Van zeven naar acht op volle kracht!

Van zeven naar acht op volle kracht!

Camapgneposter voor de actie “met Neering meer waardeering!”

Ik ben afgelopen week gekozen in de Ondernemingsraad van de gemeente Amsterdam in mijn 63e levensjaar. “Waar begin je aan?”, “je bent hartstikke gek!”, “tegenover wie moet jij je nog bewijzen?”, “Waarom bol je niet lekker uit tot je pensioen?” enz, enz….zijn een aantal opmerkingen die ik te verwerken kreeg. Klinkt gek maar ik zie het als een soort roeping. De gemeente 020 is voor mij altijd een prima werkgever geweest bij welke ik mij uitstekend heb kunnen ontwikkelen en heb thuis gevoeld. Ik heb altijd met hart en ziel gewerkt voor de publieke zaak. Ooit in 1981 begonnen in salarisschaal 6A en nu in een topschaal. Nu wil ik wat terugdoen.

Ik ben de status voorbij en er komen turbulente crisistijden aan met een grote verandering op het gebied van arbeidsopvatting/ethiek en arbo. Thuiswerken was tot maart 2020 een soort gunst maar thuiswerken gaat nu verankerd worden in het huidige werkzame bestaan en  zal het ook na de coronacrisis worden. Wellicht zal de huur van veel gemeentelijke panden opgezegd worden en werken we over twee jaar vanuit gemeentelijke hubs, wie zal het zeggen. Ook zullen er grote reorganisaties aankomen enz. Tenslotte wil ik mij inzetten om ouderen, vrijwillig,  te laten plaatsmaken voor jongeren Kortom ik wil mijn kennis en ervaring graag constructief inzetten binnen de fractie van “Wij de Stad!” nu we roerige tijden tegenmoet treden. Mooi dat er tussen de fractie van Wij de Stad! als onafhankelijke, relatief jonge,  vrije lijst en de fractie van de FNV maar één zetel zit. De FNV heeft 10 zetels en wij van Wij de Stad! hebben 9 zetels. De overige 5 zetels van de totaal 25 zijn drie kleine fracties. Verder leuk dat ik met een overweldigende meerderheid aan voorkeurstemmen ben gekozen, maar liefst 284. Het meeste van alle kandidaten, ook meer dan de nummers één van de andere verkiezingslijsten. Een klaterend succes.

Dit alles doet mij denken aan het jaar 1989. Ik werkte als bijstandsmaatschappelijk werker voor de gemeente Amsterdam op de locatie hoek Vijzelstraat/Herengracht, schuin tegen over de Bazel waar nu het Stadsarchief zit en Bureau Interim & Advies, het bureau waar ik nu voor werk. Alles was aan het decentraliseren. De stadsdelen waren opgekomen en in twee stadsdeelkantoren werden de bijstandsmaatschappelijk werkers betaald in schaal 8 terwijl de medewerkers in de andere regiokantoren werden betaald in schaal 7. Precies hetzelfde werk maar anders gewaardeerd. De toenmalige ondernemingsraad (toen vooral gevuld met hardliners vanuit de vakbond)  wilde zich niet hard maken om dit onrecht uit de wereld te helpen. Een voedingsbodem voor wilde actie! Dus buiten de OR om werd er  door alle “schaal 7 kantoren” een actie voorbereid. Ik was actieleider van de wilde actie op het kantoor aan de Herengracht recht tegenover de Burgermeesterwoning van Ed van Thijn. Ik voerde de wilde actie met als inzet dat er een wilde staking zou komen op een dinsdagmorgen in juni 1989. Als onze eis niet zou worden ingewilligd dan zouden er meer stakingen volgen. Het zou een acupunctuurstaking worden van 9 tot 11 uur in de ochtend. A) zou ons dat niet te veel loon kosten als er loon zou worden ingehouden en B) waren dit de openingstijden voor klanten, het open spreekuur. Geen spreekuur, geen klanten, geen afspraken kortom zeer effectief. Ik voerde de actie op de Herengracht onder de slogan: “Van zeven naar acht op volle kracht”! Ik maakte een flyer en ging alle teams langs, en merkte als snel dat de actiebereidheid groot was.

Herengracht 519, hoek Vijzelstraat/Herengracht

Op de Herengracht werkte er ook een OR-lid, Marjan L. Een vrouw met mooi rood haar en veel zomersproetjes. In een actieloze tijd een vrouw om mee te willen stappen. Maar de messen waren geslepen, geen tijd voor fratsen. Uiteindelijk was de OR toch in beweging gekomen en Marjan belegde een vergadering met het personeel in de kelder van de Herengracht. Er kwam een slap compromisvoorstel in voorbereiding op tafel. Ik paste direct de vakbondstruc toe en riep “We gaan stemmen!” Wie geen actie wil voeren moet nu zijn of haar hand opsteken. Niemand stak zijn hand op en derhalve werd unaniem besloten om te gaan staken. Zo gezegd, zo gebeurd met een heuse ketting tijdens de stakingsdag op de deur. De directie met als directeur Peter van Dijk kwam na de wilde staking direct in beweging en de OR ging direct met de stakers in gesprek. Ook Peter van Dijk in zijn rol als directeur kwam praten en werd verwelkomd met een passend actielied tot grote afschuw van overallmanager Leo Meijer. Binnen een week was de kogel door de kerk. Alle HBO’ers kwamen met terugwerkende kracht in schaal 8 en voor de niet HBO’ers werd de mogelijkheid geboden om op dat niveau te komen en daarna schaal 8. Een klaterend succes op de 14e juli 1989, terwijl in Frankrijk de vliegtuigen over de Champs Elysee vlogen zaten de winnende actieleiders van de wilde staking in de kroeg op het Rembrandtsplein. Vervolgens met het feestende geheel gegeten in restaurant Sluizer in de Utrechtsestraat met daarna een passende afsluiting. Als toetje verscheen er de dag daarop, in de zaterdageditie van Het Parool, een verslag met succesuitkomst.

De slogan die ik bij mijn huidige OR-actie heb gebruikt was “Met Neering meer Waardering!”. Slogans hebben mij nooit windeieren gelegd.

Edward Neering

drie kruizen op het hart, werken met hart en ziel werken voor de publieke zaak

Verkiesbaar voor OR Amsterdam!

Ik zit in de laatste fase van mijn werkzaam leven. In deze roerige tijd van Coronacris en een komende economische crisis heb ik besloten om mij verkiesbaar te stellen voor de Ondernemingsraad. Nog nooit in een OR gezeten maar mijn 40 jarige ervaring in diverse rollen helpt bij het adviseren op moeilijke keuzes die aanstaande zijn bij mijn Amsterdamse werkgever. Ik heb een groot portfolio aan ervaring bij Amsterdamse stadsdelen, het stadhuis, het fysieke domein maar bovenal in het sociale domein. Ik wil graag al mijn kennis en ervaring inzetten binnen de OR op de thema’s: Mobiliteit, Flexibiliteit (thuiswerken), Randvoorwaarden en Generatiepact (Oud maakt plaats voor jong i.h.k.v. Leeftijdsbewust Personeelsbeleid). Ik kan goed schakelen van “hoog tot laag” in de Amsterdamse organisatie.

Edward Neering

Stem op Wij de stad, Stem op Edward Neering

Wisselbanen

Het is tijd voor Wisselbanen. De werkloosheid zal de komende twee jaar explosief stijgen, we zien dit nu al vooral onder jongeren gebeuren. De Coronamaatregelen zullen worden afgebouwd en veel bedrijven/organisaties zullen noodgedwongen afscheid moeten nemen van hun personeel. Het is tijd voor snelle actie!

