Bokito

Bokito

Het moet ergens in 2007 geweest zijn, ik denk zo in juni. Ik werkte als manager   bij de in 2006 opgerichte Dienst Werk & Inkomen (DWI)  van de gemeente Amsterdam. Ik was hoofd van alle publieke re-integratie-activiteiten waaronder de succesvolle projecten Herstelling en de Formulierenbrigade. Het hoofd communicatie is zojuist aan de kant gezet en zijn vertrek is even het gesprek van de dag. Het ging al bij zijn start helemaal fout. De slogan van de DWI is “Iedereen werkt mee!” en dat moet natuurlijk worden uitgedragen. Op een top 100 dag (alle  managers van de DWI komen dan bij elkaar) wordt in de loop van de dag aan alle aanwezigen een witte overall uitgereikt met op de achterkant de nieuwe slogan van de DWI. Tot grote ontzetting van de directeur staat niet de tekst “Iedereen werkt mee!” maar “Iedereen doet mee!”, oorzaak: het hoofd communicatie had de verkeerde tekst doorgegeven, slecht geluisterd dus.  Bye bye Jan Willem. Het was toch al een beetje rare snuiter.

Het was het jaar dat dierentuin Blijdorp 150 jaar bestond. Op 18 mei 2007 ontsnapte een zilverrug uit zijn verblijf. Deze gorilla droeg de naam Bokito. Hij greep op zijn vlucht een vrouw en sleurde haar mee. Later bleek dat deze vrouw Bokito vier keer per week bezocht en altijd oogcontact met hem maakte. Ze dacht een speciale relatie met het dier te hebben. Dus de vrouw was geen onbekende voor Bokito. Uiteindelijk had de vrouw diverse breuken, een verbrijzelde hand en meer dan 100 beten over haar hele lichaam.

Op een dinsdagmiddag worden alle DWI managers uit de 2e managementlaag opgeroepen om naar de Polderweg in Amsterdam-Oost te komen omdat de directeur een mededeling wilt doen. We noemen de directeur even Pim in deze blog.  Everhard is de manager van Oost en ontvangt ons allen in het witte noodgebouw waar ooit nog de stadsdeelraad Oost was gehuisvest vlakbij het Muiderpoortstation. Gaat Pim de handdoek in de ring gooien? Immers hij zit er al vanaf april 2004. Pim neemt het woord en zegt kort  “Amarentia wil jullie wat vertellen”. Zij vertelt dat ze toe is aan een nieuwe uitdaging en dat Pim haar de unieke kans geeft om een nieuwe uitdaging te vinden. In normale managementtaal is dit de tekst van een collega die weg moet, op een zijspoor wordt gezet met een regeling. Haar afscheidsdatum wordt nog bekend gemaakt.

Op een donderdagmiddag koop ik een luisterboek van Arthur Japin als afscheidscadeau voor Amarentia. De afscheidsreceptie is op de 13 etage van het DWI kantoor aan de Jan van Galenstraat. Pim heeft de 13e verdieping omgebouwd tot een grote managementruimte met 4 zithoeken. Hier vindt iedere week ook de zogenaamde DWI-raad (directie met alle afdelingshoofden) plaats. Maar vandaag is het de ruimte waar de afscheidsreceptie plaatsvind van onze manager HRM. Ik ben er om half vijf en het is al een drukte van jewelstse. Er zijn relatief veel vrouwen aanwezig. Ik begroet haar, geef haar het cadeau en zoen haar. Terwijl ik haar zoen ruik ik een alcoholzweem. Ik moet gedacht hebben “die heeft al een paar wijntjes weggetikt”

Nadat Pim zijn vlakke speech  heeft gehouden is het de beurt aan Amarentia. Onhandig heeft ze de microfoon in de handen. Ze begint een beetje a la Mies Bouman, lieve mensen, lieve allemaal!. In haar eerste zinnen moet ik toch voorzichtig constateren dat zij inderdaad al wat wijntjes op moet hebben want ze klink licht aangeschoten. “en nu wil ik  het toch even hebben over mijn vertrek”, ze zoekt met ogen naar Pim en wendt zich vervolgens weer tot de andere aanwezigen. “Het is geen geheim dat Pim en ik twee totaal verschillende mensen zijn, eigenlijk zijn we twee totaal verschillende planeten. In de ogen van Pim is hij Jupiter en ik ben Pluto. Het heeft ook vaak gebotst tussen Pim en mij. Ik voelde mij bij Pim niet op mijn gemak. Ik zal het anders vertellen. Ik voelde mij bij Pim een beetje als die vrouw in dierentuin Blijdorp die door die Gorilla werd meegesleurd”. Ik sta vlakbij Pim die inmiddels rood, groen en blauw van woede is geworden en  ineens roept  “100 beten!!” Amarentia  is niet van haar stuk te brengen en gaat verder met haar betoog. De vrouwen in de zaal liggen al blauw van het lachen. Uiteindelijk sluit Amarentia af en nog altijd op een licht aangeschoten toon zegt zij “… en tenslotte heb ik een advies aan alle vrouwen die wel eens op de 12e etage (=is de directie etage waar alle directeurenkamers van Glas zijn)  komen, als je voor de kamer van Pim staat en je kijkt door het glas dan geef ik het dringende advies. MAAK GEEN OOGCONTACT!

Edward Neering

Bokito

Coronatijd

Coronatijd,

Ik merk dat mijn wereld kleiner wordt nu ik veel meer thuis ben. Het thuiswerken bevalt mij op zich wel, op vrijdag zit ik op kantoor bij mijn opdracht in Mokum waar ik werk als interim manager voor de gemeente Amsterdam. Gekscherend roep ik iedere vrijdagochtend bij het weggaan tegen mijn vrouw vanaf de voordeur naar boven “Dag lieverd, je mannie gaat nu besmet gebied in!”.

Ik reis om de spits heen, in de trein kun je een kanon afschieten. Station Sloterdijk is zo rustig als op voorheen zondagochtend om 8 uur. Met handschoenen aan op de fiets naar het hoge gebouw in de Jan van Galenstraat alwaar ik niet de lift neem maar stoer 11 etages met de loopwagen bestijg. Een goede workout die mij 80 kilocalorieén verbranding oplevert zo staat op de traptreden, zeg maar één biertje. Hijgend komt deze bijna 62 jarige man dan uiteindelijk aan op een afdeling waar ongeveer 5 mensen werken, daar waar er normaal 40 zijn. De rest werkt nu allemaal thuis. Met één handschoen aan mijn rechter dartel ik door de dag met beeldtelefoon en gewone telefoongesprekken.

