabant. De grens van de twee Wateren ligt tussen Lage Zwaluwe en Moerdijk. De Nieuwe Merwede en Beneden Merwede worden weer verbonden door de Dordtsche Kil. Het Holland Diep gaat over  in het Haringvliet met Tien Gemeenten als eiland en natuurgebied en uiteindelijk dobberen we in het Grevelingenmeer om tenslotte in de Noordzee uit te komen.

De Maas maakt een goede start als deze bij het Limburgse Eijsden ons land binnenstroomt. Heel lang blijft de Maas de Maas en kronkelt lekker een eind weg door het Nederlandse laagland. Tot Heusden. hier gaat de rivier over in de Bergsche Maas maar heet nog steeds Maas. Als plaats doet Maasbommel de rivier  eer aan want het ligt ook daadwerkelijk aan de Maas in tegenstelling tot bijvoorbeeld Maassluis. De Bergsche Maas gaat plotsklaps onder de Biesbosch over in de Amer (Waarom?!)  die vervolgens weer op het Hollands Diep uitkomt en via Haringvliet/Grevelingenmeer de Noordzee in. De oude Maas en de Nieuwe Maas hebben net als Maassluis dus niets met de oorspronkelijke Maas te maken. Tis maar even dat u het weet.

Bocht in de Waal tussen Milliingen a/Rijn en Ooij

De IJssel is lekker helder. Dit start onder Arnhem als afsplitsing van de Nederrijn en heet IJssel totdat ie in het IJsselmeer stroomt. Idem de Schelde die het land vanuit België instroomt en als Wester Schelde in de Noordzee stroomt.

Tenslotte hebben we nog een andere Rijn, de oude Rijn. De oude Rijn is een overblijfsel van de de loop van de vroegere Rijn. Deze loop begin bij Wijk bij Duurstede en start als Kromme Rijn.  Via Bodengraven, Woerden, Alphen a/d Rijn en Leiden stroomt deze kleine Rijn uit in de Noordzee bij Katwijk aan Zee. Eerst heet hij de Nieuwe Rijn bij Utrecht, vervolgens Leidsche Rijn (Leiden totaal niet in de buurt) en vervolgens door Leiden richting Katwijk als “de Rijn”.

Wie heeft dit allemaal verzonnen? Advies in om de Rijn die bij Spijk het land binnenstroomt vanaf Pannerden de BovenRijn te noemen (die dus door Arnhem stroomt) en de Waal als Onderrijn of gewoon Rijn totdat zij in Rotterdam samenkomen in de Nieuwe Waterweg. De Maas blijft de Maas tot het Hollands Diep en de Rijn van Utrecht naar Katwijk aan Zee noemen we de kleine Rijn.  Zo we zijn er uit. Dit wilde ik even kwijt. Neem een voorbeeld aan Duitsers, der Rhein bleibt der Rhein, von die Schweiz bis das Niederländische Speik.

Oordeel: de benaming van het huidige rivierenlandschap in ons kikkerlandje verdient niet het criterium: “Als het simpel is EN het is goed, dan is het dubbel zo goed! Chaos!

Edward Neering

Kekerdom, gateway to the east!

Overstag

Overstag

Meer of zee?

Als 21 jarige werkte ik als uitzendkracht van Boogaard Banen Bureau als administratief medewerker voor Turmac Tobacco Comapy aan de Drenthestraat in Amsterdam Buitenveldert. Het was het jaar van de doorbraak van Joe Jackson met zijn album “Look sharp”, de new wave van Elvis Costello en Graham Parker  Zelf had ik het leven als soulkicker verlaten en mij geworpen op Jongerencentrum SmoeS in Amsterdam Sloten en bewoog mij langzaam onder de “stuffies”.

Ondertussen op het kantoor in Buitenveldert bewoog ik mij als een soort manusje van alles tussen de salespromotors en salesmanagers van sigarettenmerken. Het kantoor had een heuse binnentuin en karakteristiek aan het interieur was de zogenaamde “Peter Stuyvesant collectie”, een collectie van kunstwerken dat het kantoor opfleurde maar indrukwekkender was de kunst op grote panelen die hing tussen de sigarettenmachines in de fabriek in Zevenaar aan de Duitse grens.  Ik rookte toen niet maar kreeg iedere maand van Turmac twee sloffen sigaretten Pall Mall Export die ik verpatste in café Fransen vlakbij de Sloterbrug nog net in Amsterdam op de grens met Badhoevedorp.