Essentie Wisselbanen:

Medewerkers van 64  en ouder  verlaten vrijwillig de arbeidsmarkt  en ontvangen een WW uitkering (UWV) van 70 % met 10% aanvulling loonsuppletie. Pensioen wordt 100% doorbetaald tot AOW leeftijd. Zij ontvangen geen transitievergoeding;

Als tegenprestatie voor de WW zonder sollicitatieplicht + 10% loonsuppletie   doen zij daar minimaal 16 uur per week aan maatschappelijke taken in bijvoorbeeld (mantel) zorg/onderwijs/beheer volkstuinen/buurthuizen/sportverenigingen enz voor terug tot aan AOW/pensioen leeftijd;

Werkzoekenden met een uitkering of die op  korte termijn in een uitkering terecht dreigen te komen stromen in op deze achtergelaten banen en krijgen het gewone reguliere salaris. Samen vormen zij een unieke wissel. De 64 plussers leveren door hun  inzet op maatschappelijke taken een bijdrage aan de samenleving en vallen niet in een gat na het stoppen met werken en maken plaats voor een werkzoekende. Voor de werkzoekende is er weer perspectief.

Een noodwet dan wel nieuw Sociaal akkoord of CAO regelt WW tot pensioen bij een wisselcontract. Kan ook in pilots/experimenten bijvoorbeeld bij een grote gemeente of in een bepaalde branche. Wisselcontract kan pas worden afgesloten als er een werkzoekende met uitkering ook daadwerkelijk instroomt. Dit arrangement kan ook in een keten van mobiliteit;

Mobiliteit, behoud van menselijk kapitaal in organisaties, perspectief voor werkzoekenden (van jong tot 50+), leeftijdsbewust personeelsbeleid en een actieve bijdrage aan de participatiesamenleving door 64+.

Door Edward Neering (Op Persoonlijke titel)

8 september 2020

Betoog Wisselbanen

Het in nu crisis! Regeren is vooruitzien en dus moeten we nu in het kader van strategisch personeels- en arbeidsmarktbeleid in combinatie met de huidige maatschappelijke problemen een scenario hebben om deze acute economische dip het hoofd te bieden. Medewerkers van 64 jaar en ouder in sectoren, waar veel aanbod van werkzoekenden is, maken plaats voor werkzoekenden. 64+ geeft 16 uur vrijwilligerswerk in zorg/onderwijs/sportverenigingen/beheer volkstuinen enz per week terug aan de samenleving.

Dit arrangement van Wisselbanen schept direct bij deze acute economische coronadip echte reguliere banen met passend salaris. Voor de 16 uur die de 64+’ers doen voor de samenleving krijgen zij vrijstelling van sollicitatieplicht, een  WW + 10% loon dan wel 80% loon en 100% opbouw pensioen tot aan hun AOW/Pensioen. Zij zien af van een transitievergoeding. Eenmaal ja gezegd, dan wordt er een wisselcontract afgesloten en harde voorwaarde is dat er een werkzoekende met een uitkering of in een uitkeringssituatie dreigt te geraken bij de werkgever aan de slag gaat op de verlaten baan van de 64 plusser. Check door accountant bij werkgevers.

Wisselbanen goed voor werkgevers en economie

Een werkgelegenheidsinstrument, een crisismaatregel, leeftijdsbewust personeelsbeleid 64+ en het bevordert de sociale cohesie tussen jongeren en ouderen en andere doelgroepen. Het faciliteert werkgevers en biedt perspectief aan werkzoekenden. Samengevat is het een slagvaardig arrangement in deze coronacrisis met een duidelijke win/win.

We doen het voorlopig tijdelijk voor 5 jaar. Ouderen maken versneld plaats voor werkzoekenden en doen tevens wat terug voor de samenleving. We zorgen dat jongeren en andere werkzoekenden niet buiten de boot vallen in deze crisissituatie. Ook werkgevers geven we hiermee slagkracht.

“Niemand aan de kant! Iedereen doet mee! ”

De politiek blij, werkgevers blij, zorginstellingen blij, werkzoekenden blij, de vakbonden blij (immers echte herbezetting van arbeid) , de regering blij, de arbeidsmarkt blij, vluchtelingen blij, senioren blij en flexwerkers blij. Er perspectief in een donkere tijd, goed werkgeverschap, leeftijdsbewust personeelsbeleid, een impuls aan nieuw bloed binnen (grote) werkgevers/overheden en een sociaal gezicht maar bovenal draagt het bij aan het vertrouwen bij en tussen diverse groepen. Vertrouwen is de basis en de juiste bouwsteen die nodig is voor meer economische bestedingen. Kijk, daar wil je als regering met vakbonden en werkgevers landelijk mee naar buiten treden in deze zwarte Coronatijd. Dit arrangement kan ook alleen, als pilot, in een grote stad (bundeling van steden)  dan wel branche plaats vinden

De financiering van dit plan moet in een nieuw sociaal akkoord/CAO’s geregeld worden dan wel in een lokaal arbeidsvoorwaardenakkoord . Een maatschappelijke Kosten/Batenanalyse na 5  jaar is gewenst. De regering laat zien dat met een creatieve oplossing nieuwe energie los komt.

Samenvattend een win/win/win aanpak. Het mes snijdt aan diverse kanten. Ik zeg doen!

Edward Neering

NB: Edward Neering is interim manager in dienst van de gemeente Amsterdam bij Bureau Interim & Advies.  Opgegroeid in het domein van Werk en Inkomen. Dit is geschreven op persoonlijke titel.

Overstag

Overstag

Meer of zee?

Als 21 jarige werkte ik als uitzendkracht van Boogaard Banen Bureau als administratief medewerker voor Turmac Tobacco Comapy aan de Drenthestraat in Amsterdam Buitenveldert. Het was het jaar van de doorbraak van Joe Jackson met zijn album “Look sharp”, de new wave van Elvis Costello en Graham Parker  Zelf had ik het leven als soulkicker verlaten en mij geworpen op Jongerencentrum SmoeS in Amsterdam Sloten en bewoog mij langzaam onder de “stuffies”.

Ondertussen op het kantoor in Buitenveldert bewoog ik mij als een soort manusje van alles tussen de salespromotors en salesmanagers van sigarettenmerken. Het kantoor had een heuse binnentuin en karakteristiek aan het interieur was de zogenaamde “Peter Stuyvesant collectie”, een collectie van kunstwerken dat het kantoor opfleurde maar indrukwekkender was de kunst op grote panelen die hing tussen de sigarettenmachines in de fabriek in Zevenaar aan de Duitse grens.  Ik rookte toen niet maar kreeg iedere maand van Turmac twee sloffen sigaretten Pall Mall Export die ik verpatste in café Fransen vlakbij de Sloterbrug nog net in Amsterdam op de grens met Badhoevedorp.

Bij Turmac faciliteerde ik de kleermaker die de studenten in reclamekleding hees om hun activiteiten bij (sport) evennementen te kunnen doen. Pall Mall richtte zich op de watersport, Dunhill op de Paardensport en Peter Stuyvensant had haar marketingfocus op kunst en cultuur en dan vooral gericht op vrouwen. Ook importeerde Turmac sigaretten uit Frankrijk met als belangrijkste speerpunt het merk Gitanes. Bij dit Franse merk lag de aandacht op de Formule 1 met Jacques Lafite met zijn blauwe bolide als stoere oogappel . Later tijdens mijn Turmac periode bracht deze sigarettenfabrikant het merk Lexington met als reclame in de bioscoop een stuntman, Buddy Joe Hooker, die tig keer over kop sloeg met zijn raceauto, uitstapte, zijn witte handschoenen vingergewijs uitdeed, een Lexingtonsigaret opstak, een hijs nam, uitblies en dan de donkere voiceover-stem “After action, satisfaction, with Lexington, that’s the one!!”