Thuis bezoek ik regelmatig onze nieuw koffieapparaat met verse bonen in de keuken. De Senseo (ik vond die prima!) moest plaatsmaken voor een echte bonenmachine. Kom ik in de ochtend beneden dan begint de ellende al met het geluid. Hij moet eerst opwarmen met het nodige kabaal, ik moet echt naar de radio lopen om het nieuws te kunnen horen. Eindelijk klaar met opwarmen komt het eerste commando “Vul het waterreservoir!”, ik doe het!. Ik druk voor de eerste grote kop koffie. Hij gaat eerst bonen malen met een knarsend luid maalgeluid en eindelijk begint de koffie te stromen met wat minder herrie. De eerste kop staat trots dampend naast het apparaat. Volgende commando “ledig het dikbakje!”. Ik doe het en druk vervolgens op de knop voor het volgende bakje koffie. “vervang het Filter!”, welk Filter?!! Ik roep naar boven en vraag om instructies. Een paar minuten later heb ik het eindelijk door, het is eigenlijk geen filter maar een rood plastic vierkantje wat links onderin het apparaat zit naast het dikbakje, geen idee waarom het daar zit maar het moet schoon. Eindelijk klaar. Ik druk voor het 2e bakkie pleur…… “Ledig het opvangbakje”! Het opvangbakje zit helemaal vol met schoonmaakwater en gemorste koffie. Bakje geleegd en ik druk voor een 2e kop zwart goud. “Graag de machine ontkalken! Beveelt deze Delonghi. Ik ben nu in staat om de oude Senseo uit de schuur te halen maar realiseer mij nu al dat koffiepads niet meer tot ons huishouden behoren. Mijn vrouw is haar bed uitgekomen en heeft zich gebogen over de gebruiksaanwijzing en speurt tussen de kleine lettertjes naar “ontkalken”. Uiteindelijk gefixt, mijn vrouw weer in bed en triomfantelijk loopt deze modelman met twee koppen koffie naar boven en betreedt de slaapkamer, Mijn vrouw neemt een slok, “de koffie is lauw!!.

Inmiddels is mijn agenda gevuld met allerlei videoconferenties en belafspraken. Het mailverkeer is toegenomen en sommige collega’s zijn gaan chatten op de mail. Regel 1: nooit chatten op de mail (gebruik desnoods whatsapp) Regel 2: Zet nooiiiitttt zaken op de mail zoals: “ik vind dat jij…kortom zaken op betrekkingsniveau. Regel 3: geen lulverhalen. Maar helaas ik zie het allemaal regelmatig voorbij komen en als ik twee uur met beeldbellen bezig ben geweest zijn er zomaar een stuk of 30 mails bijgekomen. Tijd voor een lesje mailopvoeding lijkt mij.

De anderhalve meter voor de toekomst lijkt mij ondoenlijk, zowel in het Openbaar Vervoer als op kantoor. Prima als een medewerker 60% moet thuiswerken en 40% op kantoor moet zijn, in sommige kantooromgevingen blijkt de productie zonder problemen te worden gehaald met 100% thuiswerken. (je hebt eigenlijk helemaal geen kantoor nodig!!). Scheelt Files, drukte in OV, veel reiskosten- en tijd. Maar dan nog is de anderhalvemeter niet te doen. Ik ben voor mondkapjes enz.

Of zoals de viroloog Goudsmit het afgelopen weekend in de Volkskrant zei” Hij antwoordde op de vraag: U bent voor het normale normaal en niet voor het nieuwe normaal? Antwoord: Ja, ik hoef niet terug in de tijd, maar ik hoef ook niet naar een nieuw normaal wat in feite extreem abnormaal is.”

Inmiddels sta ik weer voor het koffieapparaat. Ik geef een commando en direct een antwoord terug “vul de koffiebonen aan!”.

Edward Neering

#Coronabanen

Coronacrisis

Natuurlijk noemen we het geen Coronabanen maar Wisselbanen maar de huidige Coronacrisis is wel de aanleiding. Veel jongeren gaan de komende maanden tussen wal en schip vallen. Dan wel als uitzendkracht, een tijdelijk contract of een O-urenovereenkomst.

Essentie Wisselbanen:

  • Medewerkers van 64  en ouder met groot arbeidsverleden verlaat vrijwillig de arbeidsmarkt (voor zwaardere beroepen leeftijd 63 jaar) en ontvangt 80% van het laatstverdiende loon dan wel een WW uitkering (UWV) van 70 % met 10% aanvulling loonsuppletie. Pensioen wordt 100% doorbetaald tot AOW leeftijd. Als tegenprestatie voor de 80% loon dan wel WW zonder sollicitatieplicht + 10% loonsuppletie   doen zij daar minimaal 20 uur per week aan maatschappelijke taken in bijvoorbeeld (mantel) zorg/onderwijs/beheer volkstuinen/buurthuizen/sportverenigingen enz voor terug tot aan AOW/pensioen leeftijd;
  • Jongeren met een tijdelijk contract en andere doelgroepen stromen in op deze achtergelaten banen en krijgen het gewone reguliere salaris. Samen vormen zij een unieke wissel. De 64 plussers leveren door het “vrijwilligerswerk” een bijdrage aan de maatschappij en vallen niet in een gat na het stoppen met werken;
  • Een noodwet dan wel nieuw Sociaal akkoord of CAO regelt WW tot pensioen bij een wisselcontract dan wel dit nieuwe generatiepact bij grote werkgevers. Wisselcontract kan pas worden afgesloten als er een een jongere of andere doelgroep daadwerkelijk instroomt;
  • Mobiliteit, behoud van jongeren in organisaties, perspectief voor 50+ plus werkzoekenden, leeftijdsbewust personeelsbeleid en een actieve bijdrage aan de participatiesamenleving door 64+. Zeker goed voor personeel in de  zwaardere beroepen. Daarnaast zijn de huidige generatiepachtregelingen afgesloten met vakbonden onvoldoende, teveel gericht op alleen de oudere werknemers.

Door Edward Neering (Op Persoonlijke titel)

20 maart 2020

Betoog Wisselbanen

Het in nu crisis! Regeren is vooruitzien en dus moeten we nu in het kader van strategisch personeelsbeleid in combinatie met de huidige maatschappelijke problemen een scenario hebben om deze acute economische dip het hoofd te bieden. Medewerkers van 64 jaar en ouder in sectoren, waar veel aanbod van werkzoekenden is, maakt plaats voor jongeren en andere doelgroepen, 64+ geeft 20 uur vrijwilligerswerk in zorg/onderwijs/sportverenigingen/beheer volkstuinen enz per week terug  aan de Nederlandse samenleving.

“:Vrijwilligerswerk”/Maatschappelijke taken:  dit kan ook mantelzorg zijn, ondersteuning in verpleegtehuizen en extra handen elders. (dus geen verdringing van reguliere banen)

Dit arrangement van Wisselbanen schept direct bij deze acute economische coronadip echte reguliere banen met passend salaris. Voor de 20 uur die de 64+’ers verrichten voor de Nederlandse maatschappij  krijgen zij vrijstelling van sollicitatieplicht, een verlengde WW +  10% loon dan wel 80% loon en 100% opbouw pensioen tot aan hun AOW/Pensioen. Daarnaast vallen zijn niet in een zwart gat. Eenmaal ja gezegd, dan wordt er een wisselcontract afgesloten en harde voorwaarde is dat er direct na de coronacrisis een jongere of andere doelgroep (denk aan uitzendkrachten, tijdelijke contracten en 0-urenovereenkomsten) bij de werkgever aan de slag gaat op de verlaten baan van de 64 plusser. Check door accountant bij werkgevers. Instroom van uitkeringsgerechtigden kan ook.

Wisselbanen goed voor werkgevers en economie

Een werkgelegenheidsinstrument, leeftijdsbewust personeelsbeleid 64+ en het bevordert de sociale cohesie tussen jongeren en ouderen en andere doelgroepen. Het faciliteert werkgevers, geeft vertrouwen aan uitgebluste oudere werknemers  en biedt perspectief aan jongeren en andere doelgroepen. het slagvaardig instrument in deze acute coronacrisis.

We doen het voorlopig tijdelijk voor 5 jaar .Ouderen maken versneld plaats voor jongeren en dat ouderen iets terug doen voor de maatschappij. We zorgen dat jongeren niet buiten de boot vallen nu deze crisis ongetwijfeld gevolgen gaat hebben. Ook werkgevers geven we hiermee slagkracht.