Bij Turmac faciliteerde ik de kleermaker die de studenten in reclamekleding hees om hun activiteiten bij (sport) evennementen te kunnen doen. Pall Mall richtte zich op de watersport, Dunhill op de Paardensport en Peter Stuyvensant had haar marketingfocus op kunst en cultuur en dan vooral gericht op vrouwen. Ook importeerde Turmac sigaretten uit Frankrijk met als belangrijkste speerpunt het merk Gitanes. Bij dit Franse merk lag de aandacht op de Formule 1 met Jacques Lafite met zijn blauwe bolide als stoere oogappel . Later tijdens mijn Turmac periode bracht deze sigarettenfabrikant het merk Lexington met als reclame in de bioscoop een stuntman, Buddy Joe Hooker, die tig keer over kop sloeg met zijn raceauto, uitstapte, zijn witte handschoenen vingergewijs uitdeed, een Lexingtonsigaret opstak, een hijs nam, uitblies en dan de donkere voiceover-stem “After action, satisfaction, with Lexington, that’s the one!!”

Sneekweek

En zo kwam het dat ik in augustus 1979 met mijn vriend Ad Staal naar de Friese Sneekweek ging. Hij had een boot in de Flying Junior klasse en deed met zijn broer Pieter mee aan zeilwedstrijden. Nou heb ik zelf helemaal niets met zeilen maar de Sneekweek was ook een Feestweek en daar had ik wel oren naar. Bij Turmac vertelde ik tijdens de lunch dat ik de Sneekweek in het vizier had en de dienstdoende salesmanager kwam op het idee om mij twee dagen tijdens dit evenement stage te laten lopen bij de Pall Mall marketing studenten ploeg. Dus in een reclamepakje  op het water sigaretten uitdelen. Hij vond het een goed plan en het paste volgens hem in mijn ontwikkeling bij Turmac Tobacco Company International Sales & Import Corporation. Ik vond het ook een goed plan want ik dacht aan twee extra “vakantiedagen”. In mijn tas dus de reclamekleding  en ik zette koers richting Friesland.

Turmac Fabriek in Zevenaar.. kunst tussen de sigarettenmachines

De dag voor de “stage” was het enigszins uit de hand gelopen met drank. Eerst naar een bar/discotheek en daarna tot diep in de nacht met een groep aan een kampvuur op een strandje bij het Sneekermer gezeten. Ik herinner mij als muzikaal behang het nummer Girlstalk van Dave Edmunds en ook dat ik rond een uur of zes in de ochtend in mijn tent rolde en dat ik om acht uur alweer op moest staan voor mijn grote doorbraak in Pall Mall Marketing land. Toen waren er nog geen iphones waar je een wekker op in kan stellen en echte rinkelwekker stond thuis op mijn nachtkastje.  Om 1o uur schrok ik met een geweldige kater wakker, hees mij in mijn Pall Mallpak en wankelde richting Starteiland. Mijn vriend nodigde mij uit in zijn boot om mij op het eiland af te zetten.  Hij riep opeens “We gaan overstag!!” ik had het niet door en was te laat, de giek sloeg tegen mijn brakke hoofd en ik zag letterlijk en figuurlijk sterretjes. Op het starteiland stond salesmanager van Kleef, ook in reclamepak,  mij op te wachten en zag direct de staat waarin ik verkeerde. “Ga je roes uitslapen en kom vanmiddag terug en vergeet je niet te scheren!” beet hij mij toe. Ik op het pontje weer terug richting camping, ik was er blij mee 😉 In de middag voelde ik mij nog steeds gammel en zat voordat ik het wist tussen de studenten in de rubberen Pall Mall boot sigaretten uit te delen aan watersporters. Nou is het Sneekermeer een meer, maar midden op het meer waan je je toch op zee zeker als je de avond daarvoor bent doorgezakt. Uiteindelijk hing ik over de rand van de boot de brasems en de snoeken te voeren met hetgeen ik opgespaard had in mijn maag van de avond daarvoor. Het dreunde nog steeds in mijn hoofd na…… “We gaan overstag!!”