Sneekweek

En zo kwam het dat ik in augustus 1979 met mijn vriend Ad Staal naar de Friese Sneekweek ging. Hij had een boot in de Flying Junior klasse en deed met zijn broer Pieter mee aan zeilwedstrijden. Nou heb ik zelf helemaal niets met zeilen maar de Sneekweek was ook een Feestweek en daar had ik wel oren naar. Bij Turmac vertelde ik tijdens de lunch dat ik de Sneekweek in het vizier had en de dienstdoende salesmanager kwam op het idee om mij twee dagen tijdens dit evenement stage te laten lopen bij de Pall Mall marketing studenten ploeg. Dus in een reclamepakje  op het water sigaretten uitdelen. Hij vond het een goed plan en het paste volgens hem in mijn ontwikkeling bij Turmac Tobacco Company International Sales & Import Corporation. Ik vond het ook een goed plan want ik dacht aan twee extra “vakantiedagen”. In mijn tas dus de reclamekleding  en ik zette koers richting Friesland.

Turmac Fabriek in Zevenaar.. kunst tussen de sigarettenmachines

De dag voor de “stage” was het enigszins uit de hand gelopen met drank. Eerst naar een bar/discotheek en daarna tot diep in de nacht met een groep aan een kampvuur op een strandje bij het Sneekermer gezeten. Ik herinner mij als muzikaal behang het nummer Girlstalk van Dave Edmunds en ook dat ik rond een uur of zes in de ochtend in mijn tent rolde en dat ik om acht uur alweer op moest staan voor mijn grote doorbraak in Pall Mall Marketing land. Toen waren er nog geen iphones waar je een wekker op in kan stellen en echte rinkelwekker stond thuis op mijn nachtkastje.  Om 1o uur schrok ik met een geweldige kater wakker, hees mij in mijn Pall Mallpak en wankelde richting Starteiland. Mijn vriend nodigde mij uit in zijn boot om mij op het eiland af te zetten.  Hij riep opeens “We gaan overstag!!” ik had het niet door en was te laat, de giek sloeg tegen mijn brakke hoofd en ik zag letterlijk en figuurlijk sterretjes. Op het starteiland stond salesmanager van Kleef, ook in reclamepak,  mij op te wachten en zag direct de staat waarin ik verkeerde. “Ga je roes uitslapen en kom vanmiddag terug en vergeet je niet te scheren!” beet hij mij toe. Ik op het pontje weer terug richting camping, ik was er blij mee 😉 In de middag voelde ik mij nog steeds gammel en zat voordat ik het wist tussen de studenten in de rubberen Pall Mall boot sigaretten uit te delen aan watersporters. Nou is het Sneekermeer een meer, maar midden op het meer waan je je toch op zee zeker als je de avond daarvoor bent doorgezakt. Uiteindelijk hing ik over de rand van de boot de brasems en de snoeken te voeren met hetgeen ik opgespaard had in mijn maag van de avond daarvoor. Het dreunde nog steeds in mijn hoofd na…… “We gaan overstag!!”

Edward Neering

Suzi Quatro

Afgelopen zaterdagavond  was op NPO 2 een d0cumentaire te zien over Suzi Quatro. Nooit gedacht dat mijn heldin op de basgitaar in de eerste jaren van de middelbare school het zou schoppen tot een documentaire bijna 40 jaar later. Het brengt mij in gedachten terug naar die tijd. Elke morgen van Badhoevedorp op het stalen ros samen met mijn vriend Peter  richting Amstelveen, weer of geen weer, een fietstocht van ongeveer 7 km. . Slechts bij sneeuw of een kapotte fiets nam je bus 142 van Centraal Nederland en stapte uit bij verzorgingstehuis Zonnestein tegenover zwembad de Poeloever en dan lopend naar school naar de Dr Schaepmanlaan achter de voormalige Annakerk.

Het was de tijd van de piratenzenders op de Noordzee. Veronica, radio Noordzee en Mi Amigo waren de meest beluisterde zenders in die jaren en ze dobberden vrolijk voor de Nederlandse kust. Ik had een kleine cassetterecorder met een microfoontje en zat dan voor een oude radio de zenders af te speuren  om nummers te kunnen opnemen. “I’m the train” en “Fee electric band”  van Albert Hammond, 48 crash en Devil gate drive van Suzi Quatro zijn nummers die mij scherp voor de geest staan. Oh Ja! Wounded knee van Redbone! We woonden aan de Eksterstraat 12 in Badhoevedorp en de wereld was toen nog klein.

Nooit geweten dat Suzi Quatro een Amerikaanse was uit Detroit terwijl ik destijds zwaar in de veronderstelling was dat ze uit Engeland kwam omdat haar nummers werden geproduceerd door het toenmalige bekende producers duo Chin en Chapman. Ook nooit geweten dat zij eigenlijk de eerste vrouw was met een eigen rockband vandaar dat zij het nu tot een documentaire heeft geschopt. En dan was het ook nog een vrouw helemaal in een leren pak met een hele grote basgitaar om haar nek. Met haar in mijn gedachten liet ik de stoutste dromen uitkomen.  Het is eigenlijk doodzonde dat ik mijn schoolagenda’s niet heb bewaard. Zo’n uitpullende agenda met foto’s uit de Muziek Express en de Popfoto.  Suzi was de eerste twee jaar zeer dominant aanwezig in deze pillen van data en  veilig opgeborgen in een pukkel.

Van Suzi Quatro transformeerde ik naar James Brown Het moet 1974 of 1975 geweest zijn. Ik droeg broeken met wijde pijpen en de zeer modieuze Spaanse band. Ik was langzaam aan het omturnen naar een soulkicker terwijl mijn broers hele andere muzikale richtingen waren ingeslagen.

Die cassettebandjes ben ik ook allemaal kwijt. Ook jammer, maar wie heeft er in godsnaam nog een cassetterecorder? Een gouden tijd in het veilige Badhoevedorp onder de rook van Schiphol. Eigenlijk een onbezorgd leventje met o.a. glamrock als muzikaal behang.

Edward Neering

Suzi Quatro

Coronatijd

Coronatijd,

Ik merk dat mijn wereld kleiner wordt nu ik veel meer thuis ben. Het thuiswerken bevalt mij op zich wel, op vrijdag zit ik op kantoor bij mijn opdracht in Mokum waar ik werk als interim manager voor de gemeente Amsterdam. Gekscherend roep ik iedere vrijdagochtend bij het weggaan tegen mijn vrouw vanaf de voordeur naar boven “Dag lieverd, je mannie gaat nu besmet gebied in!”.

Ik reis om de spits heen, in de trein kun je een kanon afschieten. Station Sloterdijk is zo rustig als op voorheen zondagochtend om 8 uur. Met handschoenen aan op de fiets naar het hoge gebouw in de Jan van Galenstraat alwaar ik niet de lift neem maar stoer 11 etages met de loopwagen bestijg. Een goede workout die mij 80 kilocalorieén verbranding oplevert zo staat op de traptreden, zeg maar één biertje. Hijgend komt deze bijna 62 jarige man dan uiteindelijk aan op een afdeling waar ongeveer 5 mensen werken, daar waar er normaal 40 zijn. De rest werkt nu allemaal thuis. Met één handschoen aan mijn rechter dartel ik door de dag met beeldtelefoon en gewone telefoongesprekken.