Tandembanen plus

“Niemand aan de kant! Iedereen doet mee! ”

De politiek blij, werkgevers blij, zorginstellingen blij, jongeren blij, de vakbonden blij, de regering blij, de arbeidsmarkt blij, vluchtelingen blij, senioren blij en flexwerkers blij. Er perspectief na een donkere tijd, goed werkgeverschap, leeftijdsbewust personeelsbeleid, een impuls aan nieuw bloed binnen (grote) werkgevers/overheden en een sociaal gezicht maar bovenal draagt het bij aan het vertrouwen bij en tussen diverse groepen. Vertrouwen is de basis en de juiste bouwsteen die nodig is voor meer economische bestedingen. Kijk, daar wil je als regering met vakbonden en werkgevers landelijk mee naar buiten treden in deze zwarte Coronatijd. Dit arrangement kan ook  alleen, als pilot, in een grote stad (bundeling van steden)  dan wel branche plaats vinden

De financiering van dit plan moet in een nieuw sociaal akkoord/CAO’s geregeld worden dan wel in een lokaal arbeidsvoorwaardenakkoord . Een maatschappelijke Kosten/Batenanalyse na 5  jaar is gewenst. De regering laat zien dat met een creatieve oplossing nieuwe energie los komt.

Samenvattend een win/win/win aanpak. Het mes snijdt aan diverse kanten. Ik zeg doen!

Edward Neering

NB: Edward Neering is interim manager in dienst van de gemeente Amsterdam bij Bureau Interim & Advies.  Opgegroeid in het domein van Werk en Inkomen. Dit is geschreven op persoonlijke titel.

De Kelk

Paul, André, Edward en Frans Neering rond 1970

Het is ergens in 1970. Op radio Veronica tetteren door het krakerige luidsprekertje van de transistorradio de Beatles met Let it be als muzikaal behang. Al mijn broers zijn voor Ajax (in het Neeringjargon: Ajakkes) en als jongste van 14 kinderen heb ik de keuze voor Feijenoord gemaakt. “Kan ik mij goed mee profileren” moet ik onbewust gedacht hebben. Feijenoord speelt op 6 mei 1970 de Europa Cup 1 finale en wint van Celtic. Ik ben 11 jaar en in Badhoevedorp zit ik op de katholieke Plesmanschool. Katholiek > dus ook ben ik misdienaar en schrijdt zowel doordeweeks als in het weekend vroom door de plaatselijke HH Engelbewaarderskerk. Elke dag bid ik in mijn bed tot God. In mijn gebeden staan twee dingen centraal; 1) dat ik er bij de schooltandarts alsjeblieft boorloos door heen kom en 2) dat Ajakkes niet zal winnen.

Het is nu ook de tijd van de popmissen die landelijk steeds meer plaatsgrijpen. De kerk wil jongeren aan zich binden en organiseert op de zaterdagavonden missen met een popband op het altaar. Ik ben met Joris Beck het misidienaarskoppel van deze zaterdagavond. Tijdens deze popmis is er ook een grote wijziging met betrekking tot de misdienaren. Normaal gesproken sta je onderaan het altaar en komt de priester via een drietal traptreden naar je toe om het water en de wijn op te halen maar tijdens de popmissen staan de misdienaars naast de priester op het altaar, één aan de linkerkant van de kazuifelman en één aan de rechterkant. Ook nieuw was dat de priester versterkt door een microfoon vanaf het altaar de gelovigen toesprak. In totaal stonden er drie microfoons op het altaar. De resterende twee stonden gericht op de twee dieners. Pastoor Thijssen had zijn mooi geborduurde kazuifel aan met mooie patronen, beige met een grote brede groene band verticaal van een hele dikke stof. De consecratie is aan de gang, zeg maar het echte heilige deel van de mis. De pastoor heft de kelk met heerlijke bisschopswijn ten hemel en houdt deze hoog boven zijn hoofd. Het is de bedoeling dat ook de misdienaren een slokje van deze goddelijke heilige wijn nemen. Pastoor Thijssen brengt de kelk plechtig omlaag en maakt een korte beweging naar rechts en biedt de kelk aan mij aan. Vroom doe ik mijn ogen dicht en drink plechtig van de wijn. Nou ja, niet VAN de wijn maar DE wijn! Er zit maar heel errug weinig bisschopswijn in de kelk en zonder dat ik het besef heb ik alles in één teugje opgedronken. Onbewust veeg ik met togamouw mijn mond schoon en maak daarbij een klein geluid. Door de microfoon klinkt de kleine geluid ineens ernstig groot en galmt in het godshuis en de kerk mompelt, giechelt en lacht. De houten banken kraken volop. Pastoor Thijssen pakt de kelk weer terug en geeft de lege kelk aan Joris, mijn collegadienaar. Joris zit dat er geen wijn meer in de gouden beker zit en geeft de kelk terug aan de Pastoor zonder deze aan zijn mond gezet te hebben. Wederom rumoer in de kerkbanken. Vervolgens belandt de kelk weer in de handen van pastoor Thijssen en heft de kelk weer hoog ten hemel. “dit is het bloed van christus” zegt hij en brengt de kelk naar zijn mond en doet hij alsof hij de kelk leegdrinkt. Op dit moment ben ik getuige van een leugen van de kerk waar ik zelf de oorzaak van ben.

Met mijn gebeden tot God gaat het ook niet goed. Ik ben binnen gestapt in het busje van de school tandarts. . Het groen/beige busjes doet de school twee keer per jaar aan en staat steevast in de Sperwerstraat met uitkijk op de Pappegaaienstraat. Vanuit het busje loopt een dikke electriciteitskabel naar de Plesmanschool zo’n 40 meter verderop. De school fungeert als een soort laadpaal. We worden op alfabet geholpen. Robert Lirb ligt op de stoel en Ineke Marcus en Edward Neering zitten op het wachtbankkje. Robert heeft het zwaar. We horen wat gekerm terwijl de boor in de rondte zingt. Na Ineke ben ik aan de beurt. “En poets jij wel iedere dag jouw tanden?” vraagt tandarts Liem met zijn Chinese/Indonesische tongval. Aangezien ik niet mag liegen zeg ik eerlijk dat ik wel eens een keertje oversla. Op een direct boze aanvallende toon zegt hij “Je vergeet toch s’ochtends ook niet je onderbroek aan te trekken?!”….. Geen speld tussen te krijgen! Ondertussen kijkt hij met zijn spiegeltje in mijn mond en zegt.. “Dat heb je ervan! Ik zie een paar gaatjes mijn jongen!”, “goed stil zitten ander boor ik in die tong van je” en voor ik het weet is de marteling met de boor aangevangen. God heeft mijn gebeden niet verhoord.

Met het voetbal ging het al niet veel beter, Ajakkes won in 1971,1972 2n 1973 de Europa Cup voor Landskampioenen dus die gebeden waren ook niet verhoord! langzaam, stukje bij beetje brokkelde mijn geloof af als een ijsschots richting zomer.

Edward Neering

Misdienaar bij een huwelijk in de HH Engelbewaarderskerk in Badhoevedorp

De kwart!