Edward Neering

Suzi Quatro

Afgelopen zaterdagavond  was op NPO 2 een d0cumentaire te zien over Suzi Quatro. Nooit gedacht dat mijn heldin op de basgitaar in de eerste jaren van de middelbare school het zou schoppen tot een documentaire bijna 40 jaar later. Het brengt mij in gedachten terug naar die tijd. Elke morgen van Badhoevedorp op het stalen ros samen met mijn vriend Peter  richting Amstelveen, weer of geen weer, een fietstocht van ongeveer 7 km. . Slechts bij sneeuw of een kapotte fiets nam je bus 142 van Centraal Nederland en stapte uit bij verzorgingstehuis Zonnestein tegenover zwembad de Poeloever en dan lopend naar school naar de Dr Schaepmanlaan achter de voormalige Annakerk.

Het was de tijd van de piratenzenders op de Noordzee. Veronica, radio Noordzee en Mi Amigo waren de meest beluisterde zenders in die jaren en ze dobberden vrolijk voor de Nederlandse kust. Ik had een kleine cassetterecorder met een microfoontje en zat dan voor een oude radio de zenders af te speuren  om nummers te kunnen opnemen. “I’m the train” en “Fee electric band”  van Albert Hammond, 48 crash en Devil gate drive van Suzi Quatro zijn nummers die mij scherp voor de geest staan. Oh Ja! Wounded knee van Redbone! We woonden aan de Eksterstraat 12 in Badhoevedorp en de wereld was toen nog klein.

Nooit geweten dat Suzi Quatro een Amerikaanse was uit Detroit terwijl ik destijds zwaar in de veronderstelling was dat ze uit Engeland kwam omdat haar nummers werden geproduceerd door het toenmalige bekende producers duo Chin en Chapman. Ook nooit geweten dat zij eigenlijk de eerste vrouw was met een eigen rockband vandaar dat zij het nu tot een documentaire heeft geschopt. En dan was het ook nog een vrouw helemaal in een leren pak met een hele grote basgitaar om haar nek. Met haar in mijn gedachten liet ik de stoutste dromen uitkomen.  Het is eigenlijk doodzonde dat ik mijn schoolagenda’s niet heb bewaard. Zo’n uitpullende agenda met foto’s uit de Muziek Express en de Popfoto.  Suzi was de eerste twee jaar zeer dominant aanwezig in deze pillen van data en  veilig opgeborgen in een pukkel.

Van Suzi Quatro transformeerde ik naar James Brown Het moet 1974 of 1975 geweest zijn. Ik droeg broeken met wijde pijpen en de zeer modieuze Spaanse band. Ik was langzaam aan het omturnen naar een soulkicker terwijl mijn broers hele andere muzikale richtingen waren ingeslagen.

Die cassettebandjes ben ik ook allemaal kwijt. Ook jammer, maar wie heeft er in godsnaam nog een cassetterecorder? Een gouden tijd in het veilige Badhoevedorp onder de rook van Schiphol. Eigenlijk een onbezorgd leventje met o.a. glamrock als muzikaal behang.

Edward Neering

Suzi Quatro

Bokito

Bokito

Het moet ergens in 2007 geweest zijn, ik denk zo in juni. Ik werkte als manager   bij de in 2006 opgerichte Dienst Werk & Inkomen (DWI)  van de gemeente Amsterdam. Ik was hoofd van alle publieke re-integratie-activiteiten waaronder de succesvolle projecten Herstelling en de Formulierenbrigade. Het hoofd communicatie is zojuist aan de kant gezet en zijn vertrek is even het gesprek van de dag. Het ging al bij zijn start helemaal fout. De slogan van de DWI is “Iedereen werkt mee!” en dat moet natuurlijk worden uitgedragen. Op een top 100 dag (alle  managers van de DWI komen dan bij elkaar) wordt in de loop van de dag aan alle aanwezigen een witte overall uitgereikt met op de achterkant de nieuwe slogan van de DWI. Tot grote ontzetting van de directeur staat niet de tekst “Iedereen werkt mee!” maar “Iedereen doet mee!”, oorzaak: het hoofd communicatie had de verkeerde tekst doorgegeven, slecht geluisterd dus.  Bye bye Jan Willem. Het was toch al een beetje rare snuiter.

Het was het jaar dat dierentuin Blijdorp 150 jaar bestond. Op 18 mei 2007 ontsnapte een zilverrug uit zijn verblijf. Deze gorilla droeg de naam Bokito. Hij greep op zijn vlucht een vrouw en sleurde haar mee. Later bleek dat deze vrouw Bokito vier keer per week bezocht en altijd oogcontact met hem maakte. Ze dacht een speciale relatie met het dier te hebben. Dus de vrouw was geen onbekende voor Bokito. Uiteindelijk had de vrouw diverse breuken, een verbrijzelde hand en meer dan 100 beten over haar hele lichaam.