Thuis bezoek ik regelmatig onze nieuw koffieapparaat met verse bonen in de keuken. De Senseo (ik vond die prima!) moest plaatsmaken voor een echte bonenmachine. Kom ik in de ochtend beneden dan begint de ellende al met het geluid. Hij moet eerst opwarmen met het nodige kabaal, ik moet echt naar de radio lopen om het nieuws te kunnen horen. Eindelijk klaar met opwarmen komt het eerste commando “Vul het waterreservoir!”, ik doe het!. Ik druk voor de eerste grote kop koffie. Hij gaat eerst bonen malen met een knarsend luid maalgeluid en eindelijk begint de koffie te stromen met wat minder herrie. De eerste kop staat trots dampend naast het apparaat. Volgende commando “ledig het dikbakje!”. Ik doe het en druk vervolgens op de knop voor het volgende bakje koffie. “vervang het Filter!”, welk Filter?!! Ik roep naar boven en vraag om instructies. Een paar minuten later heb ik het eindelijk door, het is eigenlijk geen filter maar een rood plastic vierkantje wat links onderin het apparaat zit naast het dikbakje, geen idee waarom het daar zit maar het moet schoon. Eindelijk klaar. Ik druk voor het 2e bakkie pleur…… “Ledig het opvangbakje”! Het opvangbakje zit helemaal vol met schoonmaakwater en gemorste koffie. Bakje geleegd en ik druk voor een 2e kop zwart goud. “Graag de machine ontkalken! Beveelt deze Delonghi. Ik ben nu in staat om de oude Senseo uit de schuur te halen maar realiseer mij nu al dat koffiepads niet meer tot ons huishouden behoren. Mijn vrouw is haar bed uitgekomen en heeft zich gebogen over de gebruiksaanwijzing en speurt tussen de kleine lettertjes naar “ontkalken”. Uiteindelijk gefixt, mijn vrouw weer in bed en triomfantelijk loopt deze modelman met twee koppen koffie naar boven en betreedt de slaapkamer, Mijn vrouw neemt een slok, “de koffie is lauw!!.

Inmiddels is mijn agenda gevuld met allerlei videoconferenties en belafspraken. Het mailverkeer is toegenomen en sommige collega’s zijn gaan chatten op de mail. Regel 1: nooit chatten op de mail (gebruik desnoods whatsapp) Regel 2: Zet nooiiiitttt zaken op de mail zoals: “ik vind dat jij…kortom zaken op betrekkingsniveau. Regel 3: geen lulverhalen. Maar helaas ik zie het allemaal regelmatig voorbij komen en als ik twee uur met beeldbellen bezig ben geweest zijn er zomaar een stuk of 30 mails bijgekomen. Tijd voor een lesje mailopvoeding lijkt mij.

De anderhalve meter voor de toekomst lijkt mij ondoenlijk, zowel in het Openbaar Vervoer als op kantoor. Prima als een medewerker 60% moet thuiswerken en 40% op kantoor moet zijn, in sommige kantooromgevingen blijkt de productie zonder problemen te worden gehaald met 100% thuiswerken. (je hebt eigenlijk helemaal geen kantoor nodig!!). Scheelt Files, drukte in OV, veel reiskosten- en tijd. Maar dan nog is de anderhalvemeter niet te doen. Ik ben voor mondkapjes enz.

Of zoals de viroloog Goudsmit het afgelopen weekend in de Volkskrant zei” Hij antwoordde op de vraag: U bent voor het normale normaal en niet voor het nieuwe normaal? Antwoord: Ja, ik hoef niet terug in de tijd, maar ik hoef ook niet naar een nieuw normaal wat in feite extreem abnormaal is.”

Inmiddels sta ik weer voor het koffieapparaat. Ik geef een commando en direct een antwoord terug “vul de koffiebonen aan!”.

Edward Neering

De Kelk

Paul, André, Edward en Frans Neering rond 1970

Het is ergens in 1970. Op radio Veronica tetteren door het krakerige luidsprekertje van de transistorradio de Beatles met Let it be als muzikaal behang. Al mijn broers zijn voor Ajax (in het Neeringjargon: Ajakkes) en als jongste van 14 kinderen heb ik de keuze voor Feijenoord gemaakt. “Kan ik mij goed mee profileren” moet ik onbewust gedacht hebben. Feijenoord speelt op 6 mei 1970 de Europa Cup 1 finale en wint van Celtic. Ik ben 11 jaar en in Badhoevedorp zit ik op de katholieke Plesmanschool. Katholiek > dus ook ben ik misdienaar en schrijdt zowel doordeweeks als in het weekend vroom door de plaatselijke HH Engelbewaarderskerk. Elke dag bid ik in mijn bed tot God. In mijn gebeden staan twee dingen centraal; 1) dat ik er bij de schooltandarts alsjeblieft boorloos door heen kom en 2) dat Ajakkes niet zal winnen.

Het is nu ook de tijd van de popmissen die landelijk steeds meer plaatsgrijpen. De kerk wil jongeren aan zich binden en organiseert op de zaterdagavonden missen met een popband op het altaar. Ik ben met Joris Beck het misidienaarskoppel van deze zaterdagavond. Tijdens deze popmis is er ook een grote wijziging met betrekking tot de misdienaren. Normaal gesproken sta je onderaan het altaar en komt de priester via een drietal traptreden naar je toe om het water en de wijn op te halen maar tijdens de popmissen staan de misdienaars naast de priester op het altaar, één aan de linkerkant van de kazuifelman en één aan de rechterkant. Ook nieuw was dat de priester versterkt door een microfoon vanaf het altaar de gelovigen toesprak. In totaal stonden er drie microfoons op het altaar. De resterende twee stonden gericht op de twee dieners. Pastoor Thijssen had zijn mooi geborduurde kazuifel aan met mooie patronen, beige met een grote brede groene band verticaal van een hele dikke stof. De consecratie is aan de gang, zeg maar het echte heilige deel van de mis. De pastoor heft de kelk met heerlijke bisschopswijn ten hemel en houdt deze hoog boven zijn hoofd. Het is de bedoeling dat ook de misdienaren een slokje van deze goddelijke heilige wijn nemen. Pastoor Thijssen brengt de kelk plechtig omlaag en maakt een korte beweging naar rechts en biedt de kelk aan mij aan. Vroom doe ik mijn ogen dicht en drink plechtig van de wijn. Nou ja, niet VAN de wijn maar DE wijn! Er zit maar heel errug weinig bisschopswijn in de kelk en zonder dat ik het besef heb ik alles in één teugje opgedronken. Onbewust veeg ik met togamouw mijn mond schoon en maak daarbij een klein geluid. Door de microfoon klinkt de kleine geluid ineens ernstig groot en galmt in het godshuis en de kerk mompelt, giechelt en lacht. De houten banken kraken volop. Pastoor Thijssen pakt de kelk weer terug en geeft de lege kelk aan Joris, mijn collegadienaar. Joris zit dat er geen wijn meer in de gouden beker zit en geeft de kelk terug aan de Pastoor zonder deze aan zijn mond gezet te hebben. Wederom rumoer in de kerkbanken. Vervolgens belandt de kelk weer in de handen van pastoor Thijssen en heft de kelk weer hoog ten hemel. “dit is het bloed van christus” zegt hij en brengt de kelk naar zijn mond en doet hij alsof hij de kelk leegdrinkt. Op dit moment ben ik getuige van een leugen van de kerk waar ik zelf de oorzaak van ben.