Lijden tijdens de kwart van Egmond op 12 januari 2020

Het is zondagochtend 12 januari 2020. Ik draai mij om in mijn bed en hoor op de dakkoepel de regen kletteren. Wat een k-weer! Vandaag de kwart marathon van Egmond en de voorspelling is windkracht 7 tegen op het strand. Bo heeft via de whatsapp laten weten dat hij met de bus gaat vanuit Heiloo richting Egmond aan Zee. Ik stuur hem een foto met een watje. Ik ga uiteraard met de elektrische fiets , een goede warming up voor de recreatieloop. Ik ben helemaal aangekleed met opgespeld nummer, daarover heen een warme joggingbroek en sweater en daar weer overheen een waterdicht regenpak. Over mijn hardloopschoenen twee plastic zakken en over mijn handschoenen twee plastic boterhammenzakjes. Petje met klep op en daaroverheen de capuchon van het regenpak en de koordjes strak aangetrokken. Ik ben een grote condoom die lijkt op een Michelinmannetje richting de wedstrijd van het jaar!

Onderweg naar Egmond is het gewoonweg noodweer. Beukend op de trappers en geholpen door wat volt baan ik mij een weg richting het kustplaatsje. De verpakking werkt perfect en als ik in Egmond aankom is het gestopt met regenen. Mijn tweewieler zet ik vast aan een boom vlakbij de start van de loop en pel mij uit de kleren. Deze verdwijnen in de fietstassen en wat er overblijft is een goddelijke hardloper van 82 kg met een poncho over zijn hardlooptenue om toch nog een beetje warm te blijven voor de start. Afspraak met Bo is bij de ingang van het blauwe vak . Bo is nergens te bekennen.

“Rustig aan, dan breekt het lijntje niet” is vandaag het adagium. De poncho gaat de kliko in en voor ik het weet loop ik over de boulevard de eerste meters van de kwart. 3 kilometer slingerend door Egmond heen en uiteindelijk draaien we bij het bord van 3 km het strand op. Ik ga direct op zoek naar een grote man die mijn tempo loopt om heerlijk uit de wind te kunnen zitten. Ik vind hem! Een grote gozer met een donkerpaars tenue, ik schat hem rond de dertig jaar en 2 meter lang met breed postuur. Hij loopt voor mij en na een tijdje voelt hij mijn aanwezigheid in zijn rug. Met zijn elleboog wenkt hij na 1 km op het strand of ik wil overnemen. Ik weiger en blijf lekker zitten waar ik zit. Heerlijk zo;n boom van een kerel voor je met windkracht 7!. Als we de strandafgang opgaan bij Egmond Binnen vraagt hij verwijtend waarom ik niet overnam. “Een beetje respect aub voor een 60 plusser” was het enige wat ik kon uitbrengen. Ik zie aan zijn houding dat hij het begrijpt en zich een beetje schaamt dat hij de vraag aan mij heeft gesteld.

Na 10,5 km de finish voor hotel Zuyderduijn in de badplaats. Weer een medaille er bij en ik wacht op Bo. Bo komt niet dus ik ga er vanuit dat hij eerder is gestart en dat hij al bij restaurant Westenwind op de boulevard zit. Daar aangekomen geen Bo te bekennen, Ik bestel koffie en bel een aantal keren Bo. Na zeven minuten krijg ik een appje van Bo “ik ben gefinished!”

Even later schuifelt Bo het restaurant binnen. We proosten op de goede afloop en klinken onze medailles tegen elkaar. Thuisgekomen staan de uitslagen al online. Ik blijk de langzaamste tijd ooit te hebben gelopen ondanks de boom die mij uit de wind hield. 1 uur en 12 minuten. Bo heeft het nog bonter gemaakt met 1 uur en 19 minuten. Desgevraagd deel ik mijn broer onze tijden mede en hij vraagt “Heeft Bo onderweg geluncht in Castricum?” Volgens Bo een respectloze opmerking. We waren volgens hem de enige twee 60 plussers die meeliepen met de kwart en dus goud en zilver! Waarvan akte!

Edward Neering

Het lijden van Bo, maar wel een zilveren plak

Het Jaggerdansje

Toegangsbewijs concert Rolling Stones 19 mei 1990; Urban Jungle Tour

Het is zaterdag 19 mei 1990. Een prettige lentedag en vanavond de Rolling Stones in de Kuip in Rotjeknor. Samen in de grote Citroen van Gerard zoeven we  naar de Maasstad voor de Urban Jungle tour. Het is een drukte van jewelste bij het Feijenoordstadion en we zijn op zoek naar vak U. Het ging hard met de verkoop dus we hebben mazzel gehad dat we kaartjes hebben. In februari hebben we, na het stappen, vanaf drie uur in de nacht in de rij gestaan bij de Nieuwe Muziekhandel in de Leidsestraat in 020. Een gigarij, rond een uur of half tien waren we aan de beurt en vak U was onze prijs. Vak U zit schuin achter “het doel” 150 meter van het podium.

De openingsgitaarrif van  “Start Me Up” klinkt dominant, keihard en prachtig door de boxen. Gelukkig zijn er grote videoschermen want Jagger op die afstand zie ik niet, we hebben godzijdank ook een verrekijker. Na de opening volgen er een paar onbekende nummers maar na Miss you gaat het echt los. Een rustpunt is het geweldige mooie Angie uit 1973 waar ik op de middelbare school  innig op heb geschuifeld met Debbie  nadat de door de broeders gescheurde pagina’s van kranten, verdeeld tussen jongens en meisjes, die van mij op die van haar paste. Debbie was het mooist meisje van de school met indrukwekkende borsten. Een schuifel om nooit meer te vergeten.

Jagger neemt even pauze en de band speelt het psychedelische “2000 light years from Home”. Het is al donker aan het worden en na de laatste tonen van 2lyfh valt al het licht uit in de Kuip. Een gigantische laserstraal  vanuit vak V (naast vak U) met volgspot floept aan en bestrijkt de hele lengte van het stadion richting de top van de toren dat op het podium van de Urban Jungle tour is gebouwd. Mick Jagger zingt “please allow me tot introduce myself, I’m a man of wealth and taste”. Gerard en ik krijgen kippenvel bij de start van “Sympathy for the devil”. De rest van dit geweldige concert is geschiedenis.

We besluiten om niet direct naar huis te gaan maar eerst nog even een biertje te gaan doen in café De Prins op de Prinsengracht. We lopen over van enthousiasme over het Stonesconcert dat we zojuist hebben ondergaan en extrovert als we zijn delen we dat met onze omgeving in de kroeg. Ik kom in gesprek met een zekere Lidy en Gerard neemt haar vriendin voor zijn rekening. Biertje hier, biertje daar enz. Met Lidy, een leuke aantrekkelijke blonde vrouw, raak ik in gesprek over het  concert en vertel dat ik op dezelfde dag (26 juli) jarig ben als Mick Jagger. Ik vertel haar mijn bewondering over het dansje van de 15 jaar oudere Jagger, sensueel en authentiek. Sterker nog, ik claim het dansje en in mijn enthousiasme doe ik het even voor in de Prins nadat de barman the Stones heeft opgezet. Een omstander roept direct “Hé, Mick Jagger!” Ik zie dat Lidy smakelijk lacht en toch wel een beetje onder de indruk is.  Ons gesprek gaat voort en ineens zitten we op de Miniadvertenties in het Parool, Trouw en Volkskrant. Aanleiding was het lezen van rouwadvertenties als ik de krant opensla, zoiets van even checken of er bekende doden zijn vandaag. Dus zowel Lidy als ik blijken iedere dag altijd ook de oproepen te lezen, altijd heerlijk smullen. Biertje hier en biertje daar, het is oergezellig in café de Prins. De laatste ronde, Gerard trekt aan mijn mouw en mij naar zich toe,  “We gaan!”.  Lidy vraagt of we elkaar nog eens zien en terwijl Gerard mij richting uitgang trekt zeg ik met een grap, misschien ook wel met een vleugje arrogantie, “Zet maar een oproep in de krant!”