Op een dinsdagmiddag worden alle DWI managers uit de 2e managementlaag opgeroepen om naar de Polderweg in Amsterdam-Oost te komen omdat de directeur een mededeling wilt doen. We noemen de directeur even Pim in deze blog.  Everhard is de manager van Oost en ontvangt ons allen in het witte noodgebouw waar ooit nog de stadsdeelraad Oost was gehuisvest vlakbij het Muiderpoortstation. Gaat Pim de handdoek in de ring gooien? Immers hij zit er al vanaf april 2004. Pim neemt het woord en zegt kort  “Amarentia wil jullie wat vertellen”. Zij vertelt dat ze toe is aan een nieuwe uitdaging en dat Pim haar de unieke kans geeft om een nieuwe uitdaging te vinden. In normale managementtaal is dit de tekst van een collega die weg moet, op een zijspoor wordt gezet met een regeling. Haar afscheidsdatum wordt nog bekend gemaakt.

Op een donderdagmiddag koop ik een luisterboek van Arthur Japin als afscheidscadeau voor Amarentia. De afscheidsreceptie is op de 13 etage van het DWI kantoor aan de Jan van Galenstraat. Pim heeft de 13e verdieping omgebouwd tot een grote managementruimte met 4 zithoeken. Hier vindt iedere week ook de zogenaamde DWI-raad (directie met alle afdelingshoofden) plaats. Maar vandaag is het de ruimte waar de afscheidsreceptie plaatsvind van onze manager HRM. Ik ben er om half vijf en het is al een drukte van jewelstse. Er zijn relatief veel vrouwen aanwezig. Ik begroet haar, geef haar het cadeau en zoen haar. Terwijl ik haar zoen ruik ik een alcoholzweem. Ik moet gedacht hebben “die heeft al een paar wijntjes weggetikt”

Nadat Pim zijn vlakke speech  heeft gehouden is het de beurt aan Amarentia. Onhandig heeft ze de microfoon in de handen. Ze begint een beetje a la Mies Bouman, lieve mensen, lieve allemaal!. In haar eerste zinnen moet ik toch voorzichtig constateren dat zij inderdaad al wat wijntjes op moet hebben want ze klink licht aangeschoten. “en nu wil ik  het toch even hebben over mijn vertrek”, ze zoekt met ogen naar Pim en wendt zich vervolgens weer tot de andere aanwezigen. “Het is geen geheim dat Pim en ik twee totaal verschillende mensen zijn, eigenlijk zijn we twee totaal verschillende planeten. In de ogen van Pim is hij Jupiter en ik ben Pluto. Het heeft ook vaak gebotst tussen Pim en mij. Ik voelde mij bij Pim niet op mijn gemak. Ik zal het anders vertellen. Ik voelde mij bij Pim een beetje als die vrouw in dierentuin Blijdorp die door die Gorilla werd meegesleurd”. Ik sta vlakbij Pim die inmiddels rood, groen en blauw van woede is geworden en  ineens roept  “100 beten!!” Amarentia  is niet van haar stuk te brengen en gaat verder met haar betoog. De vrouwen in de zaal liggen al blauw van het lachen. Uiteindelijk sluit Amarentia af en nog altijd op een licht aangeschoten toon zegt zij “… en tenslotte heb ik een advies aan alle vrouwen die wel eens op de 12e etage (=is de directie etage waar alle directeurenkamers van Glas zijn)  komen, als je voor de kamer van Pim staat en je kijkt door het glas dan geef ik het dringende advies. MAAK GEEN OOGCONTACT!

Edward Neering

Bokito

Coronatijd

Coronatijd,

Ik merk dat mijn wereld kleiner wordt nu ik veel meer thuis ben. Het thuiswerken bevalt mij op zich wel, op vrijdag zit ik op kantoor bij mijn opdracht in Mokum waar ik werk als interim manager voor de gemeente Amsterdam. Gekscherend roep ik iedere vrijdagochtend bij het weggaan tegen mijn vrouw vanaf de voordeur naar boven “Dag lieverd, je mannie gaat nu besmet gebied in!”.