Met mijn gebeden tot God gaat het ook niet goed. Ik ben binnen gestapt in het busje van de school tandarts. . Het groen/beige busjes doet de school twee keer per jaar aan en staat steevast in de Sperwerstraat met uitkijk op de Pappegaaienstraat. Vanuit het busje loopt een dikke electriciteitskabel naar de Plesmanschool zo’n 40 meter verderop. De school fungeert als een soort laadpaal. We worden op alfabet geholpen. Robert Lirb ligt op de stoel en Ineke Marcus en Edward Neering zitten op het wachtbankkje. Robert heeft het zwaar. We horen wat gekerm terwijl de boor in de rondte zingt. Na Ineke ben ik aan de beurt. “En poets jij wel iedere dag jouw tanden?” vraagt tandarts Liem met zijn Chinese/Indonesische tongval. Aangezien ik niet mag liegen zeg ik eerlijk dat ik wel eens een keertje oversla. Op een direct boze aanvallende toon zegt hij “Je vergeet toch s’ochtends ook niet je onderbroek aan te trekken?!”….. Geen speld tussen te krijgen! Ondertussen kijkt hij met zijn spiegeltje in mijn mond en zegt.. “Dat heb je ervan! Ik zie een paar gaatjes mijn jongen!”, “goed stil zitten ander boor ik in die tong van je” en voor ik het weet is de marteling met de boor aangevangen. God heeft mijn gebeden niet verhoord.

Met het voetbal ging het al niet veel beter, Ajakkes won in 1971,1972 2n 1973 de Europa Cup voor Landskampioenen dus die gebeden waren ook niet verhoord! langzaam, stukje bij beetje brokkelde mijn geloof af als een ijsschots richting zomer.

Edward Neering

Misdienaar bij een huwelijk in de HH Engelbewaarderskerk in Badhoevedorp

Mijn Tour de France

Joop

Mijn Tour de France

door: Edward Neering

Het komt allemaal weer voorbij. Jeroen Wielaart met zijn bierviltjes waarop het idee van de tourstart in Utrecht werd geschetst een aantal jaren geleden, de ploegenpresentatie, de tour zonder Mart Smeets, of toch weer niet (1989)  enz. De opgehemelde kansen voor Tom DuMoulin terwijl Tony Martin of Fabio Cancellara de proloog gaat winnen enz. Het wordt daar dit weekend zo druk en warm dat geen haar op mijn hoofd erover denkt een bezoek aan 030 te brengen. Nu komt mijn schoonmoeder deze week dus zou het even een mooie escape zijn. Ik verkies klikkende breinaalden boven een bonello in de kokende domstad. Eigenlijk word ik er een beetje moe van en hoop dat het snel weer zondag is en de karavaan gewoon op weg gaat richting Frankrijk via Rotterdam en Zeeland.

En dan zie ik weer Joop, onze Joop, de winnaar van de grote ronde van Frankrijk in 1980. De enige ronde die ik helaas vanuit de krant moest volgen wegens een fietsvakantie naar Frankrijk. Waar Zoetemelk klom met het peleton naar l”Alpe de Huez en La Plagne, klommen wij naar de top van de Ballon D’Alssache in de Vogezen. Voor ons een reus maar voor de tourrenners een puist, aldus Peter Winnen ooit verklaarde tegenover Jean Nelissen. Joop Zoetemelk, ooit winnaar van de Ronde van Badhoevedorp in 1968, waar mijn vader de één van de EHBO mannen was en ik, als tienjarige jongen, onder de indruk was van zijn oranje/bruinkleurige EHBO band rond zijn arm. Waar malle Hans, de Badhoevedorpse “dorpsgek” met een bos bloemen over de finish kwam nadat het hele amateurpeleton de streep was gepasseerd. Hans stond wel op de voorpagina de week daarop van de Badhoeve/Slotense Courant de winnaar van de ronde niet!

En de tijd schrijdt voort, als de Tour dit jaar eindigt op 26 juli in Parijs word ik 57 jaar en Mick Jagger 72 jaar. Dat is natuurlijk geen toeval dat Jagger en ik op dezelfde dag jarig zijn, maar dat terzijde J. De tour gaat natuurlijk ook weer een Nederlandse winnaar kennen, ik voorspel binnen 10 jaar. Dat brengt mij terug naar de eerste winnaar Jan Janssen in 1968. Drie weken geleden zat ik met de directeur van BP om tafel bij de Omgevingsdienst in Zaandam, mijn huidige opdracht als interim manager. Hoe we er op kwamen weet ik niet meer maar we hadden het even over deze tour uit 1968. Jan Janssen won met acht seconden van de belg Herman van Springel. Mijn vader en ik waren zo opgetogen dat ik hem uitdaagde voor een sprint op de Schipholweg in Badhoevedorp. Ik herinner mij zelf dat er BP op mijn net verworven T-shirt stond net zoals op het wielershirt van Louis Ocana. Ik schetste de directeur van BP mijn shirt en vertelde dat er een heuse tijger op mijn shirt stond. “Even voor de goede orde” zei hij, maar je hebt het voor Esso “met een tijger in je tank”. Het was even stil aan tafel, de concurrent was onverwachts binnengekomen.

En de sprint?  Mijn vader was natuurlijk een echte vader en liet mij winnen, de streep lag op de hoek Sloterweg/Schipholweg waar nog steeds een BP station is gevestigd in mijn geboortedorp

Het Jaggerdansje

Toegangsbewijs concert Rolling Stones 19 mei 1990; Urban Jungle Tour

Het is zaterdag 19 mei 1990. Een prettige lentedag en vanavond de Rolling Stones in de Kuip in Rotjeknor. Samen in de grote Citroen van Gerard zoeven we  naar de Maasstad voor de Urban Jungle tour. Het is een drukte van jewelste bij het Feijenoordstadion en we zijn op zoek naar vak U. Het ging hard met de verkoop dus we hebben mazzel gehad dat we kaartjes hebben. In februari hebben we, na het stappen, vanaf drie uur in de nacht in de rij gestaan bij de Nieuwe Muziekhandel in de Leidsestraat in 020. Een gigarij, rond een uur of half tien waren we aan de beurt en vak U was onze prijs. Vak U zit schuin achter “het doel” 150 meter van het podium.

De openingsgitaarrif van  “Start Me Up” klinkt dominant, keihard en prachtig door de boxen. Gelukkig zijn er grote videoschermen want Jagger op die afstand zie ik niet, we hebben godzijdank ook een verrekijker. Na de opening volgen er een paar onbekende nummers maar na Miss you gaat het echt los. Een rustpunt is het geweldige mooie Angie uit 1973 waar ik op de middelbare school  innig op heb geschuifeld met Debbie  nadat de door de broeders gescheurde pagina’s van kranten, verdeeld tussen jongens en meisjes, die van mij op die van haar paste. Debbie was het mooist meisje van de school met indrukwekkende borsten. Een schuifel om nooit meer te vergeten.

Jagger neemt even pauze en de band speelt het psychedelische “2000 light years from Home”. Het is al donker aan het worden en na de laatste tonen van 2lyfh valt al het licht uit in de Kuip. Een gigantische laserstraal  vanuit vak V (naast vak U) met volgspot floept aan en bestrijkt de hele lengte van het stadion richting de top van de toren dat op het podium van de Urban Jungle tour is gebouwd. Mick Jagger zingt “please allow me tot introduce myself, I’m a man of wealth and taste”. Gerard en ik krijgen kippenvel bij de start van “Sympathy for the devil”. De rest van dit geweldige concert is geschiedenis.