Ik werk bij de Gemeentelijk Sociale Dienst in Amsterdam op de hoek Herengracht/Vijzelstraat recht tegen over de Burgermeesterwoning van Ed van Tijn, als bijstandsmaatschappelijk werker en fiets iedere dag heen en weer naar Badhoevedorp. Op dinsdag 22 mei 1990 fiets ik eerst even langs de Shoarmatent “Mama” in de korte Leidsedwarsstraat. Ik heb geen zin om te koken dus maar even snel een broodje. Bij het weggaan merk ik dat mijn fietssleutel van mijn zwarte dienstfiets gebroken is. Blijkbaar gebeurd bij het op slot zetten, zelf niets in de gaten gehad. Ik vermoed ernstige metaalmoeheid van de fietssleutel.  Ik besluit om mijn zwarte stalen ros maar even daar te laten en met de bus 169 vanaf het Leidseplein naar Badhoevedorp te gaan. Eerst even een Parool  halen bij het  Amsterdams Uitbureau (AUB) in de front van de Stadschouwburg. Ik stap de lege bus binnen en blader in de krant. Uiteindelijk kom ik bij de oproepen van de Mini’s.

“Goede morgen, blonde PRINS met het Jaggerdansje. Nu jij! Br.o.nr.100-23172 bur.v.d.blad”

Ik bloos in een lege bus en kijk even om mij heen of niemand mij gezien heeft. Ik ben zo rood als de skairode busstoelen.

Ik kom thuis en besluit om wel te reageren. Ik kies een mooie kaart uit van de reeks die ik heb meegenomen uit Berlijn en schrijf terug met het briefreferentienummer. Ik zorg er natuurlijk wel voor dat ik een korte omschrijving geef van wat er gebeurd is en dat ik mij profileer als “the one and only”.   Geke belt en we babbelen wat. Ik vertel in geuren en kleuren het verhaal van de Stones, Jaggerdansje en de oproep in het Parool. Vindt zij niet echt leuk. Geke en ik kennen elkaar sinds begin april.  We hangen op. Even later belt zij mij terug met de mededeling “kijk morgen maar in de krant!” De volgende dag wederom een oproep in het Parool;

“Ik ben heel erg gek op mijn  lieve, blonde prinsje met zijn jagger-dansje. Kusjes Geke. P.S. Groetjes aan Fini en buuf”

Er was duidelijk een spanningsveld ontstaan rondom de advertenties/oproepen. Een interventie van mijn kant was nu blijkbaar nodig dus op 31 mei 1990 plaats is zelf een oproep aan Geke en aan Lidy;

“Lieve Geke, Jaggerdansje op de vulkaan? Ik ben knetterdol op jou. Liefs Edward”

en om mijn kroegbelofte aan Lidy waar te maken;

Morning ZeilPRINSes, Leuk succes dat Jaggerdansje!

Eerlijk gezegd denk ik dat dit het dan wel zal zijn. Leuk verhaal, kersverse liefde even gered en we gaan over tot de orde van de dag. Na een weekendje fietsen  met Geke in Zeddam staat er in het Parool op maandag de volgende advertentie;

“Jackerdansje van ED is afGEKEurd. Die van Prince niet, mits de beloofde brief.”

Is deze van Lidy? In plaats van Jaggerdansje staat er Jackerdansje en Prins is vervangen door Prince. Of is dit een of andere grapjas!. Er staat een duidelijke verwijzing naar Geke in. Ik ben volledig in de war want het toeval wil dat Geke onze kortstondige relatie heeft beëindigd, ze heeft er de brui aan gegeven. Ze vindt mij er te “hippieachtig” uit zien en wil nieuwe kleren kopen hetgeen ik natuurlijk weiger, is ze nu helemaal van het padje af?  Bye, bye Geke.

De week daarna ontvang ik een brief van Lidy met haar reflectie op het hele gebeuren. Ze schrijft over veel lol met haar ICT-collega’s en de complottheorieën die zij samen bedacht hebben. Ze vertelt dat ik niet de enige was die gereageerd had op haar oproep. Leuke vrouw die Lidy!

Ze komt  tot 4 Theorieén:

  • De “pik” Theorie, een volslagen onbekende met een saai leven heeft een advertentie geplaatst om de groeten te doen aan zijn buuf en Fini;
  • De “cryptogram” Theorie:  De advertentie zou door mij geplaatst zijn om verwarring te zaaien;
  • De “vriendin” Theorie: Hij heeft een vriendin die Geke heet;
  • De “Hij werkt bij de krant” Theorie:  Want hoe weet ik dat het een succes is die oproep?

Ik besluit dat ik ga overschakelen op mijn eigen theorie. Mijn attacktheorie! Ik schrijf Lidy een uitgebreide brief met nogmaals het gebeurde in café De Prins en alles rondom het hele oproepencircus. Ik stel voor om telefoonnummers uit te wisselen en nog een keer een afspraak te maken. We bellen en spreken af, jazeker in café de Prins aan de Prinsengracht.

Biertje hier en biertje daar. Lang verhaal kort, we vinden elkaar errugg leuk en na sluitingstijd zoef ik met Lidy richting Amsterdam Noord nabij het Buikslotermeerplein. Na een heerlijke nacht brengt zij mij een ontbijtje op bed. Naast de versgeperste Jus d’Orange staat de doos met brieven die zij van allerlei mannen heeft ontvangen naar aanleiding van haar oproep.

“Goede morgen, blonde PRINS met het Jaggerdansje. Nu jij! Br.o.nr.100-23172 bur.v.d.blad”

Ik heb letterlijk en figuurlijk gesmuld!

Edward Neering

Dat zeggen ze allemaal!

Wie had kunnen bevroeden dat op de dag dat Willeke Alberti trouwde met John de Mol dat er rondom de Sloterbrug iets bijzonders zou gebeuren. Klinkt gek maar Badhoevedorp volgde Willeke op de voet omdat zij daar woonde in de Vlierstraat. Naast o.a. Jack van Gelder en Tony Eijk behoorde zij tot de jetset aldaar.

Sloterbrug op een mooi zomerdag

Het is 25 juli 1976, een typische julidag zo rond mijn verjaardag, zwaar bewolkt maar toch warm. Mijn ouders zijn er niet, zijn bij mijn zuster Nel ergens in Limburg op hun vakantieadres. Morgen word ik dan eindelijk 18 jaar!

Met mijn broer Frans hang ik die middag een beetje in de tuin in ons huis aan de Uiverstraat, binnen staat de TV aan met de GP  formule 1 in Zweden. Ons avondmaal is een patatje met een hotdog  bij snackbar “’t Hoekje” vlakbij de Sloterbrug. Niet te vroeg naar het café vanavond want ik zit krap bij kas. Ben al een week eerder teruggekeerd uit het voor jongeren dampende Valkenburg omdat simpelweg mijn geld op was.  De zondag daarvoor was de Tour de France afgelopen vandaar dat we overgeschakeld waren naar F1 geluid. Het was de tour de France die de Belg  Lucien van Impe won en Joop Zoetemelk  wederom het nakijken had.  Nou ja nakijken, Joop won wel de koninginnenrit naar L’Alpe de Huez en werd 2e in het Algemeen Klassement. Politiek was Joop den Uyl aan het bewind met een vijfpartijenkabinet, het meest links progressieve kabinet wat we ooit gehad hebben. Dit even als het achtergrondbehang van het jaar 1976.