Ik reis om de spits heen, in de trein kun je een kanon afschieten. Station Sloterdijk is zo rustig als op voorheen zondagochtend om 8 uur. Met handschoenen aan op de fiets naar het hoge gebouw in de Jan van Galenstraat alwaar ik niet de lift neem maar stoer 11 etages met de loopwagen bestijg. Een goede workout die mij 80 kilocalorieén verbranding oplevert zo staat op de traptreden, zeg maar één biertje. Hijgend komt deze bijna 62 jarige man dan uiteindelijk aan op een afdeling waar ongeveer 5 mensen werken, daar waar er normaal 40 zijn. De rest werkt nu allemaal thuis. Met één handschoen aan mijn rechter dartel ik door de dag met beeldtelefoon en gewone telefoongesprekken.

Thuis bezoek ik regelmatig onze nieuw koffieapparaat met verse bonen in de keuken. De Senseo (ik vond die prima!) moest plaatsmaken voor een echte bonenmachine. Kom ik in de ochtend beneden dan begint de ellende al met het geluid. Hij moet eerst opwarmen met het nodige kabaal, ik moet echt naar de radio lopen om het nieuws te kunnen horen. Eindelijk klaar met opwarmen komt het eerste commando “Vul het waterreservoir!”, ik doe het!. Ik druk voor de eerste grote kop koffie. Hij gaat eerst bonen malen met een knarsend luid maalgeluid en eindelijk begint de koffie te stromen met wat minder herrie. De eerste kop staat trots dampend naast het apparaat. Volgende commando “ledig het dikbakje!”. Ik doe het en druk vervolgens op de knop voor het volgende bakje koffie. “vervang het Filter!”, welk Filter?!! Ik roep naar boven en vraag om instructies. Een paar minuten later heb ik het eindelijk door, het is eigenlijk geen filter maar een rood plastic vierkantje wat links onderin het apparaat zit naast het dikbakje, geen idee waarom het daar zit maar het moet schoon. Eindelijk klaar. Ik druk voor het 2e bakkie pleur…… “Ledig het opvangbakje”! Het opvangbakje zit helemaal vol met schoonmaakwater en gemorste koffie. Bakje geleegd en ik druk voor een 2e kop zwart goud. “Graag de machine ontkalken! Beveelt deze Delonghi. Ik ben nu in staat om de oude Senseo uit de schuur te halen maar realiseer mij nu al dat koffiepads niet meer tot ons huishouden behoren. Mijn vrouw is haar bed uitgekomen en heeft zich gebogen over de gebruiksaanwijzing en speurt tussen de kleine lettertjes naar “ontkalken”. Uiteindelijk gefixt, mijn vrouw weer in bed en triomfantelijk loopt deze modelman met twee koppen koffie naar boven en betreedt de slaapkamer, Mijn vrouw neemt een slok, “de koffie is lauw!!.

Inmiddels is mijn agenda gevuld met allerlei videoconferenties en belafspraken. Het mailverkeer is toegenomen en sommige collega’s zijn gaan chatten op de mail. Regel 1: nooit chatten op de mail (gebruik desnoods whatsapp) Regel 2: Zet nooiiiitttt zaken op de mail zoals: “ik vind dat jij…kortom zaken op betrekkingsniveau. Regel 3: geen lulverhalen. Maar helaas ik zie het allemaal regelmatig voorbij komen en als ik twee uur met beeldbellen bezig ben geweest zijn er zomaar een stuk of 30 mails bijgekomen. Tijd voor een lesje mailopvoeding lijkt mij.

De anderhalve meter voor de toekomst lijkt mij ondoenlijk, zowel in het Openbaar Vervoer als op kantoor. Prima als een medewerker 60% moet thuiswerken en 40% op kantoor moet zijn, in sommige kantooromgevingen blijkt de productie zonder problemen te worden gehaald met 100% thuiswerken. (je hebt eigenlijk helemaal geen kantoor nodig!!). Scheelt Files, drukte in OV, veel reiskosten- en tijd. Maar dan nog is de anderhalvemeter niet te doen. Ik ben voor mondkapjes enz.

Of zoals de viroloog Goudsmit het afgelopen weekend in de Volkskrant zei” Hij antwoordde op de vraag: U bent voor het normale normaal en niet voor het nieuwe normaal? Antwoord: Ja, ik hoef niet terug in de tijd, maar ik hoef ook niet naar een nieuw normaal wat in feite extreem abnormaal is.”

Inmiddels sta ik weer voor het koffieapparaat. Ik geef een commando en direct een antwoord terug “vul de koffiebonen aan!”.

Edward Neering