We besluiten om niet direct naar huis te gaan maar eerst nog even een biertje te gaan doen in café De Prins op de Prinsengracht. We lopen over van enthousiasme over het Stonesconcert dat we zojuist hebben ondergaan en extrovert als we zijn delen we dat met onze omgeving in de kroeg. Ik kom in gesprek met een zekere Lidy en Gerard neemt haar vriendin voor zijn rekening. Biertje hier, biertje daar enz. Met Lidy, een leuke aantrekkelijke blonde vrouw, raak ik in gesprek over het  concert en vertel dat ik op dezelfde dag (26 juli) jarig ben als Mick Jagger. Ik vertel haar mijn bewondering over het dansje van de 15 jaar oudere Jagger, sensueel en authentiek. Sterker nog, ik claim het dansje en in mijn enthousiasme doe ik het even voor in de Prins nadat de barman the Stones heeft opgezet. Een omstander roept direct “Hé, Mick Jagger!” Ik zie dat Lidy smakelijk lacht en toch wel een beetje onder de indruk is.  Ons gesprek gaat voort en ineens zitten we op de Miniadvertenties in het Parool, Trouw en Volkskrant. Aanleiding was het lezen van rouwadvertenties als ik de krant opensla, zoiets van even checken of er bekende doden zijn vandaag. Dus zowel Lidy als ik blijken iedere dag altijd ook de oproepen te lezen, altijd heerlijk smullen. Biertje hier en biertje daar, het is oergezellig in café de Prins. De laatste ronde, Gerard trekt aan mijn mouw en mij naar zich toe,  “We gaan!”.  Lidy vraagt of we elkaar nog eens zien en terwijl Gerard mij richting uitgang trekt zeg ik met een grap, misschien ook wel met een vleugje arrogantie, “Zet maar een oproep in de krant!”

Ik werk bij de Gemeentelijk Sociale Dienst in Amsterdam op de hoek Herengracht/Vijzelstraat recht tegen over de Burgermeesterwoning van Ed van Tijn, als bijstandsmaatschappelijk werker en fiets iedere dag heen en weer naar Badhoevedorp. Op dinsdag 22 mei 1990 fiets ik eerst even langs de Shoarmatent “Mama” in de korte Leidsedwarsstraat. Ik heb geen zin om te koken dus maar even snel een broodje. Bij het weggaan merk ik dat mijn fietssleutel van mijn zwarte dienstfiets gebroken is. Blijkbaar gebeurd bij het op slot zetten, zelf niets in de gaten gehad. Ik vermoed ernstige metaalmoeheid van de fietssleutel.  Ik besluit om mijn zwarte stalen ros maar even daar te laten en met de bus 169 vanaf het Leidseplein naar Badhoevedorp te gaan. Eerst even een Parool  halen bij het  Amsterdams Uitbureau (AUB) in de front van de Stadschouwburg. Ik stap de lege bus binnen en blader in de krant. Uiteindelijk kom ik bij de oproepen van de Mini’s.

“Goede morgen, blonde PRINS met het Jaggerdansje. Nu jij! Br.o.nr.100-23172 bur.v.d.blad”

Ik bloos in een lege bus en kijk even om mij heen of niemand mij gezien heeft. Ik ben zo rood als de skairode busstoelen.

Ik kom thuis en besluit om wel te reageren. Ik kies een mooie kaart uit van de reeks die ik heb meegenomen uit Berlijn en schrijf terug met het briefreferentienummer. Ik zorg er natuurlijk wel voor dat ik een korte omschrijving geef van wat er gebeurd is en dat ik mij profileer als “the one and only”.   Geke belt en we babbelen wat. Ik vertel in geuren en kleuren het verhaal van de Stones, Jaggerdansje en de oproep in het Parool. Vindt zij niet echt leuk. Geke en ik kennen elkaar sinds begin april.  We hangen op. Even later belt zij mij terug met de mededeling “kijk morgen maar in de krant!” De volgende dag wederom een oproep in het Parool;

“Ik ben heel erg gek op mijn  lieve, blonde prinsje met zijn jagger-dansje. Kusjes Geke. P.S. Groetjes aan Fini en buuf”

Er was duidelijk een spanningsveld ontstaan rondom de advertenties/oproepen. Een interventie van mijn kant was nu blijkbaar nodig dus op 31 mei 1990 plaats is zelf een oproep aan Geke en aan Lidy;

“Lieve Geke, Jaggerdansje op de vulkaan? Ik ben knetterdol op jou. Liefs Edward”

en om mijn kroegbelofte aan Lidy waar te maken;

Morning ZeilPRINSes, Leuk succes dat Jaggerdansje!

Eerlijk gezegd denk ik dat dit het dan wel zal zijn. Leuk verhaal, kersverse liefde even gered en we gaan over tot de orde van de dag. Na een weekendje fietsen  met Geke in Zeddam staat er in het Parool op maandag de volgende advertentie;

“Jackerdansje van ED is afGEKEurd. Die van Prince niet, mits de beloofde brief.”

Is deze van Lidy? In plaats van Jaggerdansje staat er Jackerdansje en Prins is vervangen door Prince. Of is dit een of andere grapjas!. Er staat een duidelijke verwijzing naar Geke in. Ik ben volledig in de war want het toeval wil dat Geke onze kortstondige relatie heeft beëindigd, ze heeft er de brui aan gegeven. Ze vindt mij er te “hippieachtig” uit zien en wil nieuwe kleren kopen hetgeen ik natuurlijk weiger, is ze nu helemaal van het padje af?  Bye, bye Geke.

De week daarna ontvang ik een brief van Lidy met haar reflectie op het hele gebeuren. Ze schrijft over veel lol met haar ICT-collega’s en de complottheorieën die zij samen bedacht hebben. Ze vertelt dat ik niet de enige was die gereageerd had op haar oproep. Leuke vrouw die Lidy!

Ze komt  tot 4 Theorieén:

  • De “pik” Theorie, een volslagen onbekende met een saai leven heeft een advertentie geplaatst om de groeten te doen aan zijn buuf en Fini;
  • De “cryptogram” Theorie:  De advertentie zou door mij geplaatst zijn om verwarring te zaaien;
  • De “vriendin” Theorie: Hij heeft een vriendin die Geke heet;
  • De “Hij werkt bij de krant” Theorie:  Want hoe weet ik dat het een succes is die oproep?

Ik besluit dat ik ga overschakelen op mijn eigen theorie. Mijn attacktheorie! Ik schrijf Lidy een uitgebreide brief met nogmaals het gebeurde in café De Prins en alles rondom het hele oproepencircus. Ik stel voor om telefoonnummers uit te wisselen en nog een keer een afspraak te maken. We bellen en spreken af, jazeker in café de Prins aan de Prinsengracht.

Biertje hier en biertje daar. Lang verhaal kort, we vinden elkaar errugg leuk en na sluitingstijd zoef ik met Lidy richting Amsterdam Noord nabij het Buikslotermeerplein. Na een heerlijke nacht brengt zij mij een ontbijtje op bed. Naast de versgeperste Jus d’Orange staat de doos met brieven die zij van allerlei mannen heeft ontvangen naar aanleiding van haar oproep.

“Goede morgen, blonde PRINS met het Jaggerdansje. Nu jij! Br.o.nr.100-23172 bur.v.d.blad”

Ik heb letterlijk en figuurlijk gesmuld!

Edward Neering

Dat zeggen ze allemaal!