Om een uur of tien in de avond meld ik mij bij cafe Franssen, net over de Sloterbrug. De barmannen Hannie en Fred hebben dienst en in hun zwarte broeken en spierwitte overhemden bestieren zij het volle terras en rennen van buiten naar binnen. Met een paar vrienden even een biljartje leggen in de achterzaal van het café. Het bier vloeit rijkelijk en van het ene rondje komt het andere rondje. De sfeer is goed. Eigenlijk is het vanavond een excuus om flink aan het bier te gaan vanwege het feit dat ik om 12 uur 18 jaar word. Om 12 uur heffen we nogmaals het glas en proosten op mijn volwassenheid. De hele groep is inmiddels op het terras beland waar het goed toeven is. Het is ook meteen wel het laatste biertje want iedereen moet morgen weer werken. Ik zelf werk bij rozen- en anthuriumkwekerij Ruhe aan de Sloterweg in Amsterdam-Sloten  De broertjes van G.  en Frank M.  stappen als eerste op en vertrekken lopend richting brug. Ik blijf achter omdat ik voor mijn gevoel in een goed gesprek ben met een vrouwspersoon.

Cafë Franssen heet nu de Halve Maen

Hoor ik daar nu vuurwerk? Vuurwerk in de gortdroge julimaand? “Er wordt geschoten op de brug” roept iemand. Het hele terras veert op en ik ren met een groepje richting de brug. Vlak over de brug is er  een opstootje, ik wurm mij door de mensen en sta oog in oog met een tafereel dat ik nooit zal vergeten. Op de grond ligt een politieagent in de houdgreep van John van G en zijn pet drijft in het water als een bootje dat niet weet waar het naar toe moet. Iedereen moedigt John aan om vooral vast te houden want anders is hij natuurlijk de sjaak. Ik brul mee.  Inmiddels horen we overal sirenes aankomen vanuit Osdorp en vanuit Badhoevedorp. John heeft het ook gehoord,  laat de agent los en neemt de pleiterik.  De agent druipt af naar de politieauto die vlakbij café Het Hoekje staat en waar ik duidelijk de politieradio aan hoor staan. Overal komen nu politieauto’s vandaan en ik besluit om maar snel naar huis te gaan, immers ik moet om kwart over zes weer uit de veren.

De volgende morgen sta ik op met een lichte kater, smeer mijn boterhammen en maak mij klaar om richting werk te gaan. Er wordt aangebeld. Terwijl ik  door de woonkamer richting de deur loop, zie ook iemand in de achtertuin lopen. Ik doe open. “Recherche”, “Ben jij Edward Neering?”, “ja dat ben ik”  antwoord ik kordaat. “Was jij gisterenavond op de brug?”. Ja dat was ik. Ze willen mij daarom spreken. Ik nodig ze uit om binnen te komen maar of ze wel een beetje willen opschieten want ik moet naar het werk. Nee, of ik even mee wilde komen naar het bureau om een verklaring af te leggen. Dat lijkt mij geen goed plan maar hen wel. Even later zit ik in een politiewagen langs de hoofdvaart richting Hoofddorp. De rechercheur voorin neemt de mobilofoon in zijn hand  en begint te praten:  “Hier wagen 422”, “we hebben arrestant Neering bij ons en we zijn er over enkele minuten”, “Helder, we zien jullie zo” klinkt het uit de radio. Ik zeg “Arrestant Neering??!!, ik ben onschuldig!”….. “Ja, dat zeggen ze allemaal” mompelt de moblilofoonrechercheur.

De wachtkamer

Op het politiebureau moet ik mijn zilveren sterrenbeeldkettinkje afdoen, de Leeuw daarop brult al een stuk minder. Ook mijn armband, riem en de veters uit mijn schoenen moet ik inleveren. “ik kom toch hier alleen om een verklaring af te leggen? Dat is mij verteld”, “ik moet naar mijn baas, ik moet werken en ik ben vandaag jarig, ik moet trakteren!” sputter ik. Jij gaat even de wachtkamer in, we kunnen niet iedereen tegelijk spreken” zegt de andere rechercheur met snor, vliegeniersbril en spijkerpak. Twee agenten pakken mij bij de armen en even later zit ik in de wachtkamer wat een politiecel blijkt te zijn.  Een granieten cel, met uit graniet gehouwen tafel en stoel en een granieten bed waar geen matras op ligt. Een cel zonder uitzicht en een raam met deels een soort lamellenblindering boven reikhoogte.  Oh ja, er is ook nog een wcpot met een knopje om op te drukken. Ik realiseer mij dat ik gearresteerd ben, in een politiecel zit en dat ik te laat op mijn werk  kom. Over werk gesproken, ik moet Jos, mijn baas, bellen!

politiecel: in mijn geval zonder matras en deken

Het knopje blijkt er te zijn om contact te hebben met de regieagent die blijkbaar contact heeft met alle cellen. Je kunt vragen om door te trekken als je naar de WC bent geweest. Ik ben zelf voorstander van het goede gesprek en druk op knop. “Zeg het maar” zegt de cellenregieagent, “Wanneer word ik geholpen en kan ik de verklaring afleggen?”, “Gaat nog wel even duren, je kan sowieso 48 uur worden vastgehouden” antwoordt de blikken stem van de cellenregieagent. “48 uur!!! Ik ben vandaag jarig! Ik wil een verklaring afleggen en naar huis! Ik moet mijn baas bellen!” en ik vervolg nu met stemverheffing “IK BEN ONSCHULDIG!!”………… “Dat zeggen ze allemaal”  hoor ik de irritante stem netjes en vermoeid zeggen.

De tijd gaat voorbij en ik word steeds machtelozer. Ik kan geen kant op want er wordt niet naar mij geluisterd. Ineens hoor ik reuring op de gang. Het luikje in de deur gaat open  en ik krijg een plastic bordje met vier belegde boterhammen aangereikt. De lunchagent wil direct het luikje dichtdoen maar ik zeg dat ik een verklaring wil afleggen en mijn baas wil bellen. Hij luistert niet en doet het luikje dicht. Achter de gesloten deur hoor ik hem zeggen dat ik geduld moet hebben.

Aan het eind van de middag komen de twee rechercheurs bij mij in de cel. “Dat ziet er niet mooi voor je uit Edward” begint de snorrechercheur. “Tijdens het gevecht met de politie  is de pols van een collega gebroken en alles wijst erop dat jij dat hebt gedaan”………”Dat wordt even brommen in de koepel van Haarlem”, waar is je blauwe Zündapp gebleven?  Ik zeg schreeuwend, “a), ik heb niet gevochten, b) ik heb alleen gekeken c) ik heb geen blauwe Zündapp  d) ik heb een oranje Mobylette en E) IK BEN ONSCHULDIG!!!. “Dat zeggen ze allemaal Edward, morgen gaan we jou hier verder over aan de tand voelen”, “ je krijgt een advocaat toegewezen en je blijft sowieso een nachtje slapen hier op het bureau!”  