Wie had kunnen bevroeden dat op de dag dat Willeke Alberti trouwde met John de Mol dat er rondom de Sloterbrug iets bijzonders zou gebeuren. Klinkt gek maar Badhoevedorp volgde Willeke op de voet omdat zij daar woonde in de Vlierstraat. Naast o.a. Jack van Gelder en Tony Eijk behoorde zij tot de jetset aldaar.

Sloterbrug op een mooi zomerdag

Het is 25 juli 1976, een typische julidag zo rond mijn verjaardag, zwaar bewolkt maar toch warm. Mijn ouders zijn er niet, zijn bij mijn zuster Nel ergens in Limburg op hun vakantieadres. Morgen word ik dan eindelijk 18 jaar!

Met mijn broer Frans hang ik die middag een beetje in de tuin in ons huis aan de Uiverstraat, binnen staat de TV aan met de GP  formule 1 in Zweden. Ons avondmaal is een patatje met een hotdog  bij snackbar “’t Hoekje” vlakbij de Sloterbrug. Niet te vroeg naar het café vanavond want ik zit krap bij kas. Ben al een week eerder teruggekeerd uit het voor jongeren dampende Valkenburg omdat simpelweg mijn geld op was.  De zondag daarvoor was de Tour de France afgelopen vandaar dat we overgeschakeld waren naar F1 geluid. Het was de tour de France die de Belg  Lucien van Impe won en Joop Zoetemelk  wederom het nakijken had.  Nou ja nakijken, Joop won wel de koninginnenrit naar L’Alpe de Huez en werd 2e in het Algemeen Klassement. Politiek was Joop den Uyl aan het bewind met een vijfpartijenkabinet, het meest links progressieve kabinet wat we ooit gehad hebben. Dit even als het achtergrondbehang van het jaar 1976.

Om een uur of tien in de avond meld ik mij bij cafe Franssen, net over de Sloterbrug. De barmannen Hannie en Fred hebben dienst en in hun zwarte broeken en spierwitte overhemden bestieren zij het volle terras en rennen van buiten naar binnen. Met een paar vrienden even een biljartje leggen in de achterzaal van het café. Het bier vloeit rijkelijk en van het ene rondje komt het andere rondje. De sfeer is goed. Eigenlijk is het vanavond een excuus om flink aan het bier te gaan vanwege het feit dat ik om 12 uur 18 jaar word. Om 12 uur heffen we nogmaals het glas en proosten op mijn volwassenheid. De hele groep is inmiddels op het terras beland waar het goed toeven is. Het is ook meteen wel het laatste biertje want iedereen moet morgen weer werken. Ik zelf werk bij rozen- en anthuriumkwekerij Ruhe aan de Sloterweg in Amsterdam-Sloten  De broertjes van G.  en Frank M.  stappen als eerste op en vertrekken lopend richting brug. Ik blijf achter omdat ik voor mijn gevoel in een goed gesprek ben met een vrouwspersoon.

Cafë Franssen heet nu de Halve Maen

Hoor ik daar nu vuurwerk? Vuurwerk in de gortdroge julimaand? “Er wordt geschoten op de brug” roept iemand. Het hele terras veert op en ik ren met een groepje richting de brug. Vlak over de brug is er  een opstootje, ik wurm mij door de mensen en sta oog in oog met een tafereel dat ik nooit zal vergeten. Op de grond ligt een politieagent in de houdgreep van John van G en zijn pet drijft in het water als een bootje dat niet weet waar het naar toe moet. Iedereen moedigt John aan om vooral vast te houden want anders is hij natuurlijk de sjaak. Ik brul mee.  Inmiddels horen we overal sirenes aankomen vanuit Osdorp en vanuit Badhoevedorp. John heeft het ook gehoord,  laat de agent los en neemt de pleiterik.  De agent druipt af naar de politieauto die vlakbij café Het Hoekje staat en waar ik duidelijk de politieradio aan hoor staan. Overal komen nu politieauto’s vandaan en ik besluit om maar snel naar huis te gaan, immers ik moet om kwart over zes weer uit de veren.

De volgende morgen sta ik op met een lichte kater, smeer mijn boterhammen en maak mij klaar om richting werk te gaan. Er wordt aangebeld. Terwijl ik  door de woonkamer richting de deur loop, zie ook iemand in de achtertuin lopen. Ik doe open. “Recherche”, “Ben jij Edward Neering?”, “ja dat ben ik”  antwoord ik kordaat. “Was jij gisterenavond op de brug?”. Ja dat was ik. Ze willen mij daarom spreken. Ik nodig ze uit om binnen te komen maar of ze wel een beetje willen opschieten want ik moet naar het werk. Nee, of ik even mee wilde komen naar het bureau om een verklaring af te leggen. Dat lijkt mij geen goed plan maar hen wel. Even later zit ik in een politiewagen langs de hoofdvaart richting Hoofddorp. De rechercheur voorin neemt de mobilofoon in zijn hand  en begint te praten:  “Hier wagen 422”, “we hebben arrestant Neering bij ons en we zijn er over enkele minuten”, “Helder, we zien jullie zo” klinkt het uit de radio. Ik zeg “Arrestant Neering??!!, ik ben onschuldig!”….. “Ja, dat zeggen ze allemaal” mompelt de moblilofoonrechercheur.

De wachtkamer

Op het politiebureau moet ik mijn zilveren sterrenbeeldkettinkje afdoen, de Leeuw daarop brult al een stuk minder. Ook mijn armband, riem en de veters uit mijn schoenen moet ik inleveren. “ik kom toch hier alleen om een verklaring af te leggen? Dat is mij verteld”, “ik moet naar mijn baas, ik moet werken en ik ben vandaag jarig, ik moet trakteren!” sputter ik. Jij gaat even de wachtkamer in, we kunnen niet iedereen tegelijk spreken” zegt de andere rechercheur met snor, vliegeniersbril en spijkerpak. Twee agenten pakken mij bij de armen en even later zit ik in de wachtkamer wat een politiecel blijkt te zijn.  Een granieten cel, met uit graniet gehouwen tafel en stoel en een granieten bed waar geen matras op ligt. Een cel zonder uitzicht en een raam met deels een soort lamellenblindering boven reikhoogte.  Oh ja, er is ook nog een wcpot met een knopje om op te drukken. Ik realiseer mij dat ik gearresteerd ben, in een politiecel zit en dat ik te laat op mijn werk  kom. Over werk gesproken, ik moet Jos, mijn baas, bellen!

politiecel: in mijn geval zonder matras en deken

Het knopje blijkt er te zijn om contact te hebben met de regieagent die blijkbaar contact heeft met alle cellen. Je kunt vragen om door te trekken als je naar de WC bent geweest. Ik ben zelf voorstander van het goede gesprek en druk op knop. “Zeg het maar” zegt de cellenregieagent, “Wanneer word ik geholpen en kan ik de verklaring afleggen?”, “Gaat nog wel even duren, je kan sowieso 48 uur worden vastgehouden” antwoordt de blikken stem van de cellenregieagent. “48 uur!!! Ik ben vandaag jarig! Ik wil een verklaring afleggen en naar huis! Ik moet mijn baas bellen!” en ik vervolg nu met stemverheffing “IK BEN ONSCHULDIG!!”………… “Dat zeggen ze allemaal”  hoor ik de irritante stem netjes en vermoeid zeggen.

De tijd gaat voorbij en ik word steeds machtelozer. Ik kan geen kant op want er wordt niet naar mij geluisterd. Ineens hoor ik reuring op de gang. Het luikje in de deur gaat open  en ik krijg een plastic bordje met vier belegde boterhammen aangereikt. De lunchagent wil direct het luikje dichtdoen maar ik zeg dat ik een verklaring wil afleggen en mijn baas wil bellen. Hij luistert niet en doet het luikje dicht. Achter de gesloten deur hoor ik hem zeggen dat ik geduld moet hebben.

Aan het eind van de middag komen de twee rechercheurs bij mij in de cel. “Dat ziet er niet mooi voor je uit Edward” begint de snorrechercheur. “Tijdens het gevecht met de politie  is de pols van een collega gebroken en alles wijst erop dat jij dat hebt gedaan”………”Dat wordt even brommen in de koepel van Haarlem”, waar is je blauwe Zündapp gebleven?  Ik zeg schreeuwend, “a), ik heb niet gevochten, b) ik heb alleen gekeken c) ik heb geen blauwe Zündapp  d) ik heb een oranje Mobylette en E) IK BEN ONSCHULDIG!!!. “Dat zeggen ze allemaal Edward, morgen gaan we jou hier verder over aan de tand voelen”, “ je krijgt een advocaat toegewezen en je blijft sowieso een nachtje slapen hier op het bureau!”  

Zij verlaten de cel en direct komt er een man binnen met grijze baard in een morsig  kostuum. “ik ben je toegewezen advocaat” en noemt zijn naam. Samen zitten we op het granieten bed en ik huil.  Hij slaat zijn arm om mij heen. Hij zegt dat ik hem kan vertrouwen en dat hij er voor mij is. Alles wat ik zeg blijft tussen hem en mij. “ik ben jarig!” snik ik, “Gefeliciteerd jongen” zegt hij en met zijn om mij geslagen arm knijpt hij heel even in mijn arm.. De eerste die mij feliciteert vandaag! Ineens realiseer ik mij dat mijn ouders inmiddels thuis gekomen moeten zijn en dat ik niet uit mijn werk kom en dat moeder mogelijk een feestmaal heeft gemaakt voor haar inmiddels volwassen jongste zoon. Zonder bericht niet verschenen op mijn werk, dus  hangt ook nog ontslag boven mijn hoofd. Mijn advocaat weet meer en hij vertelt wat hij weet. Dat er vier jongens gisterenavond de brug zijn overgekomen vanuit café Franssen en dat zij zich zijn gaan bemoeien met een alcoholcontrole door de politie vlakbij de Sloterbrug. Een zekere Klaas Balk werd gecontroleerd. Dit bemoeien is uitgelopen op een vechtpartij tussen de politie en de jongeren en twee politieagenten hebben waarschuwingsschoten gelost en  letsel opgelopen. Er zijn vier arrestaties verricht. Een van de arrestanten ben ik. Ik word verdacht dat ik meegevochten heb en dat ik mogelijk letsel heb toegebracht aan één van de agenten.   De verdachte met het witte/blonde haar is komen aanlopen en later gevlucht op een blauwe Zündapp. Ik vertel de advocaat mijn verhaal en zeg dat de blauwe Zündapp niet van mij is maar van Rene van G, ook wel de witte van G genoemd. Mogelijk is er een persoonsverwisseling geweest. Vervolgens vraagt de advocaat of ik echt alles verteld heb waarop ik antwoord “ik ben echt onschuldig, hoogstens heb ik aangemoedigd bij het gevecht tussen John van G en de politieman met de waterpet.  Hij zegt het niet maar ik zag hem denken “dat zeggen ze allemaal!”.

Advocaat weg en ik zit nog steeds in mijn granieten cel. Het luikje gaat weer open en de avondmaaltijd wordt door de regiecellenagent geserveerd. Aardappels, jus, een gehaktbal en andijvie op een plastic bord met plastic bestek. Ik ben op van de zenuwen en heb helemaal geen trek. Ik donder het hele spul in het toilet en druk op het knopje en zeg: “Doortrekken graag!” Direct daarna gaat de spoelfunctie van de granieten WC aan het werk. Blijkbaar trekt de spoelmodus het niet en verstopt het en komt het water omhoog. Ik druk weer op het knopje en maak melding van de verstopping van het toilet. De regiecellenagent komt in mijn cel en ziet dan mijn bord nu al leeg is….. “je hebt toch niet…” en ik knik bevestigend. “je gaat het zelf oplossen”zegt hij verbolgen. Even later zit ik met mijn hand in de WC pot en haal de grote bal gehakt uit de hals. Ik krijg ineens trek.

Als het donker is krijg ik een matras om op het granieten bed te leggen. Geen oog dicht gedaan en niet mogen bellen naar werk of thuis. De ochtend komt, de middag komt en eindelijk word ik uit mijn cel gehaald. Ik word onderworpen aan een kruisverhoor door twee rechercheurs waarvan snormans er één van is. Ik blijf bij mijn verklaring en teken deze. Inmiddels krijg ik te horen dat de eigenaar van de Blauwe Zündapp is gearresteerd. Dat is lekker dan want dat is Rene van G. en hij is mijn collega bij mijn werkgever Jos. Die zit nu plotsklaps met twee man minder personeel. Er worden vingerafdrukken van mij genomen door mijn ex-buurman Gé Sonder en als klap op de vuurpijl wordt er een foto gemaakt met een nummer eronder. Daarna krijg ik mijn spullen terug die ik moest afstaan toen ik “de wachtkamer” in moest. Voor ik het besef ben ik weer een vrij man.

Ik loop naar mijn zuster Jopie die op de Raadhuisweg in Hoofddorp woont en daar is toevallig ook mijn moeder. Zij is kwaad en blij tegelijk en met de bus van Centraal Nederland gaan we weer richting Uiverstraat/Badhoevedorp. Mijn vader is woest en ik moet direct naar mijn werk die avond om ontslag te vermijden.

Reclassering en de rechtbank

Het reclasseringrapport heb ik nog. Lang verhaal kort. De maatschappelijk werker vraagt de rechter commissaris om de zaak voor mij te seponeren, maar dat verzoek wordt afgewezen omdat ik wel degelijk John van G aangemoedigd heb om de politieagent in de houdgreep te houden. In januari 1977 verschijnen de twee broers van G, Frank M en ik voor de rechter in Haarlem. Rene van G (met de blauwe Zündapp) moet apart verschijnen voor de kinderrechter omdat hij onder de 18 is. Tijdens de zitting blijkt uit de verhalen van de broers van G dat er veel drank is gevloeid die avond en steeds hoor ik weer dat mijn verjaardag daartoe aanleiding gaf. De rechter geeft Rob van G een veeg uit de pan. Hij is al meerdere keren veroordeeld door de kinderrechter en als hij zo doorgaat dan groeit hij op voor galg en rad, aldus de rechter. Uiteindelijk moet ik voor het hekje verschijnen. Mijn advocaat pulkt aan zijn baard en vraagt aan de rechtbank of zij willen overwegen om mijn zaak verder voor de kinderrechter te laten behandelen immers ik was slechts een half uur 18 jaar toen het zich allemaal afspeelde op en rondom de Sloterbrug. De rechtbank trekt zich terug en verschijnt na een kwartier weer achter de burelen. Het verzoek wordt afgewezen en de rechter vraagt mij wat er die avond volgens mij is gebeurd. Ik ben nerveus en wil het hele verhaal vertellen over hoe onrechtvaardig dit voor mij allemaal heeft uitgepakt, echter… het enige wat ik kan uitbrengen terwijl ik trillend het hekje vasthoud, is “IK BEN ONSCHULDIG!”

En ook al ben ik kippig met bril op, ik zie hem denken…… “Ja hoor, dat zeggen ze allemaal!”

Edward Neering

Zo zag de politie er uit in 1976