Zij verlaten de cel en direct komt er een man binnen met grijze baard in een morsig  kostuum. “ik ben je toegewezen advocaat” en noemt zijn naam. Samen zitten we op het granieten bed en ik huil.  Hij slaat zijn arm om mij heen. Hij zegt dat ik hem kan vertrouwen en dat hij er voor mij is. Alles wat ik zeg blijft tussen hem en mij. “ik ben jarig!” snik ik, “Gefeliciteerd jongen” zegt hij en met zijn om mij geslagen arm knijpt hij heel even in mijn arm.. De eerste die mij feliciteert vandaag! Ineens realiseer ik mij dat mijn ouders inmiddels thuis gekomen moeten zijn en dat ik niet uit mijn werk kom en dat moeder mogelijk een feestmaal heeft gemaakt voor haar inmiddels volwassen jongste zoon. Zonder bericht niet verschenen op mijn werk, dus  hangt ook nog ontslag boven mijn hoofd. Mijn advocaat weet meer en hij vertelt wat hij weet. Dat er vier jongens gisterenavond de brug zijn overgekomen vanuit café Franssen en dat zij zich zijn gaan bemoeien met een alcoholcontrole door de politie vlakbij de Sloterbrug. Een zekere Klaas Balk werd gecontroleerd. Dit bemoeien is uitgelopen op een vechtpartij tussen de politie en de jongeren en twee politieagenten hebben waarschuwingsschoten gelost en  letsel opgelopen. Er zijn vier arrestaties verricht. Een van de arrestanten ben ik. Ik word verdacht dat ik meegevochten heb en dat ik mogelijk letsel heb toegebracht aan één van de agenten.   De verdachte met het witte/blonde haar is komen aanlopen en later gevlucht op een blauwe Zündapp. Ik vertel de advocaat mijn verhaal en zeg dat de blauwe Zündapp niet van mij is maar van Rene van G, ook wel de witte van G genoemd. Mogelijk is er een persoonsverwisseling geweest. Vervolgens vraagt de advocaat of ik echt alles verteld heb waarop ik antwoord “ik ben echt onschuldig, hoogstens heb ik aangemoedigd bij het gevecht tussen John van G en de politieman met de waterpet.  Hij zegt het niet maar ik zag hem denken “dat zeggen ze allemaal!”.

Advocaat weg en ik zit nog steeds in mijn granieten cel. Het luikje gaat weer open en de avondmaaltijd wordt door de regiecellenagent geserveerd. Aardappels, jus, een gehaktbal en andijvie op een plastic bord met plastic bestek. Ik ben op van de zenuwen en heb helemaal geen trek. Ik donder het hele spul in het toilet en druk op het knopje en zeg: “Doortrekken graag!” Direct daarna gaat de spoelfunctie van de granieten WC aan het werk. Blijkbaar trekt de spoelmodus het niet en verstopt het en komt het water omhoog. Ik druk weer op het knopje en maak melding van de verstopping van het toilet. De regiecellenagent komt in mijn cel en ziet dan mijn bord nu al leeg is….. “je hebt toch niet…” en ik knik bevestigend. “je gaat het zelf oplossen”zegt hij verbolgen. Even later zit ik met mijn hand in de WC pot en haal de grote bal gehakt uit de hals. Ik krijg ineens trek.

Als het donker is krijg ik een matras om op het granieten bed te leggen. Geen oog dicht gedaan en niet mogen bellen naar werk of thuis. De ochtend komt, de middag komt en eindelijk word ik uit mijn cel gehaald. Ik word onderworpen aan een kruisverhoor door twee rechercheurs waarvan snormans er één van is. Ik blijf bij mijn verklaring en teken deze. Inmiddels krijg ik te horen dat de eigenaar van de Blauwe Zündapp is gearresteerd. Dat is lekker dan want dat is Rene van G. en hij is mijn collega bij mijn werkgever Jos. Die zit nu plotsklaps met twee man minder personeel. Er worden vingerafdrukken van mij genomen door mijn ex-buurman Gé Sonder en als klap op de vuurpijl wordt er een foto gemaakt met een nummer eronder. Daarna krijg ik mijn spullen terug die ik moest afstaan toen ik “de wachtkamer” in moest. Voor ik het besef ben ik weer een vrij man.

Ik loop naar mijn zuster Jopie die op de Raadhuisweg in Hoofddorp woont en daar is toevallig ook mijn moeder. Zij is kwaad en blij tegelijk en met de bus van Centraal Nederland gaan we weer richting Uiverstraat/Badhoevedorp. Mijn vader is woest en ik moet direct naar mijn werk die avond om ontslag te vermijden.

Reclassering en de rechtbank

Het reclasseringrapport heb ik nog. Lang verhaal kort. De maatschappelijk werker vraagt de rechter commissaris om de zaak voor mij te seponeren, maar dat verzoek wordt afgewezen omdat ik wel degelijk John van G aangemoedigd heb om de politieagent in de houdgreep te houden. In januari 1977 verschijnen de twee broers van G, Frank M en ik voor de rechter in Haarlem. Rene van G (met de blauwe Zündapp) moet apart verschijnen voor de kinderrechter omdat hij onder de 18 is. Tijdens de zitting blijkt uit de verhalen van de broers van G dat er veel drank is gevloeid die avond en steeds hoor ik weer dat mijn verjaardag daartoe aanleiding gaf. De rechter geeft Rob van G een veeg uit de pan. Hij is al meerdere keren veroordeeld door de kinderrechter en als hij zo doorgaat dan groeit hij op voor galg en rad, aldus de rechter. Uiteindelijk moet ik voor het hekje verschijnen. Mijn advocaat pulkt aan zijn baard en vraagt aan de rechtbank of zij willen overwegen om mijn zaak verder voor de kinderrechter te laten behandelen immers ik was slechts een half uur 18 jaar toen het zich allemaal afspeelde op en rondom de Sloterbrug. De rechtbank trekt zich terug en verschijnt na een kwartier weer achter de burelen. Het verzoek wordt afgewezen en de rechter vraagt mij wat er die avond volgens mij is gebeurd. Ik ben nerveus en wil het hele verhaal vertellen over hoe onrechtvaardig dit voor mij allemaal heeft uitgepakt, echter… het enige wat ik kan uitbrengen terwijl ik trillend het hekje vasthoud, is “IK BEN ONSCHULDIG!”

En ook al ben ik kippig met bril op, ik zie hem denken…… “Ja hoor, dat zeggen ze allemaal!”

Edward Neering

Zo zag de politie er uit in 1976

Rond de Sloterbrug!

Gisteren werd in Café Kerkzicht in Oud Sloten het boek “Rond de Sloterbrug” gepresenteerd door de vier schrijvers ervan. Het is een drukte van jewelste in het café tegenover de St.Pancratiuskerk. Met veel enthousiasme lichten de scribenten een tipje van de sluier op over hoe het boek is opgebouwd en tot stand is gekomen. In feite verhalen geschreven door jongens die nog steeds jongens zijn met een katholieke achtergrond, ook al ogen ze nu als krasse knarren. Rond de Sloterbrug is vooral een verhalenboek over de jaren vijftig en zestig in Badhoevedorp/Sloten/Oud Osdorp. De verhalen gaan o.a. over de oude rivalenstrijd tussen de voetbalbuurverenigingen Pancratius en Lijnden, over de geschiedenis van de Walviskaken bij de Burgemeester Amersfoordtschool, over de bronzen plak van het Misdienaarselftal in 1966 van de HH Engelbewaarders parochie. (inclusief foto met André Neering en Frans Neering). Verhalen over het bezoek van Joop den Uyl aan de Osdorperweg, over de ronde van Badhoevedorp, over “de dorpsgek” Malle Hans, over het Akerbad (zwembad in Sloten net over de brug destijds) en over nog veel meer. Alle verhalen zijn gelardeerd met de herinneringen van de schrijvers of geïnterviewden. Ook gedichten ontbreken niet en zijn een welkome afwisseling.

Het boek is te verkrijgen bij boekhandel Jaspers aan de Sloterweg en bij Boekhandel Meck & Holt in Osdorp op Tussenmeer. Voor meer info of bestellingen kan je ook kijken op www.ronddesloterbrug.nl

Schrijvers: Paul Kroes, Jan Loogman, Kees Loogman en Kees Schelling

Edward Neering

Het Misdienaarselftal met André Neering (staand 5e vanaf links en Frans Neering als supporter, staand 3e van rechts)

Beter alternatief #pensioenakkoord

Vakbonden doof voor win/win/win


Bevries vooralsnog de pensioenleeftijd op 66 jaar gedurende 6 jaar. Dus iedereen die nu 60+ is mag eruit met 66 jaar. Een milder regime regelen voor ophoging AOW leeftijd vanaf 1 januari 2026.

Plus regeling via WW/UWV 70% uitkering met 10% loonsuppleitie= 80% en 100% doorbetaling pensioen. (WW met vrijstelling sollicitatieplicht) voor medewerkers met zwaardere beroepen en van medewerkers met een aantoonbaar 45 jaar werkverleden van 63,5 jaar en ouder. Als tegenprestatie doen deze 63,5 plussers hier 16 uur per week hier maatschappelijke taken voor terug in zorg/onderwijs/verenigingen. (vernieuwd generatiepact), Instroom van werkzoekenden met WW en Bijstand op de vacatures.

Medewerkers van 63,5 jaar   en ouder met groot arbeidsverleden in banen/sectoren verlaat vrijwillig de arbeidsmarkt )en ontvangt een verlengde WW tot AOW/Pensioenleeftijd + 10% opgeplust door werkgever/overheid= 80% laatstverdiende loon (werknemer kan geen aanspraak maken op transitievergoeding) , pensioenopbouw wordt 100% geregeld voor deze groep arbeidsmarktverlaters. Als tegenprestatie voor de WW + 10% suppletie en 100% pensioenopbouw  doen zij daar minimaal 16  uur aan vrijwilligerswerk (bv. welzijn/ zorg/onderwijs) voor terug tot aan AOW/pensioen leeftijd.

Werkzoekenden (focus op 50+, vluchtelingen en jongeren) met WW of bijstandsuitkering stromen in op deze achtergelaten banen en krijgen het gewone reguliere salaris. Werkzoekenden met een “vlekje” krijgen eerste een gesubsidieerde opstapbaan. Samen vormen zij een unieke wissel om de werkloosheid van bijvoorbeeld 50+,jongeren en vluchtelingen terug te dringen.

De 63 plussers leveren door het vrijwilligerswerk een bijdrage aan maatschappij en vallen niet in een gat na het stoppen met werken. Bovendien worden o.a. zorg, het verenigingsleven en onderwijs bediend.

Pensioenakkoord/Nieuw Sociaal akkoord of CAO regelt WW tot pensioen bij een wisselcontract. Wisselcontract kan pas worden afgesloten als er een werkzoekende  daadwerkelijk instroomt die een uitkering achterlaat (het moet wel betaalbaar blijven) De regeling kan ook in een domino van mobiliteit.

Mobiliteit, reguliere banen voor 50+, jongeren en vluchtelingen, leeftijdsbewust personeelsbeleid en een actieve bijdrage aan de participatiesamenleving door 63+. Zeker goed voor personeel in de  zwaardere beroepen. Een bijdrage aan het bestrijden van de te hoge werkloosheid onder 50 plussers en vluchtelingen. Daarnaast zijn de huidige generatiepachtregelingen afgesloten met vakbonden onvoldoende. Tenslotte is dit een uitstekend instrument als het straks economisch minder gaat/conjunctuur weer in crisisstand komt. Met verruiming van deze regeling kan te zijner tijd jongeren duurzaam behouden blijven voor de arbeidsmarkt.

Samenvattend een win/win/win aanpak. Het mes snijdt aan diverse kanten. Voorts kunnen de pensioenen weer meebewegen want met nieuw akkoord zijn de huidige buffereisen van tafel. Ik zeg doen!

Edward Neering / Op persoonlijke titel

06-518 770 14

update 4 juni 2019

NB: Edward Neering is interim manager in dienst van de gemeente Amsterdam bij Bureau Interim & Advies.  Opgegroeid in het domein van Werk en Inkomen. Momenteel interim manager bij de directie Ruimte & Duurzaamheid/Gemeente Amsterdam met focus op Amsterdam West.

VroegÂh was alles beter!

Edward Neering in zijn rol van interim manager bij gemeente Amsterdam.

Was vroeger alles beter? Zeker niet is dan al het antwoord van mijn kant. Ik werd voor de gemeente Amsterdam geïnterviewd over bijna 40 jaar bij de gemeente Amsterdam. Ooit begon ik ergens in 1980 via BBB uitzendbureau als dossierzoeker bij de vroegere gemeentelijke sociale dienst. Ik diende het zogenaamde belblok. Een klant belde waarom zijn uitkering niet was uitgekeerd/verkeerd was berekend en dan aan mij als uitzendkracht de taak om het dossier te zoeken opdat de medewerker aan het belblok de klant hopelijk het telefonische antwoord kon geven. Een hele klus als deze niet in de dossierkast stond maar ergens op een bureau lag bij één van de 60 medewerkers van de afdeling comptabiliteit aan de Amsterdamse Vlaardingenlaan. op 600 vierkante meter kantooroppervlakte was er één computer. Deze kon je alleen raadplegen. Er stond altijd een rij om een printje te maken als het computerscherm daar aanleiding toe gaf. 1/32 was de code dat de bijstandsuitkering was geblokkeerd omdat er geen werkbriefje was binnengekomen. Het werkbriefje was in het echt een ponskaart die ingevuld moest worden in de toemalige blauwe gemeentelijke girobus gepost moest worden.

Foto’s genomen op het Bos en Lommerplein in 2019

In 1982 startte ik als maatschappelijk werker bij dezelfde sociale dienst (Nu de dienst Werk, Paricipatie en inkomen) bij de afdeling Wet Werkloosheidsvoorziening. Na een korte inwerkperiode startte ik op de Herengracht in het centrum waar nu hotel Crown zit op de hoek Vijzelstraat/Herengracht, schuin tegenover De Bazel waar oa het Stadsarchief en Bureau Interim & Advies is gevestigd. Ik rookte als een ketter (meer dan een pakje per dag) en op de Herengracht waren er spreekkamers in oranje/bruin met een losse telefoon zonder computer oid. De asbak stond uitnodigend op het bureau. in de bedompte ruimte werd gewoon gerookt, vaak rookte je samen met de client, want zo werd de klant van toen genoemd.

Ook veel agressie. Diezelfde asbak dan wel telefoon heb ik naar mijn hoofd geslingerd gekregen als de client niet succesvol was om een voorschot te krijgen. Beveiliging was totaal niet aan de orde. Incidenteel kwam de politie langs. Geen agressietrainingen oid. Niet zeuren en gewoon weer doorgaan was het adagium.

Foto’s: Sanne Couprie in opdracht van gemeente Amsterdam